Opnieuw perspectief voor IJzeren Rijn

Door Ben Weyts op 16 januari 2018, over deze onderwerpen: Mobiliteit, IJzeren Rijn, Verandering
Treinsporen

Een alternatieve ‘derde weg’ voor de IJzeren Rijn levert dezelfde kosten en baten op als het historische tracé. En dat aan de helft van de prijs. Dat blijkt uit een gezamenlijke studie van de betrokken overheden in Vlaanderen, België, Nederland, Duitsland en Noordrijn-Westfalen. “Hopelijk halen we het dossier rond de IJzeren Rijn definitief uit het slop met deze studie”, zegt minister van Mobiliteit Ben Weyts. “Want voor de Vlaamse havens is een goede bereikbaarheid van het Duitse Ruhrgebied levensbelangrijk.”

Volgens verschillende voorspellingen neemt het vrachtverkeer tegen 2030 toe met 50 procent. Onze nu al verzadigde wegen kunnen dat niet aan. Minister Weyts zet daarom stevig in op alternatieven voor wegtransport, zoals de binnenvaart én het spoor. Maar de discussie over de IJzeren Rijn-spoorverbinding met het Ruhrgebied wordt al lang verlamd door de tegenstelling tussen twee verschillende tracés. De resultaten van de nieuwe studie, die de haalbaarheid van een ‘derde weg’ bewijst – van Antwerpen via Mol en Hamont naar Roermond en Venlo en vervolgens de Duitse grens over tot in Viersen – kunnen de impasse doorbreken.

Lichtpunt in mobiliteitsdebat

De uiteindelijke kosten-batenanalyse zal trouwens nog gunstiger uitvallen voor het alternatieve tracé. De positieve gevolgen voor milieu en mobiliteit zijn immers nog niet meegenomen in de studie. “Een extra spoorverbinding met het Ruhrgebied zorgt voor minder vrachtwagens op onder andere de E17, de E19, de E313 en de E314”, besluit Weyts. “Dat is een belangrijk lichtpunt in de hele mobiliteitsdiscussie. We zetten alles op alles om vrachtwagens weg te halen van de weg. Samen met minister-president Geert Bourgeois neem ik nu het initiatief voor diplomatiek overleg dat de IJzeren Rijn definitief op de sporen moet zetten.”

Hoe waardevol vond je dit artikel?

Geef hier je persoonlijke score in
De gemiddelde score is