Onderwijs in Brussel

Onderwijs in Brussel

Onderwijs in Brussel is een pijnpunt. Brussel is het Belgische gewest met het hoogste aantal 20-tot 24-jarigen dat geen diploma secundair onderwijs haalt. Vooral het Franstalig onderwijs presteert ondermaats.

De lage opleidingsgraad leidt tot een mismatch op de arbeidsmarkt. Niet alleen de algemene werkloosheidsgraad, maar vooral ook de jeugdwerkloosheid zijn er dan ook torenhoog.

De N-VA gaat uit van het principe dat elk kind dat les wil volgen in het Nederlandstalig basis- en secundair onderwijs, een plaats krijgt. Daarom werd de capaciteit in Brussel fors opgetrokken en ook in de toekomst moet op dit pad worden verdergegaan. Daarbij moet er een voorrangsbeleid gelden. Eerst broers en zussen; dan kinderen van personeelsleden; daarna wie Nederlands als thuistaal heeft en ten slotte kinderen van ouders die bij de Brusselkeuze voor het Vlaamse stelsel hebben gekozen.

Om pedagogische redenen wil de N-VA leerlingen die niet de vereiste Nederlandse taalkennis hebben, een taalbad laten volgen. Tevens moet er een taalscreening komen. Enerzijds bij de overgang van kleuter naar lager onderwijs en van lager naar secundair onderwijs. Maar ook bij leerlingen die zich voor de eerste maal inschrijven in het Nederlandstalig onderwijs. 

De Nederlandstalige scholen moeten worden ingebed in het lokale socio-culturele leven. Verder zet de N-VA in op de aanwerving van lokale leerkrachten die als rolmodel kunnen dienen. 

Voor studenten ingeschreven in het Nederlandstalig hoger onderwijs willen we minstens 500 extra studentenkamers bouwen.

Lees meer overBrussel