#SlimVlaanderen

slim vlaanderen
Inhoud

1. Digitalisering: waar gaat het om?

2. Het digitale rapport van Vlaanderen: goed, maar het kan beter

3. Bouwen aan een Slim Vlaanderen
3.1 Een toekomstgericht, competitief en gemeenschapsversterkend beleid
3.2 Meer doen met minder: de overheid als voortrekker
Veiligheid en privacy: Het SAVE-model van de N-VA
3.3 Regio van kansen voor denkers, durvers en doeners
3.4 Technologie: de drijvende kracht achter méér en beter werk
3.5 Recepten voor Slim Vlaanderen

3.5.1 Slimme technologie voor een Slim Vlaanderen
- Vlot verkeer
- Vlot parkeren
- Zelfrijdende auto’s, deelauto’s en deelfietsen
- Mobiliteit als een dienst
3.5.2 Meer digitalisering is meer welzijn: stappen naar een geïntegreerde zorg

Lees hier de brochure in pdf-formaat (2,56 MB).

1. Digitalisering: waar gaat het om?

We beseffen het haast niet, maar we zitten middenin de vierde industriële revolutie. Digitaal is het nieuwe normaal. Daardoor is digitaal ook overal. De digitalisering van de papiermolen stak dit proces in gang. Met de opkomst van de smartphones werd alles ook nog eens mobiel.

Vandaag staan we aan de wieg van geïntegreerde digitale systemen: alles wordt met alles verbonden via het internet. Die evolutie, ook wel bekend als het Internet der dingen Intelligente systemen waarbij allerlei objecten met elkaar verbonden worden via het internet. De objecten kunnen communiceren of data uitwisselen met andere objecten of met personen. Op basis daarvan nemen die personen dan beslissingen of worden er automatisch beslissingen genomen. internet der dingen , zal alle aspecten van onze economie en ons leven grondig veranderen.

  • Digitale technologie is overal. Steeds meer aspecten van ons dagelijks leven hebben een digitaal kantje. Van slimme horloges tot een thermostaat die weet wanneer we opstaan of thuiskomen: alledaagse producten gaan ‘slim’ om met de input van een groot aantal sensoren.
  • De digitalisering is diepgaand. Ze doet de grenzen tussen de digitale en de fysische wereld vervagen en overstijgt zelfs de grenzen van biologische systemen. Zo vormt digitalisering de voorbode van een hele golf aan veranderingen en innovaties.
  • Digitalisering gaat ongekend snel. Nieuwe digitale uitvindingen vinden steeds vlugger hun weg naar bijna alle industrietakken en huishoudens. In een oogwenk zijn ze een vast onderdeel van ons dagelijkse leven.

2. Het digitale rapport van Vlaanderen: goed, maar het kan beter

Vlaanderen doet het al goed, maar er is ruimte voor meer ambitie. Het beleid gaat nog te veel uit van de oude, analoge wereld. Dat moet veranderen. De digitale realiteit komt er niet aan, ze is er al, met zelflerende machines, Augmented reality Een techniek die een virtueel laagje over een gefilmde werkelijkheid legt. augmented reality en artificiële intelligentie. Dat vraagt om een nieuw beleid, dat antwoorden geeft op pertinente vragen over data, veiligheid en privacy. Maar ook de uitdaging van een nieuwe economische realiteit, met een veranderende arbeidsmarkt, moeten we aangaan.

  • E-government: van voorloper tot achterblijver. De Belgische overheid was een van de eerste die de klassieke papieren administratie wou digitaliseren. Het Rijksregister Een databank die alle persoonsgebonden gegevens verzamelt van iedere Belg en vreemdeling die legaal in België verblijft. Die gegevens zijn afkomstig uit het bevolkingsregister, vreemdelingenregister (bijgehouden door de gemeenten) en wachtregister (bijgehouden door de Dienst Vreemdelingenzaken). Voor het beheer ervan staat de FOD Binnenlandse Zaken in. Door het unieke rijksregisternummer kan de overheid snel en efficiënt personen identificeren en moet zij niet telkens opnieuw de gegevens opvragen bij de burger. Rijksregister zou dé referentiedatabank worden voor alle bevolkingsgegevens. Maar de vooruitgang heeft onze overheidsinstellingen ingehaald en voorbijgestoken. We zijn blijven hangen in de technologie van de jaren tachtig en negentig, die niet kan tippen aan die van vandaag.
    De wet van de traagste is hier helaas van tel: zonder de bestuurlijke complexiteit van de federale staat zou Vlaanderen verder kunnen gaan in het digitaliseringsproces. Daardoor zou het de administratieve lasten aanzienlijk kunnen verlagen. Voor zowel burgers als ondernemingen.
    Slim Vlaanderen
  • De economie 2.0 krijgt onvoldoende voet aan de grond. Het beleid past zich té langzaam aan de nieuwe bedrijfsmodellen aan, zoals e-commerce en de Deeleconomie In de deeleconomie worden goederen onderling gedeeld. Particulieren die eraan deelnemen, zijn niet uit op geld of winstbejag. Ze doen dat uit wederkerigheid. deeleconomie . Nochtans zal de toekomstige groei, ook op vlak van jobs, voor een belangrijk deel afhangen van start-ups en sterke groeibedrijven.Onze Vlaamse kmo’s hebben veel potentieel om verder te digitaliseren en zo tot wereldwijde koploper in de nieuwe economie uit te groeien. Momenteel blijft dat potentieel nog te veel on(der)benut. In onderzoek en ontwikkeling blinkt Vlaanderen nochtans uit. Alleen hangt de economische impact ervan sterk af van de overheid.
  • Onheilspellende krantenkoppen voorspellen dat robots onze jobs massaal zullen inpikken. Maar dat doemdenken gaat niet op. Integendeel, de arbeidsmarkt evolueert volop. Er komen voortdurend nieuwe jobs bij: van data-analist tot allerlei functies in de nieuwe industrie (4.0). Nieuwe vormen van werk staan of vallen met hoe snel en hoe doeltreffend de overheid de mogelijkheden van innovatie omarmt. Daarom moet ons onderwijssysteem voldoende aandacht hebben voor nieuwe vaardigheden. En daarom is het essentieel dat onze Sociale zekerheid De sociale zekerheid is in België tot nader order federaal. De belangrijkste pijlers van de Belgische sociale zekerheid zijn: de ziekte- en invaliditeitsverzekering (RIZIV), de pensioenen, de werkloosheidsverzekering en de kinderbijslagen. Daarnaast ook nog beroepsziekten, arbeidsongevallen en jaarlijkse vakantie. Sommige Vlaamse partijen ijveren al lang voor de overheveling van (grote delen van) de sociale zekerheid naar gewesten en gemeenschappen. sociale zekerheid voldoende compatibel is met de nieuwe vormen van werk.
  • Het is belangrijk die jobomslag goed te begeleiden door nieuwe vaardigheden te ontwikkelen en in te zetten op aangepast onderwijs.
  • De traditionele vakbonden zijn de kracht van de weerstand in de digitale kentering. Hun starre houding vernietigt vooral jobs. Daarmee gaan ze in tegen hun eigen missie en zetten ze zichzelf buitenspel.

