Wet Lejeune opnieuw dubbel zo streng voor recidivisten

13 maart 2019, over deze onderwerpen: Justitie, Gevangenissen

In de commissie Justitie van het federaal parlement is het wetsvoorstel van Sophie De Wit dat zorgt voor een verstrenging van de zogenaamde wet Lejeune goedgekeurd. Voortaan zullen recidivisten pas voorwaardelijk kunnen vrijkomen na twee derde van hun straf. Door een arrest van het Grondwettelijk Hof konden ze sinds de zomer van 2018 na amper een derde van hun straf al vrij komen. “Wij vinden het niet kunnen dat zware misdadigers even snel in aanmerking komen voor voorwaardelijke invrijheidstelling als iemand die voor een eerste maal veroordeeld wordt. Dit moest snel rechtgezet worden”, aldus Kamerlid Sophie De Wit. De N-VA wou eigenlijk een nog meer vergaande verstrenging, maar stond alleen met die eis. De Wit stelt dat de verstrenging naar twee derde voor recidivisten voorlopig het hoogst haalbare was, maar dat de N-VA een verdere verstrenging op de onderhandelingstafel zal leggen na de verkiezingen.

Daarnaast werd een tweede wetsvoorstel aangenomen met daarin een hele reeks wijzigingen in het strafrecht. Eén daarvan is de verstrenging van het huisverbod bij intrafamiliaal geweld. “Het was tot nog toe niet mogelijk om pakweg een vader die een huisverbod heeft opgelegd gekregen, omdat hij zijn vrouw en/of kinderen sloeg, gerechtelijk aan te houden wanneer hij dat huisverbod negeerde. Dat maken we mogelijk en is een grote stap vooruit voor de veiligheid van de slachtoffers”, legt De Wit uit.

Ook inzake terrorisme werd een belangrijke hervorming doorgevoerd. Voor het meest voorkomende terroristisch misdrijf, namelijk de betrokkenheid bij een terroristische groep, creëren we een extra mogelijkheid om zwaardere straffen uit te spreken. Tot vandaag kon je voor deelname aan een terroristische groep 5 tot 10 jaar opgesloten worden. Voor het leiden van zo’n groepering riskeer je 15 tot 20 jaar. In praktijk moet je daar door het systeem van de correctionalisering telkens nog eens 5 jaar aftrekken. Nu wordt er ook een tussenniveau gecreëerd. De Wit: “Tussen loutere deelname en het leiden van een groepering zitten nog heel wat trappen qua betrokkenheid. Daarom zullen leden van een terroristische groep die effectief beslissing genomen hebben, voortaan 10 tot 15 jaar opsluiting riskeren. De huidige strafmaat was echt onvoldoende. Door dit tussenniveau krijgt het gerecht meer armslag voor de vervolging van terroristen.”

Het openbaar ministerie zal ook extra slagkracht krijgen om veroordeelde criminele voortvluchtigen, die hun gevangenisstraf ontlopen, op te sporen. De Wit: “Voortaan zal ook beroep gedaan kunnen worden op bijzondere opsporingsmethoden, zoals observatie, na een voorafgaande controle van de onderzoeksrechter. Vandaag hebben ze die mogelijkheid niet en zitten de diensten vaak met de handen gebonden als ze veroordeelden willen opsporen, maar dat wordt verleden tijd door deze wijziging.”

Daarnaast bevat het wetsvoorstel nog een hele reeks andere wijzigingen en hervormingen, waaronder eindelijk een oplossing voor de “una via-regeling” inzake fiscale misdrijven. Gerecht en fiscus zullen hierdoor gezamenlijk via één procedure de ernstige fiscale fraude kunnen bestrijden.

Een ander aspect betreft de procedure voor het Hof van Assisen. De Wit: “Assisen is duur, traag en niet meer van deze tijd. We zijn dan ook absoluut voorstander van de afschaffing ervan, maar beseffen dat de noodzakelijke meerderheid voor die afschaffing voorlopig niet haalbaar is. Daarom zorgen we met dit voorstel alvast voor een snellere en eenvoudigere assisenprocedure.”

De Wit is tevreden dat de oude Zweedse meerderheid erin slaagt belangrijke hervormingen van justitie binnen het parlement uit te voeren: “Deze noodzakelijke wetswijzigingen inzake strafrecht op de lange baan schuiven zou onverantwoord geweest zijn.”