22/3 heeft wel genoeg schade veroorzaakt

Door Christoph D'Haese op 21 januari 2017, over deze onderwerpen: Politiek, Justitie
Christoph D'Haese

"Terreurslachtoffers verdienen beter dan een vaak bekrompen administratieve aanpak", zegt Christoph D’Haese in een opiniestuk in De Standaard (21/01).

In de parlementaire onderzoekscommissie naar de terreuraanslagen bleven enkele parlementsleden woensdag verbijsterd achter, ook ik. Zelden werd het zo stil in het parlement, tegen de kwalijke gewoonten in. Die middag waren we immers nederige en stille toehoorders geweest van enkele zeer pakkende getuigenissen van slachtoffers van de aanslagen van 22 maart.

Een man getuigde over de onmenselijk lange periode van onzekerheid, waarin hij vier dagen in onzekerheid leefde over het lot van zijn schoonmoeder. Uiteindelijk bleek ze omgekomen te zijn. Een moedige dame vertelde over haar 17-jarige dochter die beide benen verloor bij de aanslagen in Zaventem. Ik kan hier maar twee slachtoffers aanhalen, maar eigenlijk hakten alle vijf getuigenissen er even diep in.

Louis Paul Boon

Met hun getuigenis hebben de verenigde slachtoffers ons, politici, deze week een geweten trachten te schoppen – voor zover dat nog nodig was. Even dacht ik terug aan mijn stadsgenoot Louis Paul Boon, ooit nog genomineerd voor de Nobelprijs voor Literatuur: "Het geweten moet af en toe eens geschopt worden." Heel terecht maakten de slachtoffers een punt over de waanzinnige administratieve rompslomp waarmee zij al tien maanden kampen. En behalve de administratieve problematiek, is er natuurlijk ook nog de financiële, de fysieke en vooral de mentale impact. Elk met hun dramatische, haast existentiële klemtonen. Het ging door merg en been. Niemand in het parlementaire halfrond mag doof blijven voor de noodkreet die we in de onderzoekscommissie hoorden, en die nog wordt versterkt door wat ik de ‘gruwel van de bureaucratie’ zou durven noemen.

En we blijven niet doof. De voorzitter van de commissie 22/3 heeft, in naam van de commissie, de premier aangeschreven met de vraag om een taskforce op te richten. In de schoot daarvan zouden alle betrokken actoren rond de tafel gezet worden om een oplossing te vinden voor de slachtoffers op zéér korte termijn. De bureaucratische wereldvreemdheid die zich op geregelde momenten van de Wetstraat dreigt meester te maken – en laten we in één adem ook maar het gerechtelijke apparaat noemen – mogen we ditmaal geen kans geven. Deze keer niet. Zelf wil ik niet nog maar het risico lopen om onterecht een wereldvreemd politicus genoemd te worden.

De conclusies die zich opdringen, zijn glashelder. Het is hoog tijd dat we de manier waarop we in dit land omgaan met slachtoffers, structureel herzien en herijken. Alle slachtoffers, zonder uitzondering, verdienen respect, maar dit door terrorisme aangerichte leed is van een wel heel speciale, haast niet te vatten aard. De terreurslachtoffers verdienen veel beter dan een vaak bekrompen administratieve, bureaucratische en gerechtelijke aanpak.

Ik wil een lans breken voor een slachtofferbejegening die geschoeid is op een menselijker leest, met meer oog voor maatwerk en individuele coaching – onder meer de OCMW’s hebben hier een belangrijke taak te vervullen. Laten we welzijnswerkers efficiënter toewijzen, dát is slachtofferaanpak op maat. Heel menselijk, want heel individueel, zonder de groep uit het oog te verliezen. Een organisatie als Victim Support Europe levert waardevolle inzichten. Laten we met hen in dialoog gaan.

Paraplu bij mooi weer

Een bank is een plek waar ze je een paraplu lenen als het mooi weer is en die terugvragen als het begint te regenen. Het zijn woorden van de Amerikaanse dichter Robert Frost over het cynisme van kredietinstellingen, maar ze zijn ook toepasbaar op verzekeringsmaatschappijen. Schrijnend was de getuigenis van de man voor wie de schade in de vele tienduizenden euro’s liep, maar die door acuut geldgebrek vrede moest nemen met een dading van ocharme 12.500 euro. Verzekeringsmaatschappijen zijn geen liefdadigheidsinstellingen, maar van zo’n verregaande kilheid en overdreven winstbejag op kap van slachtoffers krijg ik een wrange smaak in de mond. Ja, dit is op de rand van het misdadige.

De hulp die op dit moment aan slachtoffers wordt geboden, is gewoon ontoereikend. Slachtoffers zouden niet bij ons moeten komen. Laten we naar hen gaan die zelfs de menselijke kracht niet meer hebben om hun vele omslagen met facturen te openen. Overheid, verzekeraars en gerecht schieten schromelijk tekort. Hoog tijd dat slachtoffers ook bij regenweer een paraplu krijgen aangeboden. Desnoods moeten regering en parlement nu maar eens écht hard op tafel slaan. Het kan echt wel anders. En vooral menselijker.

Hoe waardevol vond je dit artikel?

Geef hier je persoonlijke score in
De gemiddelde score is