Wie vasthoudt aan recepten uit het verleden, zal van de digitalisering geen succesverhaal maken. Oude recepten in een digitaal jasje steken, is evenmin een optie. Want als digitalisering een last wordt, mis je gegarandeerd de trein. Wil Vlaanderen mee de toon aangeven in de digitale wereld, dan moet het een kader voor digitale ontplooiing ontwikkelen en bestaande processen fundamenteel in vraag durven stellen.

De vorige industriële revoluties leverden ons elektriciteit, de stoommachine en de elektronica op. Tegenwoordig beschouwen we deze uitvindingen als vanzelfsprekend. We staan er zelfs niet meer bij stil hoe baanbrekend ze ooit waren. Hetzelfde zal gebeuren met de voordelen die de vierde industriële revolutie ons brengt.

3. Bouwen aan een Slim Vlaanderen

3.1. Een toekomstgericht, competitief en gemeenschapsversterkend beleid

Met deze drie basisprincipes kan en wil de N-VA de grote maatschappelijke en economische veranderingen in goede banen leiden. De N-VA zet in op een beleid dat open staat voor de toekomst, competitief is en de gemeenschap versterkt.

Toekomstgericht

In de nieuwe digitale omgeving willen we kansen losweken en kansen helpen grijpen op het vlak van leven, wonen en ondernemen, voor alle burgers en ondernemingen.

Voor meer en betere jobs. Voor meer bedrijvigheid. Om onze open Vlaamse economie te laten groeien. En onze plaats in de wereldeconomie te verzekeren en verstevigen. Daarom moeten we een versnelling hoger schakelen.

Digitalisering is niet de vijand van de socio-economische of maatschappelijke uitdagingen. We moeten de digitale mogelijkheden net volop benutten. Of het nu gaat om langer kwaliteitsvol thuis wonen of om de files te verminderen en zo mobiliteit te verbeteren.

De N-VA bouwt aan beleidskaders die verandering mogelijk maken en stimuleren. Die verandering mogen we niet tegenhouden, maar moeten we toelaten. Het gaat dus om kaders die gericht zijn op een digitale omwenteling en niet langer louter op de oude, analoge economie en samenleving.

Competitief

Onszelf verbeteren, is wat ons drijft. Onszelf – als Vlamingen in de wereld – kunnen verbeteren: daar moet de overheid borg voor staan. Dat betekent: competitief zijn en blijven, een gelijk speelveld creëren voor onze ondernemingen en een bruisend ondernemingsklimaat tot stand brengen voor onze starters en onze kmo’s.

De vrije markt is flexibel en wendbaar. Ze is niet alleen het vertrekpunt voor de uitdagingen die de digitaliseringsgolf stelt, maar biedt tegelijk het raamwerk voor de antwoorden op die uitdagingen.

De overheid omarmt de private markt om samen vooruit te gaan. De overheid en de vrije markt bieden samen de juiste antwoorden voor iedereen.

Gemeenschapsversterkend

Samen vooruitgaan. De overheid is er voor iedereen. Een slim Vlaanderen overstijgt de afzonderlijke beleidssilo’s en staat ten dienste van zijn burgers en ondernemingen. Het ontstaat niet door aparte beleidssilo’s ‘slim’ te maken.

Technologie staat ten dienste van de mens. Ze verhoogt ons comfort en versterkt ons samenleven. Ze verbindt mensen zonder onderscheid te maken. Ze versterkt zo onze gemeenschap.

slim vlaanderen

3.2. Meer doen met minder: de overheid als voortrekker

De N-VA wil een moderne en slanke overheid. Met overheidsdiensten die digitale innovaties toepassen om zich bezig te houden met hun kerntaken. Als de overheid daarin het voortouw neemt, kan ze uitblinken als dienstverlener voor de burger.

Vlaanderen kiest daarin zijn eigen weg. Alleen zo kunnen we koploper blijven binnen Europa. De weg van de N-VA vraagt dat we de fundamenten van de overheid op nieuwe pijlers zetten. Van investeren tot omgaan met personeel en het aansturen van mensen: we slaan een nieuwe weg in.

  • overheid
    De overheid heeft haar interne processen op orde, in een efficiënte organisatie die fundamenteel herdacht is. Processen herdenken zonder louter de papiermolen te digitaliseren. Digitaal is voortaan de regel, niet langer de uitzondering. Digitalisering is een continu proces van verbetering.
  • Digitale dienstverlening voor de burger. De overheid maakt een prioriteit van de best mogelijke dienstverlening aan burgers en ondernemingen. Met minder administratieve lasten en digitale interactie. Wie zijn weg digitaal vindt, wordt maximaal ondersteund. Wie meer moeite heeft met het digitale doolhof, gidsen we er samen door, met alle mogelijke middelen. Maar wel zonder een parallelle papieren dienstverlening in stand te houden.
    Als digitaal het nieuwe normaal is, kan de overheid makkelijker met iedereen rekening houden, dus ook met alle doelgroepen. Antwoorden en oplossingen geven aan de gebruiker wordt de kerntaak van de overheid. Burgers en bedrijven komen dan ook op de eerste plaats als de overheid nieuwe toepassingen ontwikkelt.
  • Vlaanderen is eigenaar van en het unieke doorgeefluik voor Vlaamse data. We zijn voor data dus niet meer afhankelijk van andere bestuursniveaus. De Vlaamse dienstenintegrator is de spil in dit verhaal.
    De N-VA is klaar om die verantwoordelijkheid te dragen. We zetten een volwaardige Vlaamse privacycommissie op poten, met door Vlaanderen aangeduide leden. De huidige federale commissie dooft uit. De privacycommissies van de regio’s kunnen confederaal wel nog samenkomen.
  • We zetten in op oplossingsgerichte marktbevraging en interactie met de markt. De overheid moet niet het warm water heruitvinden, maar de kennis benutten die op de markt aanwezig is. Ze kan ook de private sector aanspreken om zichzelf te verbeteren. Kmo’s en starters worden maximaal ingeschakeld in dat proces.
    De N-VA wil de nieuwe mogelijkheden voor aanbestedingen ten volle benutten. Als we innoverende producten en toepassingen een echte kans op slagen willen geven, is het ook belangrijk dat we komaf maken met verstikkende procedures.
    Flexibel denken zorgt voor betere en innovatieve producten, ook binnen overheden. Daarom trekt de N-VA de kaart van oplossingen die nog niet commercieel op de markt gebracht zijn. Zo zorgen we ervoor dat kleine ondernemingen ook kunnen meebieden én dat overheidsbudgetten in het lokale economische weefsel verankerd worden. De wet op de overheidsaanbestedingen moet in die zin aangepast worden.
  • Open standaarden en open data. Essentiële overheidsdata zijn op open standaarden gebaseerd. De data en metadata kunnen vrij van licentierechten gebruikt en hergebruikt worden. De OSLO-standaarden (Open Standaarden voor Lokale Overheden) zijn de leidraad voor Vlaanderen wat de interactie met en tussen de lokale overheden betreft.
    Niet-privacygevoelige of persoonsgebonden overheidsdata worden voor iedereen kosteloos en voor elk doeleinde bruikbaar en beschikbaar gesteld. Deze data werden in beginsel vergaard door publieke middelen en komen dus ook het publiek toe. Dat openstellen leidt tot tal van mogelijkheden, ter verbetering van het bestuur zelf of ten behoeve van innovatie.
    Open standaarden en open data zorgen voor leveranciersonafhankelijke technologie. Alle partners zorgen ervoor dat er geen ‘vendor lock-in’ optreedt: de overheid mag zich niet langer afhankelijk stellen van één leverancier.
"Een overheid die zich laat leiden door data maakt werk van een slim beleid."
  • janspooren
    Meten is weten, luidt het gezegde. Maar dan moet je wel correct meten. En de juiste dingen meten. Zoniet leiden onvermijdelijk foute conclusies al snel tot een fout beleid. Klassieke macro-economische indicatoren als het bruto binnenlands product ( Bbp Het bruto binnenlands product (bbp) omvat de totale productie van goederen en diensten binnen een land, zowel van bedrijven als van de overheid. De term wordt meestal gebruikt als maatstaf voor de welvaart van een land. Vandaar dat de N-VA de evolutie van het Belgische bbp nauw in de gaten houdt. Dat de Belgische staatsschuld al jaren flirt met de grens van 100 procent van het bbp en die zelfs regelmatig overschrijdt, vindt de N-VA zorgwekkend. Het legt immers een zware hypotheek op onze welvaart. bbp ) kunnen niet alles meten in de digitale wereld. Ze missen bijvoorbeeld de stijging in levenskwaliteit of welvaart die gratis digitale goederen en diensten met zich mee kunnen brengen.
    De N-VA wil werk maken van nieuwe maatstaven die in staat zijn de toegevoegde waarde en (verbeterde) levensstandaard in kaart te brengen. Deze graadmeters moeten ook de kwaliteitsverbetering door technologische ontwikkeling kunnen meten, niet alleen de productie. Alleen zo kan ons beleid, bijvoorbeeld op vlak van fiscaliteit, inpikken op de werkelijke wereld.
  • Big data in de overheid en een nieuw begin voor overheidsstatistieken. Publieke overheden moeten meer beslissingen nemen op basis van data-analyses. Niet alleen door de eigen data meer en beter te gebruiken, maar ook de gegevens die anderen hebben verzameld en verwerkt. Zo maken we een einde aan de traditionele, geldverslindende enquêtes en bouwen we de studiedienst van de Vlaamse Regering toekomstgericht uit. Het federale Statbel dooft uit.

