Zwerfvuil verdraagt geen halfslachtige aanpak

20 maart 2018, over deze onderwerpen: Belastingen, Lokale overheid, Leefmilieu, Afval, Minderjarigen

100 tot 150 miljoen euro. Zoveel kost de aanpak van zwerfvuil aan de gemeenten. Jaarlijks. “Zwerfvuil is een ernstig probleem”, zeggen volksvertegenwoordigers Wilfried Vandaele en Matthias Diependaele.

“We komen met voorstellen om dit probleem aan te pakken en een duurzaam beheer van grondstoffen en afval te realiseren. Statiegeld voor blik en PET-flessen volstaat niet. We willen het goed ingeburgerd inzamelsysteem van de PMD-zak niet op de helling zetten, maar kiezen voor een ambitieuze uitbreiding ervan. Enkel ambitieuze doelstellingen voor de producenten kunnen het verschil maken en daarom leggen we een resultaatsverbintenis op tafel.”

Wilfried Vandaele kent de problematiek maar al te goed. “Zwerfvuil moet aangepakt worden: afval hoort in de vuilbak en plastic is te waardevol om weg te gooien, daarom zetten we in Vlaanderen al decennia sterk in op recyclage. Met resultaat, want Vlaanderen staat aan de Europese top met het bestaande systeem. Dat willen we niet op de helling zetten voor een drempelverhogend statiegeldsysteem dat niet sluitend is, dat de consumptieprijs voor drank verhoogt voor iedereen en dat de kleine buurtwinkel benadeelt. Laat ons behouden wat goed is maar ambitieuzer zijn voor de inzamelratio.”

Matthias Diependaele, Vlaams fractievoorzitter voor de N-VA, wijst op het risico van winkeltoerisme. Vandaag is al 7 procent van alle drank in eenmalige verpakkingen afkomstig uit het buitenland, onder meer wegens het prijsverschil. Enkel in Vlaanderen statiegeld invoeren, zal zorgen voor een nog groter prijsverschil en meer aankopen over de grens. Diependaele: “Daardoor zouden steeds minder drankverpakkingen in ons land onderhevig worden aan het statiegeldsysteem, die vervolgens niet langer gerecycleerd worden, maar bij het restafval belanden. We zouden dan afval uit het buitenland importeren in plaats van afval in te zamelen.”

Het statiegeldsysteem laat iedereen meebetalen, en treft dus ook wie vandaag al netjes sorteert. De N-VA wil een slimmer en ambitieuzer systeem zodat alle fracties van zwerfvuil worden aangepakt, want blik en flessen zijn slechts een fractie van het zwerfvuil.

In de eerste plaats moeten de producenten maximaal geresponsabiliseerd worden. Wilfried Vandaele: “Bij de nieuwe erkenning voor Fost Plus eind dit jaar eist de N-VA dat de inzameldoelstelling verder opgetrokken wordt naar het niveau van de beste statiegeldsystemen. Om dit te monitoren moeten er transparante en objectieve metingen komen. Daarnaast  moeten alle huishoudelijke verpakkingen in de blauwe zak terecht kunnen. Dus ook chipszakjes, champignonbakjes, botervlootjes, …” Als dat afval toch op de openbare weg of in het milieu terecht komt, moet Fost Plus dit zelf opruimen of de opruiming financieren, een resultaatsverbintenis dus. Ook de producenten die niet onder het 'Fost Plus'-systeem vallen maar wel voor zwerfvuil zorgen, moeten hun verantwoordelijkheid opnemen.

Matthias Diependaele wijst ook op de verantwoordelijkheid van de consument. “We moeten mensen verder sensibiliseren, maar ook bestraffen indien nodig. Zo kan men lokaal via de GAS-wetgeving een gemeenschapsdienst vragen, maar dit blijft moeilijk afdwingbaar.” Daar ligt nog werk op de plank voor de federale overheid.

“Ook kan een gemeente een systeem op poten zetten waarbij verenigingen zoals jeugdbewegingen een vergoeding krijgen per schoongemaakte kilometer. Vandaag dragen de gemeenten de zwaarste lasten: 90 procent van de zwerfvuilfactuur is voor hun rekening. Om de lokale besturen meer slagkracht te geven willen we dat de inkomsten van de federale verpakkingsheffing (320 miljoen euro) naar Vlaanderen komen, zodat Vlaanderen deze kan inzetten om lokale overheid te ondersteunen in haar strijd tegen zwerfvuil.”

De parlementsleden willen dus allerminst de kop in het zand steken. Ze willen een goedwerkend inzamelsysteem niet op de helling zetten voor een systeem dat de consumptieprijs en de sorteerdrempel voor drank verhoogt voor iedereen. “Wij willen een realistische benadering en een structurele oplossing voor een even structureel maatschappelijk probleem”, aldus Vandaele en Diependaele.