Feit of fictie?
De N-VA houdt stellingen en uitspraken van politici, journalisten en anderen tegen het licht en checkt het waarheidsgehalte ervan.

Krijgt de Belgische belastingbetaler te weinig waar voor zijn geld?

Krijgt de Belgische belastingbetaler te weinig waar voor zijn geld?

Als Belg betaalde u ook in 2014 weer te veel belastingen in verhouding tot de levenskwaliteit die u daarvoor terugkreeg. Dat blijkt uit een vergelijkend onderzoek dat de Vlaamse werkgeversorganisatie Voka Voka, het Vlaams netwerk van ondernemingen, is een Vlaamse werkgeversorganisatie, die meer dan 16.000 bedrijven in Vlaanderen en Brussel vertegenwoordigt, goed voor 65% van de private werkgelegenheid. Voka ontstond in januari 2004, toen het Vlaams Economisch Verbond (VEV) en de acht regionale Kamers van Koophandel in Vlaanderen besloten om samen te werken. De huidige voorzitter is Luc De Bruyckere en Jo Libeer is gedelegeerd bestuurder. Voka vorig jaar voor de tweede keer uitvoerde.

In die studie zet Voka de Belastingdruk De mate waarin de belastingheffingen drukken op het besteedbaar inkomen. belastingdruk in 24 Europese landen af tegen de dienstverlening die je er als burger van de overheid mag verwachten. De beoordeling van die dienstverlening gebeurt aan de hand van 47 indicatoren, waaronder de kwaliteit van de zorg en het onderwijs, de arbeidsmarkt en de aantrekkelijkheid om te ondernemen. In 2014 scoorde België voor die vier indicatoren beter dan in 2013, wat maakt dat we op het vlak van levenskwaliteit alvast één plaats zijn opgeklommen: van nummer 13 naar nummer 12 in de ranglijst. Als je enkel afgaat op die parameter, blijft België dus een middenmoter in Europa.

Opmerkelijk genoeg eindigen we toch weer achteraan in Voka’s Europese ‘waar-voor-je-geld-index’: in die eindrangschikking staat België op de 20ste plaats, net zoals vorig jaar. Dat komt omdat ons land de gemiddeld hoge levenskwaliteit van zijn burgers financiert met een bijzonder hoog overheidsbeslag: het op drie na hoogste zelfs van de 24 onderzochte landen. Willen we aanknopen met Zwitserland, Noorwegen, Estland en Duitsland, die de index aanvoeren, dan moeten we dat overheidsbeslag dus naar beneden zien te krijgen.

over deze onderwerpen: 
Belastingen
Correct

De Belg betaalt zijn hoge levenskwaliteit te duur: structurele hervormingen dringen zich op

Voor Stijn Decock, hoofdeconoom van Voka Voka, het Vlaams netwerk van ondernemingen, is een Vlaamse werkgeversorganisatie, die meer dan 16.000 bedrijven in Vlaanderen en Brussel vertegenwoordigt, goed voor 65% van de private werkgelegenheid. Voka ontstond in januari 2004, toen het Vlaams Economisch Verbond (VEV) en de acht regionale Kamers van Koophandel in Vlaanderen besloten om samen te werken. De huidige voorzitter is Luc De Bruyckere en Jo Libeer is gedelegeerd bestuurder. Voka, bewijst de studie nog maar eens “dat structurele hervormingen noodzakelijk zijn om ervoor te zorgen dat we ook meer terugkrijgen voor het belastinggeld.” Tot zijn grote tevredenheid bevat zowel het Vlaamse als het federale regeerakkoord zulke ingrijpende maatregelen die kunnen zorgen voor een verbetering in de positie van België op de waar-voor-je-geld-index.

“Hoe groot die verbetering zal zijn valt moeilijk te berekenen”, aldus Decock. “Het overheidsbeslag weegt zwaar door in onze berekening,” stelt hij vast, “aangezien veel landen al zware besparingen doorvoerden zullen we daar zeker een sterke inhaalbeweging kunnen maken.” Binnen de verschillende regeringen van ons land maakt de N-VA alvast mee werk van een overheid die evenveel of zelfs meer doet met minder. Tegelijk zien we er nauwgezet op toe dat de Belastingdruk De mate waarin de belastingheffingen drukken op het besteedbaar inkomen. belastingdruk in ons land, die tot de hoogste van Europa behoort, eindelijk afneemt.