Een uitmuntende digitale infrastructuur zorgt ervoor dat internet onze nieuwe autostrade wordt: de informatiesnelweg.

De overheid neemt de regie in handen. De N-VA vindt het belangrijk dat alle Vlamingen tegen een betaalbare prijs toegang hebben tot kwaliteitsvol internet en telecomdiensten.


Knippen in het Middenveld Het maatschappelijke middenveld is het geheel van particuliere organisaties en instellingen die de verschillende groepen, meningen en belangen in onze samenleving vertegenwoordigen. Doordat zij bemiddelen tussen de individuele burgers en de overheid, vervullen zij een belangrijke brugfunctie. De N-VA pleit als gemeenschapspartij voor een vrij en rijk verenigingsleven. Zo rekenen wij naast vakbonden en mutualiteiten ook heel wat andere verenigingen en niet-gouvernementele organisaties (ngo’s) tot het middenveld, met inbegrip zelfs van actiecomités en buurtinformatienetwerken (BIN). Meer daarover lees je hier. middenveld : het einde van de traditionele vakbonden en ziekenfondsen. Door administratieve en financiële doorgeefluiken te automatiseren en te digitaliseren, kan je enorm besparen. Dat geld wil de N-VA gebruiken om méér met minder te doen, in het belang van de burger.

De N-VA koppelt die hervorming aan een automatische rechtentoekenning. Zo komt de hulp terecht bij iedereen die er effectief nood aan heeft. En niet langer bij wie het best zijn weg vindt in de immense papiermolen.

Veiligheid en privacy: Het SAVE-model van de N-VA

privacy
De versterking van digitale veiligheid en privacy zijn een basisvoorwaarde om veilig digitaal te gaan. Veiligheid en privacy zijn géén tegenpolen. Integendeel: zonder veiligheid geen privacy. En zonder privacy geen veiligheid. En dat geldt voor het individu, maar ook voor de maatschappij als geheel.

De overheid moet garant staan voor de digitale veiligheid en privacy. De burger moet vertrouwen hebben in de overheid en in bedrijven die onze data gebruiken. Dat kan alleen als we verantwoordelijk en transparant omgaan met data. En dat gaat dus verder dan een zoveelste paragraafje in een lijstje met voorwaarden die een gebruiker moet aanvaarden.

Het SAVE-model is voor de N-VA de kern van digitale veiligheid en privacy. Dat wil zeggen: selectie, aggregatie, verantwoordelijkheid en encryptie.

  • mathiasdiependaele
    Technologie voor méér veiligheid: Blockchain Een netwerk van databases, die allemaal met elkaar verbonden zijn. Zo ontstaat één grote digitale ketting van informatie en transacties, waarbij elk onderdeel gelinkt is aan het vorige. De informatie zit dus niet in één database bij één partner. Met blockchaintechnologie kunnen financiële en andere transacties worden geregistreerd, zonder de vele tussenpersonen en de pakken administratie die nu vaak nog nodig zijn. blockchain in de overheid. Met een blockchain ontstaat een netwerk van databases die onderling met elkaar verbonden zijn. De informatie wordt dus niet in één database bijgehouden en evenmin aan één partner toevertrouwd.
    Deze technologie is nog niet volwassen, maar ze is wel de moeite waard om te onderzoeken. De enorme efficiëntiewinst is maar één voordeel. Niet alleen kan je elke handeling opvolgen, een blockchain elimineert ook de nood aan de vele tussenpersonen en de pakken administratie die nu wel nog nodig zijn (en die vooral veel geld kosten).
  • Data voor méér veiligheid. De N-VA wil de digitale mogelijkheden voluit benutten om de openbare veiligheid te verbeteren. De mogelijkheden zijn eindeloos voor hulpdiensten zoals de brandweer en de politie. Via slimme camera’s kan je bijvoorbeeld een menigte onder controle houden op festivals (‘crowd control’). En het gebruik van gelokaliseerde dataverwerking laat toe om efficiënter te reageren op noodsituaties.

savemodel

3.3. Regio van kansen voor denkers, durvers en doeners

ondernemen
Als het van de N-VA afhangt, wordt Vlaanderen dé regio waar het digitale ondernemerschap floreert: een digitale proeftuin die ondernemers en creatieve geesten alle kansen geeft om ‘the next big thing’ te ontwikkelen.

Steeds meer Vlaamse en buitenlandse starters ontstaan in of vinden hun weg naar Vlaanderen. Door zich hier te verankeren nemen starters, kmo’s en gevestigde waarden het voortouw in de ontwikkeling van nieuwe producten en nieuwe organisatie- en bedrijfsmodellen. Zo groeien zij ook internationaal door.

