Feit of fictie?
De N-VA houdt stellingen en uitspraken van politici, journalisten en anderen tegen het licht en checkt het waarheidsgehalte ervan.

Wie zwijgt, stemt toe: ‘lex silencio’ is dé oplossing om vergunningsprocedure te versnellen

Midden maart pleitte Open Vld-voorzitster Gwendolyn Rutten in het VRT-programma De Zevende Dag voor de invoering van een zogenoemde ‘lex silencio’ op Vlaams bestuursniveau. Dat houdt in dat een vergunning automatisch wordt toegekend indien de bevoegde overheid niet binnen de geldende termijn beslist over de aanvraag. Dat mechanisme van de ‘stilzwijgende goedkeuring’ past in theorie perfect in het plaatje om bepaalde procedures te versnellen en te vereenvoudigen in het belang van onze ondernemers. Maar is het in de praktijk ook realiseerbaar?

Incorrect

Een ‘lex silencio’ is niet de mirakeloplossing voor onze ondernemers

Het systeem van de stilzwijgende goedkeuring is niet alleen in strijd met het Europees recht. Ook het grondwettelijk Hof oordeelde dat het de rechten van derden onvoldoende waarborgt, aangezien een motiveringsplicht voor de overheid ontbreekt. Los van die juridische bezwaren, levert het ook weinig voordeel op. Vandaag respecteren onze overheden in bijna alle gevallen de behandelingstermijn. Zo handelde Vlaanderen tussen 2009 en 2013 99,77 procent van de ingediende dossiers tijdig af. Bij de gemeenten lag dat percentage op 99,69 procent.

De maatregelen die minister Muyters intussen nam, zetten wél zoden aan de dijk. Door de milieu- en stedenbouwkundige vergunning in één unieke omgevingsvergunning te integreren, komt Vlaanderen tegemoet aan een jarenlange verzuchting van veel bedrijven. Idem voor een nieuw decreet dat een efficiëntere aanpak van complexe projecten garandeert. Beide decreten zorgen voor snellere, meer eenvoudige procedures, zonder daarbij aan kwaliteit en inspraakmogelijkheden in te boeten. De N-VA wil op die ingeslagen weg doorgaan en in de omgevingsvergunning ook nog andere vergunningen integreren, zoals de socio-economische, de weg- en de natuurvergunning.

 

Onder Di Rupo zijn onze overheidsuitgaven blijven stijgen

“In veel rijke landen verschuift de focus van de sanering naar minder uitgaven. België is een van de weinige rijke landen die zijn overheidsuitgaven de jongste vier jaar heeft verhoogd”, schrijft De Tijd. De krant staaft die stelling met recente cijfers van het IMF. Dat onderzocht 17 landen met een overheidsschuld van meer dan zeventig procent van het bbp. Daarvan trok alleen Japan zijn uitgaven nog meer op. Maar dat land pompte doelbewust meer geld in zijn economie om de deflatie te bestrijden. Volgens het IMF zijn vooral de sociale uitgaven bij ons gestegen. Dat bevestigen ook cijfers van de Nationale Bank.

Correct

De Regering-Di Rupo gaf niet minder maar méér geld uit

Het IMF bevestigt wat al lang duidelijk is: de Regering-Di Rupo is er niet in geslaagd de overheidsfinanciën écht te saneren via een vermindering van de uitgaven. Vicepremier Alexander De Croo (Open Vld) gaf het onlangs zelf toe in het VTM Nieuws. Het resultaat is dat ons overheidsbeslag nu afklokt op 51,1 procent van het bbp, terwijl het Europese gemiddelde bij 40 procent ligt. Van besparen is dus geen sprake. Een vaststelling die des te pijnlijker wordt als je ze contrasteert met de besparingsretoriek van diezelfde Regering-Di Rupo, die echter vooral grossiert in fantoombesparingen. Het is belangrijk dat de overheid haar rekeningen op orde heeft. De tekorten van vandaag zijn immers de belastingen van morgen.