Naast een efficiëntere overheid, is ook een sociaal-economisch herstelbeleid van cruciaal belang. Of om Decock zelf te citeren: “Zeker in de economische parameters is er nog veel winst te boeken.” Daarom moet de regering ook vasthouden aan haar beleid om ons concurrentievermogen te herstellen. “Tot slot: wat betreft het arbeidsmarktbeleid, waar we momenteel zeer slecht scoren, zullen de pensioenhervorming en het loonmatigingsbeleid de werkgelegenheidsgraad opkrikken.”

Feit of fictie: Is de loonkloof met onze buurlanden zo goed als gedicht?

Feit of fictie: Is de loonkloof met onze buurlanden zo goed als gedicht?

De loonkloof in België met onze drie belangrijkste buurlanden is verkleind tot 2,9 procent. In de periode 2011-2012 bedroeg het verschil nog 4 procent”, bericht Het Nieuwsblad op basis van het jongste rapport van de Centrale Raad voor het Bedrijfsleven ( CRB De CRB (Centrale Raad voor het Bedrijfsleven) is een orgaan waarbinnen overleg plaatsvindt tussen vakbonden en werkgeversorganisaties. De CRB rapporteert regelmatig over de ontwikkeling van de loonkosten en de werkgelegenheid in België en zijn drie buurlanden. Op basis daarvan worden de marges vastgesteld voor de onderhandelingen tussen de sociale partners. CRB). Binnen dat orgaan vindt het overleg plaats tussen vakbonden en werkgeversorganisaties. De CRB-rapporten over de ontwikkeling van de loonkosten en de werkgelegenheid bij ons en in onze buurlanden bepalen ook mee de marges voor het sociaal overleg over de toekomstige evolutie van de lonen.

Bij sommigen, de vakbonden op kop, zet dat goede nieuws meteen aan tot euforie en nieuwe eisen voor loonsverhoging. Vraag is of die wel gerechtvaardigd zijn, als je weet dat we het hier niet hebben over de reële ‘loonkloof’ - of correcter: Loonkostenhandicap De mate waarin lonen in een bepaald land hoger liggen dan in een of meer concurrerende landen. Een loonkostenhandicap heeft in de regel een negatieve impact op de economische groei en de creatie van jobs. Daarom is er sinds 1996 in België een wet van kracht die stelt dat we geen bijkomende loonkostenhandicap meer mogen opbouwen. loonkostenhandicap - ten opzichte van onze buurlanden. Die is de voorbije jaren immers verder ontspoord en blijft met 14 procent (in de totale economie) à 23 procent (in de private marktsector) veel te groot.

De meest recente Eurostat Eurostat voorziet de Europese Unie van goede statistische informatie. Als bureau voor de statistiek draagt het ook bij tot het harmoniseren van statistieken, zodat gegevens vergelijkbaar worden. Een belangrijke taak van Eurostat is ook om de statistische systemen in kandidaat-lidstaten en ontwikkelingslanden te verbeteren. Correcte, betrouwbare cijfers zijn onmisbaar voor een goed beleid. Daarom baseert de N-VA zich graag op de Eurostat-cijfers. Eurostat- en OESO De Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling, opgericht in 1961 als uitvloeisel van het Marshallplan, is een samenwerkingsverband van 34 landen om sociaal en economisch beleid te bestuderen en te coördineren. De aangesloten landen proberen hun gezamenlijke problemen op te lossen en hun internationaal beleid onderling af te stemmen. Om vergelijkende analyses te doen, verzamelt de organisatie ook statistische informatie. Die OESO-analyses zijn voor de N-VA een waardevolle basis om het beleid aan af te toetsen of het zelf mee vorm te geven. OESO-cijfers wijzen erop dat onze loonkost nog steeds tot de hoogste behoort van de Europese Unie én de wereld. Het positieve nieuws uit het jongste CRB-rapport is dus absoluut geen reden om onze inspanningen stop te zetten en onze loonkosten opnieuw te laten ontsporen.