Vlaanderen heeft het potentieel om uit te groeien tot dé baanbreker in de geglobaliseerde digitale economie, met sleutelposities in de globale economie en wereldwijde innovatienetwerken. Wij zien Vlaanderen ook mee aan de wieg staan van nieuwe bedrijfsmodellen, industrieën en zelfs hele sectoren.

De N-VA bouwt aan een beleid dat een plaats geeft aan de digitale omwenteling in onze Vlaamse economie. We geven de nieuwe economische systemen – gebaseerd op connectiviteit, peer-2-peernetwerken, platformeconomieën, … – een plek en laten ze samensmelten met de traditionele markten.

  • Regelluwe zones vinden ook hun weg naar Vlaanderen. Wat niet uitdrukkelijk verboden is, moet kunnen, zolang dit duidelijk afgebakend wordt naar geografische ligging of thema. Overheden moeten niet enkel toelaten wat al in regeltjes gegoten is. Zo maken we van Vlaanderen een ‘go to’-zone voor innovatieve ondernemingen in plaats van een ‘no go’-zone.
  • De N-VA kiest voor een evenwichtige regelgeving die ondernemers niet verstikt. Regelluw is dus niet regelloos. We moeten behouden wat goed is, zonder al wat nieuw is af te remmen of te verbieden. Alleen zo zorgen we ervoor dat ondernemers snel kunnen inspelen op veranderende markttendensen. Alleen zo stimuleren we vooruitgang voor iedereen.
  • De opkomst van nieuwe bedrijfsmodellen geeft de mogelijkheid om bestaande wetgeving en de regelgeving in specifieke sectoren grondig te analyseren. En te knippen waar nodig. Dat doen we pragmatisch en flexibel. Bepaalde sectoren zullen floreren in een digitale wereld, andere worden met hun eigen overbodigheid en digitale destructie geconfronteerd. Maar ook de bestaande ondernemingen moeten we de kans geven om zich aan te passen. Zo zorgen we voor een gelijk speelveld.
  • lorinparys
    We bouwen Vlaanderen uit tot een competitief ecosysteem voor startende ondernemingen. Zodat Vlaamse ondernemers hier de producten en diensten van morgen kunnen ontwikkelen. We willen innovatieve starters laten groeien, ook internationaal. En tegelijk houden we hen stevig verankerd in Vlaanderen.
    Maar dan moeten we wel meer durfkapitaal aantrekken. Voor starters, maar ook om onze bedrijven te helpen groeien. We rekenen op de gezamenlijke inspanningen van het agentschap Flanders Investment & Trade (FIT), de strategische samenwerking tussen bedrijven, sectoren en onderzoekers, en de bestaande start-ups om de economische impact van innovatie de komende jaren gevoelig te doen stijgen.
    De N-VA wil de bestaande publieke kapitaalfondsen versterken. Maar we willen vooral mogelijk maken dat bedrijven snel en internationaal kunnen doorgroeien. Dat is een must in een competitieve, globale wereld. Ondernemers die in Vlaanderen als eerste met een innovatie op de proppen komen, moeten dat voordeel kunnen uitspelen. Maar groeien kost geld en dat is niet altijd eenvoudig voorhanden.
    Deelname aan (semi)publieke accelerator- of incubatorprogramma’s mag geen vrijbrief zijn voor de uitverkoop van de eigendommen om de aandeelhouders tevreden te stellen.
    We willen starters ook aanmoedigen om aan gerichte start-up- en technologieconferenties deel te nemen. Zonder het bestaande ondersteuningspakket te versnipperen.
    Het is essentieel dat de Europese digitale eengemaakte markt, die al deels bestaat, vervolledigd wordt. Zo kunnen Vlaamse kmo’s al minstens op basis van eengemaakte regels die markt in ijltempo veroveren.

In de economie 4.0 strijdt iedereen met gelijke wapens:

  • De N-VA werkt binnen de OESO De Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OESO), opgericht in 1961 als uitvloeisel van het Marshallplan, is een samenwerkingsverband van 34 landen om sociaal en economisch beleid te bestuderen en te coördineren. De aangesloten landen proberen hun gezamenlijke problemen op te lossen en hun internationaal beleid onderling af te stemmen. Om vergelijkende analyses te doen, verzamelt de organisatie ook statistische informatie. Die OESO-analyses zijn voor de N-VA een waardevolle basis om het beleid aan af te toetsen of het zelf mee vorm te geven. OESO actief mee aan meer fiscale rechtvaardigheid in de internationale handel en de digitale economie. We verweren ons tegen agressieve internationale fiscale planning en belastingontduiking. We willen dat er meer belastingen geheven worden op die plekken waar internationale ondernemingen hun waarde effectief genereren.
  • Nieuwe vormen van marktdominantie en marktverstoring pakken we daadkrachtig aan. Dat betekent ook dat we een moderne definitie moeten formuleren voor wat marktdominantie, marktverstoring en anticompetitief gedrag inhouden. Niet alleen de grootte van een bedrijf doet er in de 21ste eeuw toe: waakhonden moeten ook de transactiewaarde of de omvang van de gegevens die het bedrijf beheert mee in acht nemen.
    bertmaertens
  • De concurrentie optimaal bevorderen is ook een opdracht voor controle-instanties zoals de mededingingsautoriteit, die meer ‘digital minded’ moeten worden. Dat kunnen zij onder meer door gerichte onderzoeksmethoden te gebruiken, de marktdynamiek te analyseren of algoritmen te ontwikkelen die prijsevoluties in de gaten houden.
  • Platformeconomieën en online marktplaatsen zijn nodig om de markt écht vrij te houden. Vrije toe- en uittreding op de markt is essentieel voor de Vlaamse ondernemingen. De N-VA maakt werk van de meeneembaarheid van data voor actoren die de platformen als afzetkanaal gebruiken.

Vlaamse bedrijven en kennis liggen aan de basis van de innovatieve producten en diensten van vandaag en morgen. De N-VA wil dat bedrijven de economische opportuniteiten grijpen van investeringen in onderzoek en ontwikkeling in Vlaanderen.

  • De N-VA zet het O&O (onderzoek en ontwikkeling)- en handelsbeleid meer dan ooit naast elkaar. Zo positioneert Vlaanderen zich nog meer als technologisch innovatieve regio en industriële hotspot. De Vlaamse industriële sterkhouders en strategische onderzoekscentra moeten dus hun krachten bundelen. Ook Vlaamse technologieambassadeurs spelen in dat proces een belangrijke rol. De internationale samenwerking tussen het FIT en de clusters of bedrijvennetwerken wordt eveneens intenser.
  • Vlaanderen krijgt alle beleidsinstrumenten en hefbomen in handen om een gericht innovatie- en ondersteuningsbeleid te voeren. De N-VA behoudt de norm om drie procent van het bbp aan O&O te besteden. Het is essentieel dat het private aandeel in de Vlaamse O&O-investeringen omhoog gaat en diverser wordt. Daarom moeten we de fiscale stimulansen voor O&O ook verder uitwerken.
    De N-VA maakt komaf met exuberante subsidieratio’s als 70 procent. Het ideale steunpercentage ligt tussen de 30 en maximaal 50 procent. Publieke steunprojecten in digitale innovaties zijn vraaggestuurd, ‘open source’-gebaseerd en erop gericht een hefboom te zijn in het economisch weefsel.
  • Het potentieel om wetenschappelijk onderzoek een commercieel verlengstuk te geven, moet beter benut worden. Universiteiten en kennisinstellingen denken continu na over dat valorisatiepotentieel en hoe ze het wetenschappelijk onderzoek in Vlaanderen kunnen verankeren en een commerciële waarde geven. Dat proces is niet vrijblijvend.
    anneleenvanbossuyt

