Feit of fictie?
De N-VA houdt stellingen en uitspraken van politici, journalisten en anderen tegen het licht en checkt het waarheidsgehalte ervan.

“Langere loopbaan, minder jobs?”

In zijn tweewekelijkse column voor de krant De Standaard liet Gert Peersman, hoogleraar economie aan de UGent, zijn licht schijnen op de vele kritieken die een recent rapport van de Commissie Pensioenhervorming losweekte. In dat rapport wordt ons huidig pensioensysteem kritisch onder de loep genomen. Tegelijk formuleert diezelfde Pensioencommissie een aantal voorstellen voor verbetering.

“Een hardnekkig misverstand dat in de kritieken vaak terugkomt”, schrijft Peersman, “is dat langere loopbanen de kansen van jongeren op de arbeidsmarkt zullen ontnemen.” Om er meteen zelf aan toe te voegen: “Economen zijn het er nochtans volmondig over eens dat dit geenszins het geval is.” Het tegendeel is waar, zo blijkt: “In de praktijk is het zelfs zo dat in landen waar er minder ouderen aan de slag zijn, gemiddeld net meer jongeren werkloos zijn.”

Incorrect

Ouderen die langer werken ontnemen geen kansen aan jongeren, wel integendeel!

Het brugpensioen wordt inderdaad vaak voorgesteld als een sociale maatregel waarbij oudere werknemers plaats maken voor jongeren. Die veronderstelling klinkt misschien logisch, maar is helaas totaal fout. Want jong en oud op de arbeidsmarkt zijn geen communicerende vaten. Er bestaat dan ook geen afruil tussen beiden. Wat wel vaststaat: in een goed functionerende arbeidsmarkt gaat een hoge tewerkstelling van jongeren samen met een hoge tewerkstelling van ouderen. Dat bewijzen de Scandinavische landen in Europa. Slecht functionerende arbeidsmarkten combineren vaak een lage arbeidsdeelname bij zowel jongeren als ouderen. Die negatieve combinatie vind je bijvoorbeeld in Griekenland, een aantal Oost- en Centraal-Europese landen, en spijtig genoeg ook in België.

Het verband tussen langer werken en jeugdwerkloosheid bestaat dus eerder in positieve zin: in landen waar er meer ouderen aan de slag zijn, is de jeugdwerkloosheid lager. Mede daarom pleit de N-VA ervoor om het brugpensioen te laten uitdoven en ouderen te stimuleren om langer aan de slag te blijven. De regering-Di Rupo ging echter onverminderd door met werknemers vanaf 52 jaar systematisch op brugpensioen te sturen. Zo wordt een loodzware last gelegd op de schouders van de komende generaties en op de toekomst van onze Sociale zekerheid De sociale zekerheid is in België tot nader order federaal. De belangrijkste pijlers van de Belgische sociale zekerheid zijn: de ziekte- en invaliditeitsverzekering (RIZIV), de pensioenen, de werkloosheidsverzekering en de kinderbijslagen. Daarnaast ook nog beroepsziekten, arbeidsongevallen en jaarlijkse vakantie. Sommige Vlaamse partijen ijveren al lang voor de overheveling van (grote delen van) de sociale zekerheid naar gewesten en gemeenschappen. sociale zekerheid.

Kan de N-VA tegelijk lid zijn van de ECR- en de EVA-fractie?

“Ondanks de keuze van de N-VA voor de conservatieve, eurosceptische ECR De N-VA is vandaag lid van de Europese Conservatieven en Hervormers (ECR, European Conservatives and Reformists), een conservatieve, eurorealistische fractie in het Europees Parlement. De N-VA deelt hun realistische kijk op het Europese project en pleit eveneens voor een correcte en doorgedreven toepassing van het subsidiariteitsbeginsel. Zo moeten we ons durven afvragen of we bepaalde Europese initiatieven niet beter overlaten aan de lidstaten. De N-VA herkent zich ook in de klemtonen die de ECR legt op sociaal-economisch vlak. Sinds de verkiezingen van 2014 is de ECR de derde grootste fractie in het Europees Parlement. ECR-fractie, blijft de partij lid van de Europese Vrije Alliantie Via de EVA-fractie (Europese Vrije Alliantie), opgericht in 1999, krijgen regionale partijen meer slagkracht om hun stem te laten horen in het Europees Parlement. Daar maakt de EVA vandaag deel uit van een grotere fractie met de Groenen. In 2004 werd de EVA ook als Europese politieke partij erkend. Die streeft naar maximale autonomie voor de volkeren en regio's in Europa. Zij verenigt zo’n 40 regionalistische of autonomistische partijen uit meer dan 10 lidstaten van de EU. Vandaag is de N-VA wel nog lid van de EVA-partij, maar niet langer vertegenwoordigd in de EVA-fractie binnen het Europees Parlement. Europese Vrije Alliantie. Die koepelorganisatie van regionalistische en autonomistische partijen vormt in het Europees Parlement een gemeenschappelijke fractie met de Groenen.” Die verwarrende boodschap lazen we onlangs op de website van Gazet van Antwerpen. Want moeten we daaruit afleiden dat de N-VA tegelijk aangesloten is bij twee verschillende fracties in het Europees Parlement? En schuilt er in dat dubbele lidmaatschap eigenlijk geen tegenstrijdigheid?

Incorrect

De N-VA is wel nog lid van de EVA-partij, maar niet langer aangesloten bij de EVA-fractie.

De EVA-fractie ( Europese Vrije Alliantie Via de EVA-fractie (Europese Vrije Alliantie), opgericht in 1999, krijgen regionale partijen meer slagkracht om hun stem te laten horen in het Europees Parlement. Daar maakt de EVA vandaag deel uit van een grotere fractie met de Groenen. In 2004 werd de EVA ook als Europese politieke partij erkend. Die streeft naar maximale autonomie voor de volkeren en regio's in Europa. Zij verenigt zo’n 40 regionalistische of autonomistische partijen uit meer dan 10 lidstaten van de EU. Vandaag is de N-VA wel nog lid van de EVA-partij, maar niet langer vertegenwoordigd in de EVA-fractie binnen het Europees Parlement. Europese Vrije Alliantie) werd in 1999 officieel opgericht. Via die fractie krijgen regionale partijen meer slagkracht om hun stem te laten horen in het Europees Parlement. De EVA maakt deel uit van een grotere fractie in het Europees Parlement: de Groenen/Europese Vrije Alliantie (Groenen/EVA). Door de verslechterde relatie met de belgicistische Groenen binnen die fractie zag de N-VA zich na de jongste Europese verkiezingen genoodzaakt om aan te sluiten bij een andere fractie: de European Conservatives and Reformists (ECR).

In 2004 werd de EVA ook als Europese politieke partij erkend. In die hoedanigheid streeft zij naar maximale autonomie voor de volkeren en regio's in Europa. De EVA-partij verenigt zo’n veertig regionalistische of autonomistische partijen uit meer dan tien lidstaten van de EU.

Het is perfect mogelijk tegelijk lid te zijn van een Europese politieke partij, maar te zetelen in een andere fractie. Vandaag is de N-VA daarom wel nog lid van die EVA-partij, maar niet langer vertegenwoordigd in de EVA-fractie binnen het Europees Parlement.

Als lid van de EVA-partij blijft de N-VA het volksnationalisme trouw. Bovendien zullen ook bij de ECR-fractie, waar de N-VA volledige autonomie geniet, onze volksnationalistische wortels alle ruimte krijgen om te groeien.