over deze onderwerpen: 
Economie, Werken, Financiën
Incorrect

Onze totale loonkostenhandicap is zo groot dat loonmatiging aangewezen blijft

Sinds 1996 bestaat er in België een wet om de Concurrentiekracht De mate waarin ondernemingen in het ene land kunnen concurreren met dezelfde ondernemingen in een ander land. Sinds 1996 bestaat er in België een wet om de concurrentiekracht te bewaken. Die stelt dat de Belgische loonkosten niet sneller mogen evolueren dan het gemiddelde van onze drie buurlanden. De CRB (Centrale Raad voor het Bedrijfsleven) meet elk jaar of die doelstelling wordt gehaald. concurrentiekracht van onze bedrijven te bewaken. Die stelt dat de Belgische loonkosten niet sneller mogen evolueren dan het gemiddelde van onze drie voornaamste buurlanden en handelspartners: Duitsland, Frankrijk en Nederland. De CRB De CRB (Centrale Raad voor het Bedrijfsleven) is een orgaan waarbinnen overleg plaatsvindt tussen vakbonden en werkgeversorganisaties. De CRB rapporteert regelmatig over de ontwikkeling van de loonkosten en de werkgelegenheid in België en zijn drie buurlanden. Op basis daarvan worden de marges vastgesteld voor de onderhandelingen tussen de sociale partners. CRB (Centrale Raad voor het Bedrijfsleven) meet elk jaar of die doelstelling wordt gehaald.

De CRB meet echter niet de totale Loonkostenhandicap De mate waarin lonen in een bepaald land hoger liggen dan in een of meer concurrerende landen. Een loonkostenhandicap heeft in de regel een negatieve impact op de economische groei en de creatie van jobs. Daarom is er sinds 1996 in België een wet van kracht die stelt dat we geen bijkomende loonkostenhandicap meer mogen opbouwen. loonkostenhandicap tegenover die landen, enkel de evolutie sinds 1996, toen de wet op de loonnorm van kracht werd. Die evolutie ging het laatste jaar in dalende lijn: van 4,8 procent in 2013 naar 2,9 procent in 2014. Dat mocht ook wel, want de jaren daarvoor, tijdens de regeerperiode van Di Rupo, was de loonkost gewoon verder blijven ontsporen. Tussen 2012 en 2013 overtrof de toename van onze loonkost de gemiddelde loonkoststijging in onze drie belangrijkste buurlanden nog met 0,6 procent.

Eurostat Eurostat voorziet de Europese Unie van goede statistische informatie. Als bureau voor de statistiek draagt het ook bij tot het harmoniseren van statistieken, zodat gegevens vergelijkbaar worden. Een belangrijke taak van Eurostat is ook om de statistische systemen in kandidaat-lidstaten en ontwikkelingslanden te verbeteren. Correcte, betrouwbare cijfers zijn onmisbaar voor een goed beleid. Daarom baseert de N-VA zich graag op de Eurostat-cijfers. Eurostat-cijfers tonen de volledige realiteit: in 2013 kostte een uur werken in België gemiddeld 41 euro aan de werkgever. Dat is 8 euro per uur meer of een kwart duurder dan het gemiddelde van 33 euro bij de buren. In totaal liep onze reële loonkostenhandicap vorig jaar op tot 16 à 25 procent. Het nieuwe CRB-rapport leert ons dat daarvan in 2014 naar schatting 2 procent werd weggewerkt. De steeds verdere ontsporing van onze loonkost is dit jaar dus stopgezet.

Dat neemt niet weg dat er een belangrijke loonkostenhandicap blijft bestaan, die de economische groei in ons land ondermijnt en de creatie van jobs afremt. Voor de N-VA is het daarom zaak om verder te gaan op de ingeslagen weg van loonmatiging. Als we de loonkloof met onze buurlanden werkelijk willen dichten, kunnen we het ons niet permitteren om nu alweer de teugels te vieren.