    Wat het O&O-budget betreft, moeten we eerst het Europese kader bekijken, dan pas het Vlaamse. We benutten de Europese opportuniteiten voor O&O optimaal. Vlaanderen moet zich niet toespitsen op alle fasen van de innovatiecyclus. Wel kunnen we de Europese lacunes opvullen en ons concentreren op de eigenheden van de Vlaamse economie.
  • Vlaanderen is de drijvende kracht achter het nieuwe Europese subsidiekader als kmo-instrument op Vlaamse maat. De N-VA wil de Europese subsidies toegankelijker maken voor kmo’s en daarbij de belangen van de Vlaamse ondernemers vrijwaren. Zo wil de N-VA een verhoging van het Europese budget voor O&O via een verschuiving van de middelen, een evenwichtigere mix van open en meer beschrijvende aanbestedingen en een Europese ‘cloud’ van wetenschapsdata.
    Een nieuwe toekomst voor de maakindustrie in Vlaanderen plaveit de weg naar industrie 4.0. Gevorderde nieuwe productietechnieken zorgen niet alleen voor hernieuwde groeikansen voor de bestaande maakindustrie, maar ook voor nieuwe industriële activiteiten. Via Reshoring Het terughalen van industriële activiteiten naar Vlaanderen. Het tegenovergestelde van offshoring, het uitbesteden van die activiteiten naar lageloonlanden. reshoring brengen we industrieën uit lageloonlanden terug naar Vlaanderen.
    Nieuwe productietechnieken verhogen de productiviteit en daarmee de aantrekkelijkheid van de Vlaamse economie bij investeerders. Volgens de OESO is productiviteit bepalend voor economische groei. Tachtig procent van onze groei zal tegen 2060 van die productiviteitsstijging afhangen.
  • Investeren in slimmer werken, ondersteund door technologie. Technologie en mens kunnen op elkaar inwerken en elkaar versterken. Zo kunnen ondernemingen de kracht en precisie van nieuwe technologie combineren met de flexibiliteit en het probleemoplossend vermogen van de mens.
    De N-VA wil dat de Vlaamse overheid actief inzet op de mogelijkheden die slimmer werken biedt voor het Vlaamse industriële weefsel: ook de Vlaamse werkvloer moet ‘machine learning’, artificiële intelligentie en augmented reality omarmen.
  • Werk maken van de geconnecteerde productieomgeving en logistieke keten. Zo kunnen we Vlaanderen meer duurzaam verankeren in de digitale en fysieke productiestromen. Dat is essentieel voor een kleine en open economie als de onze, die gericht is op de wereldmarkt.
    Voor Vlaanderen is het belangrijk dat de wereldwijde productieomgeving gebaseerd is op open standaarden en open data. Interconnectiviteit is essentieel. Vlaanderen zal die standaarden niet bepalen, maar moet wel in staat zijn om snel en flexibel ernaar om te schakelen.
  • Onbekend is onbemind: tonen en bekendmaken van de technologische mogelijkheden. Dat is een voorwaarde voor de aanpassing aan het nieuwe normaal. We moeten niet terugdeinzen voor technologische vooruitgang, maar net ervoor zorgen dat nieuwe technologieën ingang vinden op de werkvloer, zeker bij onze Vlaamse kmo’s.

3.4. Technologie: de drijvende kracht achter méér en beter werk

werk
De N-VA past voor horrorscenario’s over massale werkloosheid en het einde van (betaalde) arbeid. Robots of artificiële intelligentie maken de werknemer niet overbodig. Jobs zijn altijd in beweging. Aan ons om de nieuwe digitale vaardigheden en functies of jobonderdelen mee vorm te geven.

De N-VA wil technologie omarmen als springplank naar méér en beter werk. Als bron van productiviteitsverhoging ook. En als instrument om hogere welvaart te creëren. Technologie is bovendien een hulpmiddel om ergonomie en arbeid hand in hand te laten gaan en om werkbaar werk te creëren.

Met de N-VA ondergaat de arbeidsmarkt niet zomaar de technologische vooruitgang. Integendeel: wij werken actief mee aan innovatieve arbeidsorganisaties en geven ze mee vorm. Het nieuwe arbeidsmarktmodel zal flexibel en dynamisch zijn, niet langer statisch.

  • Ons arbeidsmarktbeleid vertrekt van vaardigheden en functies, niet van jobs. Mensen moeten nieuwe en complementaire vaardigheden kunnen ontwikkelen, zoals ook iedereen zijn of haar eigen sterktes moet kunnen ontplooien. Mens en digitale techniek zijn complementair: net door nieuwe ontwikkelingen kunnen ze beter samenwerken en ontstaat een wisselwerking. Onbekend maakt onbemind, en leidt in dit geval vooral tot onontgonnen potentieel.
    andriesgryffroy
  • Een consequente arbeidsmonitoring laat overheden, ondernemingen en het onderwijs toe zich te focussen op de ontwikkeling van de gepaste competenties. De jobs van morgen kennen we nog niet. Maar je kan er zeker van zijn dat ze in ieder geval technologische bagage en specifieke vaardigheden vereisen die deze van de traditionele sectoren overstijgen.
  • We kunnen transitieperiodes één stap voor zijn door extra aandacht aan opleiding en heroriëntatie te geven. Mét een verlaging van de arbeidslasten. In sommige periodes zal de omschakeling van de oude job naar de 4.0-variant in een stroomversnelling komen. De N-VA wil daarop voorbereid zijn.

Werken mogelijk maken: daar begint alles mee. Nieuwe, flexibele vormen van werk en arbeidsmodellen bieden tal van kansen. Maar dan moet die mogelijkheid ook effectief aangeboden worden.

  • De N-VA wil die nieuwe vormen van werk compatibel maken met het arbeidsmarktbeleid, met onze welvaart en met onze sociale zekerheid. We steunen daarvoor op vier centrale pijlers:
  1. Flexibiliteit: We maken een einde aan de incompatibele vormen van werk en werkstelsels. Wie nu afwijkt van het standaardmodel, met name één hoofdjob, en zelf zijn inkomen samenstelt, wordt daarvoor afgestraft. Dat kan niet langer de bedoeling zijn.
  2. Veiligheid: Nieuwe vormen van werk moeten aansluiten bij de sociale zekerheid.
  3. Actief arbeidsmarktbeleid: Nieuwe vormen van werk, ook binnen peer-2-peernetwerken, bieden voordelen op het vlak van werk en sociale of maatschappelijke participatie. Tegelijk bieden ze kansen aan personen van wie de competenties niet worden erkend op de gewone arbeidsmarkt.
  4. Duurzame inzetbaarheid: We willen het mogelijk maken dat een werknemer binnen zijn of haar tewerkstellingsovereenkomst voor bepaalde tijd elders aan de slag gaat. Zo kan hij of zij in een andere omgeving ervaring opdoen en andere competenties en vaardigheden ontwikkelen.

