Feit of fictie?
De N-VA houdt stellingen en uitspraken van politici, journalisten en anderen tegen het licht en checkt het waarheidsgehalte ervan.

De verhoging van de pensioenleeftijd treft vooral wie vroeg begint te werken

De verhoging van de pensioenleeftijd treft vooral wie vroeg begint te werken

Meteen na de voorstelling van het nieuwe regeerakkoord hekelde sp.a-voorzitter Bruno Tobback de verhoging van de wettelijke pensioenleeftijd tot 67 jaar. Wie al vroeg de school verlaat, zal volgens hem veel meer de lasten daarvan moeten dragen dan afgestudeerden uit het hoger onderwijs. Hij geeft het voorbeeld van iemand die op de leeftijd van 18 jaar al begint te werken en dat volhoudt tot zijn 67. Dat is een loopbaan van 49 jaar, rekent hij voor. Maar wie studeert tot zijn 25, zal in het beste geval maar een loopbaan van 45 jaar hebben, of zelfs minder. “Diegenen die meer gaan verdienen, en in wie we al meer geïnvesteerd hebben, gaan dus ook minder lang moeten werken. Dat is gewoon niet eerlijk”, luidt zijn conclusie.

Tobback staart zich echter blind op de verhoging van de wettelijke pensioenleeftijd en vergeet dat er ook zoiets bestaat als een wettelijke loopbaanvoorwaarde en een vervroegd pensioen. Tot 2025 volstaat het 45 jaar gewerkt te hebben om van een volledig wettelijk pensioen te kunnen genieten. Wie op 18-jarige leeftijd begon te werken en 45 loopbaanjaren op de teller heeft, kan dus al op 63 jaar met pensioen gaan én een volledig pensioen trekken, zoals ook N-VA-voorzitter Bart De Wever reeds verduidelijkte in Terzake.

Incorrect

Wie vroeg begint te werken, kan ook vroeger met pensioen

Het klopt dat we met zijn allen wat langer zullen moeten werken. En gelet op het feit dat we met zijn allen steeds ouder worden, is het eigenlijk ook niet meer dan normaal dat vanaf 2025 de wettelijke pensioenleeftijd met een jaar stijgt. Deze regering, die ook de lange termijn voor ogen heeft, wil bij de noodzakelijke hervorming van ons pensioensysteem het pad van de geleidelijkheid bewandelen.

In 2030 dient zich een grondige hervorming aan voor de opbouw en de berekening van de pensioenen, gebaseerd op het rapport van de Commissie Pensioenhervorming 2020-2040. Dan schakelen we over naar een puntensysteem waarin onder meer de levensverwachting en de zwaarte van het beroep in rekening worden gebracht.

Om een al te grote schok in 2030 te vermijden, verhogen we de wettelijke pensioenleeftijd in 2025 dus al naar 66 jaar en in 2030 naar 67 jaar. Tot 2025 blijft 65 jaar echter de norm. Hetzelfde geldt voor de duur van onze loopbaan: tot 2025 volstaan 45 loopbaanjaren voor een volledig wettelijk pensioen.

Vreemd genoeg vergeet Tobback, nochtans zelf ooit minister van Pensioenen, in zijn uitleg niet alleen te vermelden dat er zoiets bestaat als het vervroegd pensioen, maar ook dat er uitzonderingen op de wettelijke pensioenregeling mogelijk zijn voor mensen met een lange loopbaan. De vervroegde pensioenleeftijd, die vandaag op 62 jaar ligt, wordt tegen 2018 opgetrokken tot 63 jaar. De loopbaanvereiste voor vervroegd pensioen ligt nu op 40 jaar en zal tegen 2019 evolueren naar 42 jaar. Heb je een zeer lange loopbaan, dan zal je in 2019 nog steeds op 60 of 61 jaar met pensioen kunnen, zoals dat vandaag al het geval is. Voorwaarde is wel dat je tegen dan respectievelijk 44 of 43 gewerkte jaren kunt voorleggen. Vandaag zijn dat er 42 of 41.

Dat betekent concreet dat je vanaf 65 met pensioen kunt, ook al heb je geen volledige loopbaan van 45 jaar. En omgekeerd dat je ook al voor die leeftijd je wettelijk pensioen kunt opnemen, als je tenminste voldoet aan de minimumvoorwaarden voor vervroegd pensioen.

“Vlaamse zorgverzekering is niet gebaseerd op inkomen en dus unfair”

Tijdens het debat in het Vlaams Parlement over het Vlaams Regeerakkoord klaagde sp.a-voorzitter Bruno Tobback de verhoging aan van de premie voor de verplichte zorgverzekering. Die biedt een tegemoetkoming in de kosten voor niet-medische zorgen, zoals mantel- en thuiszorg. “Het verschil tussen het verhogen van een zorgpremie en een belasting is dat het eerste niet gebaseerd is op het inkomen en dus unfair is”, was Tobbacks belangrijkste argument. Waarmee hij feitelijk een pleidooi voerde om de belastingen te verhogen. En dat “terwijl we al bij de landen met de hoogste fiscale druk horen”, zoals N-VA-fractievoorzitter Matthias Diependaele terecht opmerkte.

Het argument van Tobback snijdt echter geen hout: zolang de Vlaamse zorgverzekering bestaat, zijn er al sociale correcties in aangebracht. Met name voor personen van wie het gezinsinkomen beperkt is.

Incorrect

Wie een beperkt inkomen heeft, geniet een verlaagd tarief voor de zorgverzekering

Volgens Tobback “heeft sp.a altijd gepleit om die zorgpremie inkomensgebonden te maken”. Met die uitspraak wekt hij de indruk dat dit vandaag niet het geval zou zijn. Niets is echter minder waar! Wie recht heeft op een verhoogde tegemoetkoming in het kader van de ziekteverzekering, heeft altijd al een verlaagd tarief genoten: 10 in plaats van 25 euro. Het gaat onder meer om mensen met een leefloon, weduwen en wezen, invaliden en mindervaliden, en gepensioneerden onder een bepaalde inkomensgrens.

Voor het eerst sinds 2003 heeft de Vlaamse Regering die jaarlijkse bijdrage nu verhoogd. En dat voor iedereen, net omwille van het solidariteitsprincipe: iedereen kan putten uit de gemeenschappelijke zorgverzekering, maar iedereen moet ook een zekere bijdrage eraan leveren. Je kan niet verwachten dat de bijdrage van wie een verhoogde tegemoetkoming ontvangt, niet omhoog zou gaan. Dat neemt niet weg dat een verlaagd tarief voor hen van toepassing blijft. Zij betalen voortaan 25 in plaats van 50 euro.

De Vlaamse zorgverzekering is bij uitstek een vorm van solidariteit: de sterkste schouders dragen de zwaarste lasten. En dat blijft ook zo na de aangekondigde premieverhoging. De gewone bijdrage in de zorgverzekering bedraagt immers nog steeds het dubbel van het verlaagd tarief.