Nieuwe cao zet in op onderwijskwaliteit en lerarenberoep

Door Ben Weyts op 13 september 2021, over deze onderwerpen: Leerkrachten en directies

De nieuwe Collectieve Arbeidsovereenkomst ( Cao Een collectieve arbeidsovereenkomst (cao) is een geheel van afspraken tussen vertegenwoordigers van werkgevers en van werknemers, afgesloten voor een bepaalde duurtijd. De cao is een aanvulling op de individuele arbeidsovereenkomst die een werkgever en zijn werknemer met elkaar sluiten. In België maakt men onderscheid tussen een nationale cao (voor heel de economie), sectorale cao’s en bedrijfs-cao’s. cao ) in het onderwijs investeert 188 miljoen euro per jaar éxtra om de onderwijskwaliteit te versterken en het lerarenberoep aantrekkelijker te maken. “Het heeft bloed, zweet en tranen gekost, maar we mogen fier zijn op deze cao.  Elke euro zal zo renderen in de nabije toekomst”, zegt Vlaams minister van Onderwijs Ben Weyts.

Het Vlaams onderwijs kampt met grote uitdagingen. Zo gaat onze onderwijskwaliteit er al jaren op achteruit in elk internationaal onderzoek. Leerkrachten klagen aan dat ze zich te weinig kunnen toeleggen op hun echte kerntaak: lesgeven. Er dreigt bovendien een lerarentekort: voor sommige knelpuntvakken en voor de functie van schooldirecteur is het soms lang zoeken naar kandidaten. Een groot deel van de jonge leerkrachten die wel voor een klas gaan staan, verlaat het onderwijs al na enkele jaren.

Vlaams minister van Onderwijs Ben Weyts en de sociale partners uit het onderwijsveld hebben nu een nieuwe cao afgesloten. De nieuwe cao is goed voor een extra investering van 188 miljoen per jaar in meer onderwijskwaliteit en betere arbeidsvoorwaarden voor leerkrachten.

Versterking onderwijskwaliteit: extra uren en mankracht zodat leerkrachten en schooldirecteurs kunnen focussen op kerntaken

Een eerste pakket maatregelen verbetert de onderwijskwaliteit. Elke school krijgt een korf extra uren om leerkrachten meer ruimte te geven om beter te focussen op het lesgeven in de klas (52 miljoen extra per jaar). Het personeel in het kleuteronderwijs krijgt meer ruimte voor lesgeven omdat er 550 extra kinderverzorgers bijkomen, die helpen bij zorgtaken zoals toiletbezoek, omkleden en eten (23 miljoen extra per jaar). Er komen ook fors meer middelen voor de aanvangsbegeleiding van beginnende leerkrachten, zodat ervaren leerkrachten de ruimte krijgen om echt mentor te worden van iemand die zijn eerste stapjes zet in het onderwijs (10 miljoen extra per jaar). Er wordt ook stevig geïnvesteerd in de schooldirecteurs. Zo krijgen de basisscholen middelen voor de aanwerving van een beleidsondersteuner, die de schooldirecteur ontlast en ruimte geeft om bezig te zijn met het echte schoolbeleid (23 miljoen extra per jaar). Het zal ook meer lonen om de verantwoordelijkheid van schooldirecteur op te nemen: de loonspanning met een gewone leraar wordt in de komende jaren geleidelijk verhoogd naar minstens 31 procent (10 miljoen extra).

Aantrekkelijker lerarenberoep: eigen ICT-materiaal, internetvergoeding en hogere fietsvergoeding

Een tweede pakket maatregelen maakt het lerarenberoep aantrekkelijker. Leerkrachten krijgen eigen ICT-materiaal, zodat ze goed gewapend zijn voor de Digisprong: de grote digitaliseringsoperatie in het onderwijs. Om iedereen degelijk materiaal te bezorgen, wordt er bovenop de 50 miljoen uit het Digisprong-budget nog eens 37 miljoen extra vrijgemaakt. Daarnaast komt er ook een internetvergoeding van 240 euro per jaar per persoon (15 miljoen extra per jaar). De fietsvergoeding voor onderwijspersoneel wordt met 40 procent opgetrokken naar hetzelfde niveau als bij ambtenaren (4 miljoen extra per jaar).

Oplossingen voor specifieke pijnpunten

Een derde pakket maatregelen bevat oplossingen voor specifieke pijnpunten. Zo komt er een apart mandaat voor de preventieadviseur, krijgen internaten nu ook de mogelijkheden om vervangingen te voorzien bij een afwezigheid van minder dan 10 dagen, zullen inspecteurs levensbeschouwelijke vakken hetzelfde verloond worden als andere onderwijsinspecteurs en zullen schoolbesturen flexibeler kunnen omspringen met dienstvrijstellingen. De statutaire personeelsleden met de laagste lonen in het onderwijs – zoals de busbegeleiders en het poetspersoneel – krijgen een verhoogd loon, een verhoogde bestaanszekerheidsvergoeding en toegang tot de Pluspas. Er komt ook een regeling voor de vertegenwoordigers van het lokale onderwijspersoneel. Om taken uit te voeren verbonden aan het sociaal overleg, maken die personeelsvertegenwoordigers vandaag in veel scholen gebruik van BPT-lesuren (bijzondere pedagogische taken). Zo verliezen scholen deze uren en komen extra lasten terecht op de schouders van collega’s. De nieuwe regeling komt hieraan tegemoet, door uren toe te kennen voor taken verbonden aan het sociaal overleg. De BPT-lesuren kunnen dan weer ingezet worden waarvoor ze oorspronkelijk bedoeld waren. In totaal gaat het gemiddeld om één tot drie uren per week per school voor alle personeelsvertegenwoordigers samen.

Elke euro zal renderen

“Het heeft bloed, zweet en tranen gekost, maar we mogen fier zijn op deze cao”, zegt Weyts. “We geven heel gerichte impulsen voor meer onderwijskwaliteit en een aantrekkelijker lerarenberoep. Elke euro zal zo renderen in de nabije toekomst.”

De cao werd goedgekeurd door alle werknemersorganisaties, door de onderwijsverstrekkers KOV, POV en OKO en door de Vlaamse Regering. Het regelgevend proces voor de maatregelen die dit schooljaar ingaan kan nu afgerond worden. De scholen zullen dan tegen midden oktober alle gedetailleerde informatie krijgen over de extra middelen en mogelijkheden die ze krijgen dankzij de cao.

Hoe waardevol vond je dit artikel?

Geef hier je persoonlijke score in
De gemiddelde score is