De N-VA maakt werk van een statuut voor de freelancer. Het statuut van zelfstandige in bijberoep krijgt een grondige renovatie en wordt geoptimaliseerd. Er zijn te veel anomalieën, zoals sociale bijdragen die wel betaald worden, maar waarmee je geen extra sociale rechten opbouwt. Die zijn dus louter een solidariteitsbijdrage.


De N-VA wil het ontluikend ondernemerschap actief aanmoedigen. De scheidingslijnen tussen zelfstandigen en werknemers vervagen in de nieuwe economie. Zeker als we switchen tussen jobs makkelijker willen maken en iedereen langer, tevreden en zinvol aan het werk willen houden, is het belangrijk dat we de socialezekerheidsbijdragen tussen werknemers en zelfstandigen gelijkschakelen. Dit maakt het mensen eenvoudiger om te wisselen van ondernemerschap naar werknemerschap en omgekeerd.


De N-VA moedigt actief nieuwe vormen van coöperaties aan. Daarin kunnen dienstverleners en werknemers zich organiseren. Ze zijn een echte partner in het begeleiden van mensen naar werk. Deze coöperaties helpen bijvoorbeeld freelancers bij hun administratie. Of ze bemiddelen met platformeconomieën, om zo de slechte onderhandelingssituatie over (loon)voorwaarden van individuele dienstverleners te verbeteren.

peterdedecker

Onderwijs is de bakermat om de digitale competenties van iedereen te ontwikkelen: van jong tot oud, van laag- tot hoogopgeleid.

De N-VA wil een onderwijsbeleid dat zich aanpast aan de arbeidsmarkt. Het onderwijs moet het voortouw nemen in (her)scholing, opleiding en levenslange vorming. Kortom: we zetten in op een onderwijsbeleid dat iedereen voorbereidt op de job van morgen, niet die van gisteren.

Volgens het Wereld Economisch Forum (2016) zal 65 procent van de kinderen die vandaag opgroeien, een job uitoefenen die nog niet bestaat. Dat vraagt een nieuwe benadering. Daar zorgt de N-VA voor.

  • We maken werk van een onderwijssysteem dat innoveert en waarin ook de lessen zelf vernieuwend zijn. Zo hopen we jongeren actief te begeleiden naar studierichtingen waarin hun talenten kunnen bloeien. Met aandacht voor de behoeften op de arbeidsmarkt.
  • Jongeren willen we al vroeg in hun schoolse carrière warm maken voor de STEM-richtingen, die een waaier aan technologische en exacte wetenschappen bundelen. Daarbij focussen we op vaardigheden die passen in een omgeving van flexibilisering en digitalisering.
  • Meer aandacht moet ook gaan naar de samenwerking tussen bedrijven en scholen. Om professionals op te leiden tot specialisten, moeten we bijvoorbeeld niet-conventionele onderwijsvormen toelaten. Ook als volwaardig deeltraject binnen een opleiding. Denk aan peer–2–peeronderwijs (dat de verhouding leraar-leerling helemaal overhoop gooit), aan gepersonaliseerd onderwijs en opleidingen op afstand.
  • Want leren omgaan met technologie zal noodzakelijk zijn voor iedereen. In elke toekomstige functie zit een groeiende ICT-component. De meest gehanteerde talen wereldwijd zijn niet het Engels of het Chinees, wél universele programmeertalen als Java, C en Python. De N-VA pleit ervoor om ook kinderen programmeertalen aan te leren. We moeten ervoor zorgen dat elk kind mee op die digitale boot zit. Anders lopen we het risico dat minder begunstigde kinderen al vroeg in hun leven achterophinken.
  • Leerkrachten moeten de juiste instrumenten in handen krijgen om de digitale vaardigheden van morgen aan te leren. Een diepgaande wisselwerking tussen het werkveld en het onderwijs lijkt daarbij de goede weg om te bewandelen.

Levenslang leren is de sleutel om de eigen talenten vorm te geven. Dat vergt een inspanning van iedereen. En een nieuwe mentaliteit en verantwoordelijkheid om vaardigheden te onderhouden en te blijven ontwikkelen.

Levenslang leren betekent een cultuuromslag. Onderwijs is niet langer iets van het middelbaar onderwijs, de hogeschool of universiteit, maar een voorwaarde voor kwaliteitsjobs, individueel welzijn en jobtevredenheid.

  • Iedereen moet de juiste hefbomen in handen krijgen om zijn eigen traject van levenslang leren ook effectief te doorlopen. Te lang was levenslang leren enkel weggelegd voor hogeropgeleiden. Ook bijvoorbeeld tijdskrediet of thematische verloven waren voornamelijk afgestemd op die doelgroep. Vooral naar de midden- en laagopgeleiden moeten we een inhaalbeweging maken.
    levenslang leren
  • Levenslang leren moet leiden tot een open, dynamische arbeidsmarkt. Een gesloten arbeidsmarkt is uit den boze. Daarbij moeten we nieuwe en extra erkenningen voor de uitvoering van een beroep koppelen aan bijscholing.
  • We gaan uit van vaardigheden waar een reële vraag naar is,en die worden aangeleerd op de werkvloer. Mensen kunnen het beste leren uit de praktijk en hun competenties ontwikkelen op de werkvloer.
  • Levenslang leren is een gedeelde verantwoordelijkheid van werknemer en werkgever. We hervormen de sectorale ondersteuningsfondsen, de fondsen voor vorming en de  tewerkstellingsbudgetten van risicogroepen.
    De N-VA wil die budgetten openstellen voor niet-traditionele sectoren, zoals digitale economie, en specifieke vaardigheidsprofielen. Niet langer alleen beroepsfederaties en aanverwante instellingen kunnen de bestedingen doen. Het beheer trekken we weg bij de sociale partners. Een hervorming van het volwassenenonderwijs dringt zich op. Dat moet zich meer richten op de werkenden en meer aandacht hebben voor nieuwe vaardigheden.
  • Overheden moeten kleinere ondernemingen overtuigen van de noodzaak en het nut van levenslang lerende werknemers. De ‘high-performance workplace’ leidt tot productievere werknemers, die meer tevreden zijn over hun job.
    Vaardigheden ontwikkelen, bijhouden en uitbouwen moet ook doeltreffend gebeuren op de werkvloer. We moeten de verworven kennis van wie duaal leert en werkt maximaal activeren. Zeker als daar steunmaatregelen tegenover staan.

3.5. Recepten voor een Slim Vlaanderen

3.5.1. Slimme technologie voor een Slim Vlaanderen


De Slimme stad Een stad waar IT in de fysieke infrastructuur en architectuur verweven zit. De toepassingen van het internet der dingen worden gebruikt om de stad te beheren en besturen. Op die manier kan de levenskwaliteit in de stad er sterk op vooruitgaan. Slimme Stad

Slimme stad

We zullen anders gaan leven in de toekomst. We gaan met meer in de stad wonen. Maar we willen ook graag in het groen wonen. En liefst niet te lang in de file staan. Slim gebruikmaken van de ruimte wordt om meer dan één reden dus een noodzaak.

