Feit of fictie?
De N-VA houdt stellingen en uitspraken van politici, journalisten en anderen tegen het licht en checkt het waarheidsgehalte ervan.

Feit of fictie: Heeft een indexsprong veel impact op de huurprijzen?

Feit of fictie: Heeft een indexsprong veel impact op de huurprijzen?

In de rubriek ‘D-Facto’ in De Tijd onderzocht men de stelling van Vlaams minister van Wonen Liesbeth Homans dat er door de lage Inflatie De stijging van het algemene prijspeil. De originele betekenis (letterlijk: ‘opblazen’) is monetaire inflatie, wat inhoudt dat de geldhoeveelheid toeneemt. Vandaag wordt met inflatie eigenlijk vooral prijsinflatie bedoeld. Dat wil zeggen een impliciete geldontwaarding. Daardoor daalt de koopkracht. inflatie amper sprake zal zijn van een indexering van de huurprijzen. De redacteur van dienst, Jasper D'hoore, vatte zijn conclusie bovendien op Twitter samen: “Heisa over geen Indexsprong België is een van de weinige landen die een automatische indexering kennen. Dat mechanisme zorgt ervoor dat de lonen en sociale uitkeringen steeds aangepast zijn aan de inflatie. Doordat met de levensduurte ook de lonen stijgen, ontstaat echter het risico op een loonhandicap, wat de concurrentiekracht ondermijnt. Een indexsprong, waarbij men de automatische indexaanpassing tijdelijk overslaat, biedt daarvoor een oplossing. indexsprong huurprijzen omwille van 0,10 euro per maand? Fout. Eerder 15 à 20 euro per maand.”

In het bewuste artikel maakt de journalist echter de - misschien begrijpelijke - vergissing om de impact te berekenen die een indexsprong voor lonen en uitkeringen zou kunnen hebben op de huurprijzen. Maar dat is appels met peren vergelijken! Het indexeringsmechanisme voor onze lonen en uitkeringen is immers niet hetzelfde als het mechanisme dat gehanteerd wordt om de huurprijzen jaarlijks te indexeren.

Niet overtuigd? We zetten de verschillen tussen beide mechanismen graag nog even voor u op een rijtje.

Gevonden in
DE TIJD
over deze onderwerpen: 
Huren
Incorrect

De indexering van huurprijzen gebeurt niet zoals bij lonen en uitkeringen

De automatische indexering van de lonen en uitkeringen gebeurt op basis van de Gezondheidsindex De waarde van de gezondheidsindex, ingevoerd in 1994, wordt berekend door een aantal producten uit de korf van de consumptieprijsindex te halen, meer bepaald alcohol, tabak en brandstof. Het gezondheidsindexcijfer wordt onder meer gebruikt voor de indexering van lonen, sociale uitkeringen en huurprijzen. gezondheidsindex. Die geeft de prijsevolutie weer van alledaagse goederen en diensten die elk gezin nodig heeft. Wanneer die duurder worden zodat de gezondheidsindex een bepaalde waarde overschrijdt, ook wel de Spilindex De drempelwaarde van de afgevlakte index, het viermaandelijks voortschrijdend gemiddelde van de gezondheidsindex. Die drempelwaarde moet overschreden zijn, om de wedden van het overheidspersoneel te kunnen indexeren. spilindex genoemd, worden de meeste lonen en uitkeringen automatisch opgetrokken. Dat gebeurt in principe steeds in sprongen van twee procent.

De indexering van de huurprijzen is daarentegen een jaarlijks terugkerend gegeven en gebeurt niét op basis van een spilindex. De huurprijs kan namelijk elk jaar in principe geïndexeerd worden op initiatief van de verhuurder. Concreet: stel dat u sinds januari 2014 maandelijks 1.000 euro aan huur betaalt. In januari 2015 kan de verhuurder dat bedrag indexeren op basis van de gezondheidsindex. Tussen januari 2014 en januari 2015 is die toegenomen met 0,01 procent, wat voor u als huurder zou neerkomen op een prijsverhoging van 0,10 euro. Conclusie: uw totale huurprijs bedraagt nu 1.000,10 euro. Die verhoging is dus verwaarloosbaar.

