Wetsvoorstel van PS’er over loonnorm legt hopeloze verdeeldheid paars-groen bloot

Door Björn Anseeuw op 24 februari 2021, over deze onderwerpen: Werken, Werk zoeken en werkloosheid, Sociaal overleg
Björn Anseeuw

Raoul Hedebouw (PTB) en Marc Goblet (PS) dienen een wetsvoorstel in om de Loonnorm De loonnorm bepaalt hoeveel de loonkosten maximaal mogen stijgen rekening houdende met de loonkostenontwikkeling bij onze voornaamste handelspartners Duitsland, Nederland en Frankrijk. Op die manier stellen we de competitiviteit van onze economie veilig. De loonnorm wordt om de twee jaar vastgelegd en fungeert als een soort omkadering van het tweejaarlijks loonoverleg in de sectoren en de ondernemingen. loonnorm los te laten en de sociale partners meer ruimte te geven voor loonsverhoging, dit naar eigen zeggen om de koopkracht te verhogen. “Terwijl dit het meest asociale voorstel is dat net duizenden jobs en dus koopkracht zal kosten”, zegt Kamerlid Björn Anseeuw, die minister Dermagne (PS) al weken lang aanspoort om de loonnorm niet los te laten en dat ook duidelijk te maken aan de sociale partners.

Onze loonnorm is gebaseerd op de loonwet van 1996. Als de loonnorm wordt losgelaten, zullen we de jobs in ons land opnieuw uit markt prijzen tegenover onze buurlanden, vreest Anseeuw. “Na een zwaar jaar zoals 2020 is het versterken van structurele werkloosheid toch het laatste wat we willen? De Zweedse regering heeft een flink stuk weggewerkt van de loonhandicap die we hebben ten opzichte van de ons omringende landen. Dat kwam de tewerkstelling in ons land alleen maar ten goede. We moeten dan ook op dit pad verder gaan, en niet kiezen voor de rechtsomkeer naar meer werkloosheid die de PS nu voorstelt.”

Koren op de molen van de vakbonden

De bal ligt al weken in het kamp van de sociale partners. Alleen komen zij niet tot een akkoord. “De vakbonden torpedeerden het sociaal overleg nog voor het goed was begonnen, net omdat ze zich zegezeker voelen. Dat de PS nu zelf een voorstel in het parlement neerlegt de loonnorm los te laten is alleen maar meer koren op de molen van de vakbonden die zich nu maar weinig constructief opstellen. Het illustreert ook treffend de verdeeldheid binnen deze paars-groene regering. Als het deze regering menens is dat men de Werkzaamheidsgraad Stemt overeen met het gedeelte van de bevolking dat werkt binnen de bevolkingsgroep op beroepsactieve leeftijd, bijvoorbeeld de 20- tot 64-jarigen. werkzaamheidsgraad wil optrekken tot 80 procent, dan maakt ze komaf met de interne onenigheid en maakt ze voor eens en altijd duidelijk aan de sociale partners dat de loonnorm niet wordt losgelaten”, besluit Björn Anseeuw.

Hoe waardevol vond je dit artikel?

Geef hier je persoonlijke score in
De gemiddelde score is