De N-VA wil de digitalisering aangrijpen als drijfveer en oplossing om het (samen)leven aangenamer, leefbaarder en efficiënter te organiseren.

“Smart Cities zijn plaatsen waar IT in de infrastructuur en architectuur van een stad verweven wordt. Door de informatie die we verkrijgen uit realtime data van objecten en personen kunnen we sociaal-economische en milieuproblemen aankaarten.”  Pieter Ballon (imec) op TechPulse

We kunnen data en digitale technologie inzetten voor minder files en een betere mobiliteit. Onze verkeersstromen leveren ons een schat aan waardevolle data. De N-VA wil dat die ook gebruikt worden.

A. Vlot verkeer

Realtime data leren ons waar de huidige en zelfs de toekomstige files staan. Wegenwerken of een ongeval? De gps-stem van de toekomst zal een gids op maat zijn, met rechtstreeks gepersonaliseerde aanwijzingen. Overheden moeten dus niet in het wilde weg elektronische borden installeren. Enkel op drukke hoofdassen kunnen die een toegevoegde waarde bieden, want niet iedereen heeft een persoonlijke assistent in de wagen.

B. Vlot parkeren

Een groot aantal van de auto’s die rondrijden in de stad is op zoek naar een parkeerplaats. Via sensoren en parkingapps kunnen we dat zoekend verkeer elimineren. Je krijgt rechtstreeks informatie over welke parkeerplaatsen nog vrij zijn. Het is zelfs mogelijk om die plaatsen digitaal te reserveren en te betalen. Zo word je direct naar je parkeerplaats geleid, zonder te moeten zoeken. Zowel de autogebruikers als de stadsbewoners winnen daarbij.

annickderidder
C. Zelfrijdende auto’s, deelauto’s en deelfietsen

Zelfrijdende auto’s maken onze verplaatsingen nog comfortabeler. Wanneer het systeem echt op punt staat, hoeft de tijd in de auto zelfs geen verloren tijd meer te zijn. Maar om dat alles veilig en efficiënt te maken, is enorm veel data-analyse nodig. Ook de capaciteit van onze auto’s kan veel beter benut worden. Vandaag staan auto’s voornamelijk leeg en stil. Systemen met deelauto’s winnen echter aan populariteit en verminderen de noodzaak om zelf een (tweede) auto aan te schaffen. En nog meer dan op de auto moeten we inzetten op het potentieel
van de (elektrische) fiets. Deelfietssystemen zijn nu al een groot succes. Zij maken van Vlaanderen een grote fietsmetropool.

De huidige technologieën vervagen de grens tussen autoverkeer en openbaar vervoer nu al. Tal van initiatieven trachten de afstand tussen beide verder te overbruggen. Uber, bpost en BlaBlaCar laten je toe passagiers op te pikken, pakjes weg te brengen en de auto te delen.

D. Mobiliteit als een dienst

Mobiliteit is een middel om van punt A naar punt B te geraken. Voor veel mensen maakt het niet zoveel uit met welk vervoersmiddel dat gebeurt. Als het maar snel, betrouwbaar en comfortabel kan. Mobiliteit kan je dus benaderen als een dienst. Finland is de pionier van het concept ‘mobility-as-a-service’. Je koopt dan een verplaatsing in plaats van een zitje in een bepaald vervoersmiddel. Hoe werkt het? Een app verzamelt alle mogelijke vervoersmiddelen. Voor de ene verplaatsing zal de tram meer aangewezen zijn, voor een andere de deelfiets en voor nog een andere de auto. Als abonnee kan je van al die vervoermiddelen gebruikmaken zonder er zelf eigenaar van te zijn.

Technologie is nuttig voor meer verkeersveiligheid, maar niet zaligmakend. Zo zullen ledstrips aan oversteekplaatsen het verkeer niet veiliger maken. Het zijn verkeerslichten in de grond. Digitalisering mag niet leiden tot een gebrek aan aandacht in het verkeer. Dat geldt des te meer bij het gebruik van smartphones.

3.5.2. Meer digitalisering is meer welzijn: stappen naar een geïntegreerde zorg

verzorgen
Digitalisering is een middel om meer welzijn te creëren en een geïntegreerde zorg te bieden. Dat heeft een zorgverlening van betere kwaliteit als resultaat. Een zorgverlening waarin de patiënt centraal staat en hij of zij mee kan beslissen over het zorgtraject. Maar ook voor zorgverleners biedt digitalisering voordelen. Omdat nieuwe technologie hen ondersteunt in repetitieve handelingen, kunnen zij zich focussen op hun kerntaken.

De N-VA meent dat je op vier vlakken een grote vooruitgang kan boeken binnen een moderne gezondheidszorg. Vlaanderen moet mee aan die kar trekken. Want de investeringen van vandaag zijn de baten van morgen.

Om die kansen op een betere zorg en meer welzijn te grijpen, is er nood aan een nieuw zorglandschap.

