Wallonië vraagt NMBS om schoentje te vullen

6 december 2019, over deze onderwerpen: Confederalisme, NMBS

Naar aanleiding van de opmaak van het nieuw spoorvervoersplan heeft het Waals gewest een omvangrijk verlanglijstje klaar voor de NMBS. Uitgerekend op 6 december, Sinterklaas, vraagt Wallonië… alles. Kamerlid Tomas Roggeman vindt de Waalse eisen niet ernstig en stelt voor dat de NMBS regionale vervoersplannen opmaakt: “Zelfs op 6 december moet Wallonië geen bergen gratis cadeaus verwachten.”

Waals Minister van Mobiliteit Philippe Henry (Ecolo) heeft een indrukwekkende verlanglijst klaar. Daarop vermeld staan een uitbreiding van het aanbod met ten minste één trein per uur per richting voor elk station en elke halte, een meer leesbaar aanbod, een uitbreiding van het aanbod op de grote lijnen, rondom Brussel, op de grensovergangen, ’s ochtends, ’s avonds,... Dat alles moet bovendien ondersteund worden met grotere investeringen.

Dreamland
Deze buitensporige eisen vallen op een koude steen bij de N-VA. “Uitgerekend op Sinterklaas legt Wallonië een verlanglijstje neer dat overeenkomt met de complete catalogussen van Dreamland, Fun en Bart Smit samen. De Waalse regering vraagt dus gewoon alles. Dat is nogal makkelijk wanneer een ander ervoor betaalt”, zegt Roggeman, die daarover de federale regering wil ondervragen.

Twee weken geleden kwam de CEO van Infrabel, Luc Lallemand, in het parlement nochtans toelichten dat vele Waalse spoorverbindingen amper gebruikt worden en bijzonder veel geld kosten. “Ik ken geen grotere geldverspilling”, stelde hij toen over de lege treinen in Wallonië.

Voor de N-VA is dat reden genoeg om aan te sturen op een regionale inrichting van het vervoersplan van de NMBS. “Dat de gewesten inspraak krijgen bij het vervoersplan is logisch. Zij zijn namelijk verantwoordelijk voor het grootste luik van het mobiliteitsbeleid", zegt Roggeman. “Nog beter zou zijn dat de organisatie dit reflecteert, met een afzonderlijk vervoersplan voor Vlaanderen en Wallonië. De spoornetten zijn al in grote mate van elkaar afgezonderd, met enkel Brussel als grote verbinding tussen de twee takken. Op termijn kunnen de gewesten dan de kosten dragen voor de dienstverlening die ze zelf vragen”, besluit Roggeman.