Waterbeleidsnota 2020-2025: “Bestrijden van extremen komt hoger op de politieke agenda”

28 april 2020, over deze onderwerpen: Leefmilieu

Nog nooit kreeg de strijd tegen waterschaarste en droogte zoveel aandacht. Vlaams minister van Omgeving Zuhal Demir overtuigde de Vlaamse Regering op 3 april van haar Waterbeleidsnota 2020-2025 waarin het bestrijden van de extremen een veel prominentere rol krijgt dan in het verleden. De minister stelt het plan vandaag voor aan de commissie van het Vlaams Parlement. “Zowel het indijken van de overstromingsrisico’s, als een daadkrachtige aanpak van het tekort aan water wordt een prioriteit”, stelt Demir. De Waterbeleidsnota beschrijft de principes die de voltallige Vlaamse Regering de komende jaren hanteert als het gaat om waterbeleid en -beheer.

Het traject voor de nieuwe Waterbeleidsnota van de Vlaamse Regering begon dan wel in de vorige bestuurperiode, het voorbije half jaar spande Demir zich in om het bestrijden van de extreme situaties van wateroverlast en watertekort prominenter aan bod te laten komen. Dat maakte de minister al duidelijk toen ze in december al 4 miljoen vrijmaakte voor innovatieve projecten die waterschaarste in droge periodes moeten inperken. Die prioriteit werd dan ook vertaald in de Waterbeleidsnota, die de Vlaamse Regering twee weken geleden te midden de coronacrisis goedkeurde en die het droogtebeleid structureel moet verankeren.

Het plan bevat onder andere de ambitie om de verhardingsgraad in de bestemmingen landbouw, natuur en bos sterk terug te dringen, met minstens 20 procent tegen 2050. Daarnaast moeten lokale besturen werk maken van een hemelwaterplan op te maken waarin ze ook hun bijdrage leveren aan meer waterbuffering, meer ontharding en het bestrijden van droogte.

De extremen bestrijden: wateroverlast en -schaarste tegengaan
“Vlaanderen is te laat in gang geschoten als het gaat over de aanpak van droogte. We moeten durven zeggen dat de politiek hier lang van heeft weggekeken. Er waren amper partijen die dit als prioriteit in hun programma opnamen en het was wachten tot 2019 voor een écht droogteplan. Dat is 11 jaar na de aanbeveling van het Europees Milieuagentschap om er werk van te maken. Dat er nog bijzonder veel werk op de plank ligt, hoeft niet te verwonderen”, stelt Demir.

Het lopende actieplan droogte en wateroverlast 2019-2021 bevat ongeveer 65 acties die gelinkt aan waterschaarste en droogte. De uitvoering daarvan wordt verder gezet.

“Maar ik kan u nu al zeggen dat dit niet voldoende zal zijn. Daarom treffen we de voorbereidingen voor een versterkt en ambitieus 2de droogteplan dat meer acties op het terrein moet voorzien. In tussentijd stopt de zoektocht naar quick wins uiteraard niet”, stelt Demir.

“Zo zullen we in probleemgebieden waar de droogteproblematiek zeer groot is veel concretere acties op poten zetten. In de zandige Kempen, waar bijvoorbeeld ook het zwaar getroffen Landschap de Liereman ligt, wil ik samen met de waterbeheerders, de landbouworganisaties en de natuurverenigingen kleine stuwen plaatsen in kleine waterlopen en afwateringsgrachten. Op die manier houden we het water langer vast zodat het beter kan infiltreren én zorgen we ervoor dat er meer water beschikbaar blijft voor onze landbouwers én de natuurgebieden. Ook wil ik meer water bufferen in onze bossen door bijvoorbeeld overbodige afwateringsgrachten te dempen. Daardoor vullen we het grondwater aan én zorgen we ervoor dat de bossen minder snel verdrogen en het brandgevaar verlaagt. De praktische uitrol daarvan is in volle voorbereiding.”

Kwaliteit: de grote investeringen moeten resultaat opleveren
Een tweede belangrijke strategische doelstelling werd kwaliteit. Niet alleen de kwaliteit van het grondwater en onze waterlopen speelt daarbij een rol, Vlaanderen bekijkt ook de volledige waterketen. De snelheid van de uitvoering van gemeentelijke saneringsprojecten vormt voor Demir een belangrijk aandachtspunt, net als handhaving en naar het beperken van de impact van de lozing van bedrijfsafvalwater op het watersysteem.

“Ook al merken we op het terrein dat de waterkwaliteit sterk verbeterd is, tegelijk stellen we vast dat de toestand van het oppervlaktewater en het grondwater nog steeds niet goed zijn. Toch blijft het zo dat na de twee vorige waterbeleidsnota’s geen enkel oppervlaktewaterlichaam de Europese kwaliteitsnorm haalt. De lat ligt dan ook hoog. Dat is extra pijnlijk omdat we als maatschappij de voorbije jaren 2 miljard uitgaven aan waterbeleid”, stelt Demir. De volgende jaren moeten we dan ook verdere stappen vooruit zetten, en beter doen dan vandaag.

De Waterbeleidsnota van de minister stelt onder meer een striktere handhaving voorop, alsook het terugdringen van de nutriëntenverontreiniging door het versnellen van de transitie naar een nog duurzamer landbouw- en voedingssysteem.

Tijdens een Europese Raad eerder dit jaar pleitte Demir ook al voor het behoud van de Europese Kaderrichtlijn Water én voor meer inspanningen van EU en andere lidstaten terzake, aangezien onze waterkwaliteit ook in zekere mate afhankelijk is van investeringen hogerop de verschillende waterstromen. “Waterkwaliteit is ook cruciaal voor de biodiversiteit en de natuurontwikkeling in Vlaanderen. Zo zou de terugkeer van de otter zonder verbetering van de waterkwaliteit niet plaatsgevonden hebben.”

Hefbomen om dit te doen: samenwerking en verstandige financiering
Zaken op papier zetten is één ding, ze realiseren is een ander verhaal. De visie in de praktijk omzetten is dan ook de derde prioritaire doelstelling. Innovatie en samenwerking zal daarbij belangrijk zijn. Daarbij betrekt Demir ook andere beleidsdomeinen en pleit ze voor een betere afstemming van het mestbeleid, het erosiebeleid en het landbouwbeleid op de waterkwaliteit.

“Maar koken kost geld. De komende jaren zullen we dus vooral moeten focussen op het voorzien van een meer sluitende financiering zonder de betaalbaarheid voor de burger in het gedrang te brengen”, luidt het. Zo zullen de financieringssystemen voor rioleringen geëvalueerd worden en willen we het principe van de “vervuiler betaalt” ook toepassen als het gaat over bemesten.

Demir roept tot slot alle partijen op om de doelstellingen mee in de praktijk te brengen. “Dit is een visiedocument, maar visie is niet genoeg. Het komt neer op realiseren en dat is een gedeelde verantwoordelijkheid. Alle overheden, alle bedrijven, alle landbouwers, iedereen die water gebruikt heeft de sleutel, of zeg maar de kraan, mee in handen. Laten we dus samen een versnelling hoger schakelen”, besluit Demir.