Björn Anseeuw pleit voor eengemaakte sociale inspectiedienst

Door Björn Anseeuw op 3 oktober 2019, over deze onderwerpen: Sociale fraude
vergrootglas

Kamerlid Björn Anseeuw stelt zich ernstige vragen bij de versnippering van de sociale inspectiediensten. Aanleiding is het gerechtelijk onderzoek dat is gestart naar een sociaal inspecteur van de RVA De Rijksdienst voor Arbeidsvoorziening (RVA) of Office National de l'Emploi (ONEM) is een federale openbare instelling van Sociale Zekerheid. De RVA past het stelsel van de werkloosheidsverzekering toe en bepaalt onder meer het recht op en de omvang van uitkeringen. De RVA is ook bevoegd voor bepaalde tewerkstellingsmaatregelen en voor het stelsel van tijdskrediet en loopbaanonderbreking. De Belgische federale regelgeving wordt uitgevoerd door de RVA. RVA . “Het valt op dat de praktijken pas aangepakt werden toen men bij de federale politie aan de alarmbel trok. Ik stel me dan ook de vraag of het bestaan van zeven verschillende sociale inspectiediensten bevorderlijk is voor de bestrijding van corruptie en omkoping bij sociale inspecteurs”, aldus Kamerlid Anseeuw.

Zeven sociale inspectiediensten

In België bestaan er zeven verschillende sociale inspectiediensten, die elk afzonderlijk een deel van de sociale fraude bestrijden. Elk van die sociale inspectiediensten beschikt over eigen mechanismen van interne controle. Bij de RVA is er, bijvoorbeeld, een directie Interne Controle en Procesbeheer die over de deontologie van haar medewerkers waakt.

Verleiding van omkoping

N-VA-Kamerlid Björn Anseeuw stelt zich sterke vragen bij deze versnippering. “Wie op het terrein elke dag opnieuw strijdt tegen sociale fraude, moet grondig ondersteund worden wanneer die onder druk wordt gezet, maar moet ook snel opgespoord kunnen worden wanneer die niet aan de verleiding van omkoping en corruptie kan weerstaan”, stelt Björn Anseeuw. “Daarom ijver ik voor een eengemaakte sociale inspectiedienst waarbij de schaalgrootte het wél mogelijk zal maken om een performant systeem van interne controle op poten te zetten.”

Integriteit en deontologie

“De integriteit en deontologie van diegenen die moeten controleren op sociale fraude mag nooit ter discussie staan”, benadrukt Anseeuw. “Als de burger geen vertrouwen meer kan hebben in zij die moeten toezien op de naleving van essentiële regels, is het einde helemaal zoek.”

Hoe waardevol vond je dit artikel?

Geef hier je persoonlijke score in
De gemiddelde score is