De Indexsprong België is een van de weinige landen die een automatische indexering kennen. Dat mechanisme zorgt ervoor dat de lonen en sociale uitkeringen steeds aangepast zijn aan de inflatie. Doordat met de levensduurte ook de lonen stijgen, ontstaat echter het risico op een loonhandicap, wat de concurrentiekracht ondermijnt. Een indexsprong, waarbij men de automatische indexaanpassing tijdelijk overslaat, biedt daarvoor een oplossing. indexsprong die de regering voor ogen heeft, houdt in dat de automatische indexering van de lonen en uitkeringen eenmalig wordt overgeslagen, om de competitiviteit van onze economie te herstellen. In tegenstelling tot de vorige regering, die een verkapte indexsprong doorvoerde door aan de samenstelling of korf van de index te morrelen, verhoogt deze federale regering de koopkracht van werkenden en uitkeringsgerechtigden. Door de forfaitaire aftrek voor beroepskosten te verhogen en een extra werkbonus toe te kennen, stijgt het nettoloon van alle werkenden en dus ook hun koopkracht. En door de Welvaartsenveloppe Een spaarpotje dat dient om de laagste uitkeringen, vooral de pensioenen, en de vervangingsinkomens welvaartsvast te houden. welvaartsenveloppe voor honderd procent te besteden, zowel in 2015 als in 2016, geeft deze regering ook de zwaksten in onze maatschappij een stevig duwtje in de rug: de laagste sociale uitkeringen, zoals pensioenen en uitkeringen voor personen met een beperking, stijgen in 2015 met 2 procent, wat véél meer is dan de mogelijke verhoging van hun huurprijs met bijvoorbeeld 0,01 procent.

Het al dan niet indexeren van de huurprijzen is een heel andere zaak. Dat heeft niets met competitiviteit te maken. En die indexering gebeurt ook niet in sprongen van twee procent, zoals bij de meeste lonen en uitkeringen, maar op basis van het jaarlijkse verschil van de gezondheidsindex, wat vele malen kleiner is.

Feit of fictie: Hebben we de armoede in Vlaanderen onvoldoende structureel aangepakt?

Armoede

In een interview met de gratis krant De Zondag, ook te lezen op de nieuwssite van het weekblad Knack, doet Vlaams minister Liesbeth Homans haar plannen voor armoedebestrijding uit de doeken. Naar eigen zeggen wil ze af van de projectmatige aanpak van haar socialistische voorgangster Ingrid Lieten: “Ik wil structureel werken.” Waarna ze dat voornemen meteen ook vertaalt naar enkele concrete beleidsmaatregelen, zoals het serveren van maaltijden voor één euro in de sociale restaurants en de gratis verdeling van voedseloverschotten. Ook wil de minister meer middelen uittrekken om de deelname van kinderen aan sport- en jeugdactiviteiten te ondersteunen.

Dat alles belet niet dat de structurele aanpak die Homans nastreeft vrijwel meteen door Lieten zelf in vraag wordt gesteld op Twitter.

Jammer genoeg leent Twitter zich niet zo goed tot nuance. Die is dan ook ver zoek in de al dan niet moedwillige veralgemeningen of bewuste vertekeningen van Lieten. Zo wordt het kindergeld niet structureel verlaagd, om maar iets te noemen. Integendeel: door de veranderde aanpak, met een gelijke basiskinderbijslag voor ieder kind, zien heel wat jonge gezinnen het bedrag van hun kinderbijslag net verhogen. Bij al die verandering blijven de sociale toelagen bovendien behouden voor alle kinderen met bijzondere zorgnoden en voor wezen.

Evenzo gaat Lietens verwijt dat Homans de kosten voor ouders met kinderen structureel verhoogt, voorbij aan de vele sociale correcties die de minister steevast aanbrengt in haar beleid. Net voor wie in armoede leeft, bijvoorbeeld, blijft het tarief van 1,56 euro in de kinderopvang behouden.

over deze onderwerpen: 
Armoede
Correct

In het verleden primeerde een projectmatige aanpak, de N-VA wil structurele maatregelen

Het afgelopen decennium is het aantal armen in Vlaanderen nauwelijks gedaald. Meer dan een op de tien personen leeft ook vandaag nog in armoede of loopt een verhoogd risico erop. Het aantal kinderen dat in kansarme gezinnen wordt geboren, is zelfs nog gestegen. Nochtans hadden de socialistische beleidsmakers in die periode alle instrumenten in handen om armoede aan te pakken, ook structureel. In plaats daarvan kozen ze voor een projectmatig beleid waarin steeds maar stukjes en brokjes werden aangepakt.

De N-VA opteert voor een ander beleid, dat inzet op structurele maatregelen in alle beleidsdomeinen. En in tegenstelling tot wat Lieten suggereert, blijven we daar ook de nodige middelen voor uittrekken: “Ons budget voor armoedebestrijding blijft op 6,5 miljoen euro”, aldus Homans. “In het verleden ging er te veel geld daarvan naar onderzoek, maar dat leverde geen daling van de armoedecijfers op. Ik wil een deel van die middelen gebruiken voor structurele projecten.”

Ook de afschaffing van de OCMW-structuur zoals we die vandaag kennen, moet in de eerste plaats de efficiëntie en slagkracht van onze armoedebestrijders vergroten. Of zoals Homans het zelf formuleert: “De OCMW's verdwijnen niet, ze worden geïntegreerd binnen de stads- en gemeentediensten. Vandaag doen gemeenten en OCMW's dikwijls hetzelfde: daklozenopvang, ouderenzorg, drugpreventie. Het is beter die krachten te bundelen.” Zo komen we tot een geïntegreerd en kwaliteitsvol lokaal sociaal beleid.