  • In het Vlaamse zorglandschap wordt technologie volop omarmd. De overheid stimuleert preventie en streeft naar geïnformeerde burgers die bewust omgaan met gezondheid. Aangezien Vlaanderen investeert in preventie, komen de baten daarvan ook toe aan Vlaanderen.
  • Een doordachte financiering maakt technologische vooruitgang mogelijk. Zowel de patiënt als de zorgverlener zijn gebaat bij een betaalmodel dat gedreven wordt door goede kwaliteit en goede prestaties. De N-VA stapt af van de technische en prestatiegerichte vergoedingen. In de plaats willen wij een betaalmodel dat artsen, ziekenhuizen, apothekers en de farma-industrie stimuleert en op hun verantwoordelijkheden wijst om kwaliteit en efficiëntie te verhogen in de zorgverlening.
    Een nieuw vergoedingsmodel geeft een volwaardige plaats aan elektronische en mobiele gezondheidszorg. Het integreert telemonitoring en e-consultaties als volwaardig onderdeel in de Vlaamse zorg. Technologie kan gezondheidszorg toegankelijker maken, bijvoorbeeld door consultaties op afstand uit te voeren, via de telefoon of een webcam. Zo verklein je de drempel voor de patiënt om zich te informeren over zijn gezondheid.
  • We geven ook een nieuwe invulling aan ziekenhuizen als zorginstelling. Technologie maakt het namelijk mogelijk om de zorg te organiseren rond de patiënt. Dat is volgens ons het logische vertrekpunt. Dankzij hoogtechnologische draagbare toestellen kan je veel zorgtaken op een betere en aangenamere manier thuis doen. De beweegreden die ziekenhuizen nu nog hebben om mensen te laten overnachten via de dagvergoeding moet verdwijnen.
    yoleenvancamp
  • Een nieuwe rol voor ziekenfondsen: de N-VA centraliseert de terugbetalingen in de zorgverstrekking en haalt ze weg van de ziekenfondsen. Die centrale dienstverlening gebeurt niet alleen automatisch, maar ook met automatische rechtentoekenning. Zo kunnen ziekenfondsen zich toeleggen op hun kerntaak: de rechten van de patiënt mogelijk maken en bewaken.
    Ziekenfondsen moeten zelf geen zorg aanbieden. Allerhande apps ontwikkelen of bevolkingsonderzoeken opzetten, is ook hun taak niet. Deze door de overheid gesubsidieerde instellingen moeten het warm water niet heruitvinden. Definieer en communiceer de noden, controleer en stuur bij waar nodig: dat is de insteek van de overheid.
  • We gebruiken Vlaamse data voor een betere volksgezondheid. Deze gegevens worden centraal beheerd en anoniem gemaakt. Het gaat hier om data van onze overheden zelf, aangevuld met betrouwbare gezondheidsapplicaties. De N-VA wil dat die data consequent worden geregistreerd en systematisch bijgehouden. Het spreekt voor zich dat zij onder geen enkel beding in handen van verzekeringsmaatschappijen mogen vallen.
    Datasets die met elkaar kunnen spreken, laten toe om de gezondheidsuitdagingen in kaart te brengen. Zweden doet dat al decennia en kan zijn bevolking zo een betere zorg bieden. Tegelijk heeft dat land de jaarlijkse groei van de gezondheidsuitgaven laten dalen met 4,1 à 4,7 procent, of 7,8 miljard euro op tien jaar tijd.
  • Vlaamse investeringen in Onderzoek & Ontwikkeling (O&O) voor gezondheidstoepassingen zijn meer dan ooit nodig. De combinatie van biotechnologie en nano-elektronica is hierbij essentieel. Vlaamse bedrijven en onderzoekscentra, zoals imec en het VIB, behoren op dat vlak tot de wereldtop. Met de N-VA is ook die Vlaamse O&O-toekomst verzekerd.
    peterpersyn
  • In één groot en meeneembaar medisch eID wordt de hele historiek van het zorgtraject van iedere burger, over heel Vlaanderen, gebundeld. Die elektronische identiteitskaart moet altijd gebaseerd zijn op open standaarden. Je moet ze ook kunnen meenemen, zodat patiënten en geassocieerde ziekenhuizen of zorgverleners niet afhankelijk worden van één aanbieder. En vooral: zodat iedere patiënt zonder administratieve struikelblokken een compatibel patiëntendossier heeft, bij eender welke arts of zorginstelling.
    Dat medisch eID moet ook opengesteld worden voor de patiënt zelf, zodat hij beter geïnformeerd kan worden. Die toegang is niet absoluut, maar moet hem in de eerste plaats inlichten over zijn individuele zorgtraject. Zo kan het zorgpersoneel gerichter met patiënten communiceren. Op basis van een ziektebeeld kan het systeem bijvoorbeeld automatisch patiëntenbrochures verdelen of relevante medische informatie en tips aanreiken.
    Het Globaal Medisch Dossier (GMD) wordt de standaard voor alle patiënten. Alleen zij die dat uitdrukkelijk niet wensen, moeten dat aangeven via een opt-outsysteem.
    De N-VA staat ervoor open om de versleutelde data van het medisch eID ook toe te voegen aan de elektronische identiteitskaart. Dan kijken we met name naar gegevens die in gevallen van nood aangewezen zijn, zoals epilepsie, allergieën of diabetes.

Het bos door de bomen blijven zien in AppLand

Wearable devices Wearable devices (wearables). Kleine compacte computers die verwerkt zijn in kledingstukken en accessoires die je op of in het lichaam kan dragen. Wearable devices , sensoren en apps: de N-VA wil ze omarmen in het zorgtraject, maar stelt duidelijke voorwaarden. Zo moeten ze wetenschappelijk onderbouwd en gevalideerd zijn. Ook moeten ze betrouwbaar zijn én een duidelijke meerwaarde bieden, tegen een redelijke kostprijs. Alleen dan kunnen ze opgenomen worden in het zorgtraject.

Een applicatie is maar betrouwbaar als ze effectief gecontroleerd is op de medische inhoud. Daarom moeten we werk maken van een duidelijk keur- en kwaliteitsmerk. Het gaat dan in de eerste plaats om garanties voor security, privacy, accuraatheid en betrouwbaarheid.

sport
Lifestyle apps: Van stappentellers tot slaapmeters:
wellness-apps kunnen gezondheidsproblemen voorkomen en een gezonde levensstijl bevorderen. De N-VA staat echter terughoudend tegenover lifestylegadgets die naar ‘echte’ medische toepassingen evolueren, zonder dat die wetenschappelijk onderbouwd zijn.

De N-VA wil ook vermijden dat wellness leidt tot overdreven gevoeligheid voor (mogelijke) ziektes of zelfdiagnose, waarbij iedereen zijn eigen dokter gaat spelen. Een slecht gebruik van die apps kan aanleiding geven tot massale hypochondrie. De nieuwe realiteit waarin we omgaan met de eigen gezondheid en medische data gaat ook hand in hand met een nieuwe verantwoordelijkheid.

“Meten is weten. En data vormen een essentieel element voor wie zijn eigen, fitte verhaal wil schrijven. De app is het stuur en geeft de mogelijkheid om zelf te sturen en de gezondheid zelf in handen te nemen. Maar dan moet dat wel verantwoordelijk en onderbouwd gebeuren.”

Ethiek en technologie.
De ontwikkelingen in de digitale technologie bieden – zoals elke ontwikkeling in onze voortschrijdende wetenschap – grote mogelijkheden. Maar ze openen ook de deur voor grote risico’s. Het is eigen aan de mens om nieuwe technologie ten kwade te gebruiken. Sommige partijen of politici grijpen de digitale revolutie aan om de controle van de staat op het individu te versterken. De N-VA wil het individu echter net meer vrijheid geven om zijn leven uit te bouwen. Daarbij zullen we rekening moeten houden met de privacy en de individuele vrijheid.

Ook de technologie zelf plaatst ons voor heel wat morele dilemma’s. Neem bijvoorbeeld een technologie als gelaatsherkenning: wat als een robot over te beperkte gegevens beschikt om mensen als ‘mensen’ te herkennen? Of als hij bepaalde huidskleuren gemakkelijker herkent dan andere? En wat met robots die moeten beslissen over leven en dood? Er zijn nu al zelfrijdende wagens die bij bepaalde obstakels kunnen stoppen, maar wat als die moeten kiezen tussen het aanrijden van een voetganger of een andere wagen? Hoe zelfstandiger machines worden, hoe groter de nood wordt aan een set algemene regels waaraan zij zich dienen te houden.

Bij zulke dilemma’s is kennisverzameling bovendien cruciaal. Bij ongevallen dienen het slachtoffer of de nabestaanden over alle informatie te beschikken. Een ‘black box’ die alle gegevens over de activiteiten van de robot bijhoudt, moet ons toelaten te beslissen welke robots actief kunnen blijven en welke niet.

Wie is finaal verantwoordelijk als er iets fout gaat: de eigenaar, de producent of een derde speler? Bovendien, wanneer robots in staat zijn bij te leren, wie is er dan nog verantwoordelijk voor hun gedrag? Artificiële intelligentie kan mooi zijn, maar hoe beschermen we ons tegen foute ‘artificiële keuzes’?