Waalse rechters straffen lichter dan Vlaamse

23 mei 2019, over deze onderwerpen: Confederalisme, Justitie

Waalse rechters maken veel meer gebruik van lichte alternatieve straffen, dan Vlaamse rechters. Dat blijkt uit het antwoord op een schriftelijke parlementaire vraag van Sophie De Wit, justitiespecialiste in de Kamer voor de N-VA.

Sinds 2016 heeft de strafrechter de mogelijkheid om een zogenaamde ‘autonome probatiestraf’ op te leggen. Die probatie is steeds gekoppeld aan een proeftermijn, waaraan ook voorwaarden opgelegd kunnen worden, zoals het volgen van een ontwenningskuur bijvoorbeeld. Bij probatie-uitstel wordt een straf wel uitgesproken maar niet uitgevoerd. Bij probatie-opschorting worden de strafrechtelijke feiten wel als bewezen beschouwd door de rechter, maar wordt geen straf uitgesproken.

Sophie De Wit vroeg de cijfers met betrekking tot het opleggen van deze straffen op aan minister Koen Geens. Daaruit blijkt dat in Vlaanderen 572 probatie-opschortingen werden uitgesproken in 2017, terwijl er in Wallonië maar liefst 2378 zijn opgelegd. Eenzelfde verhaal zien we bij het probatie-uitstel, 3724 zaken in Vlaanderen en 4354 in Wallonië.

De Wit reageert: “Ik kan niet zeggen dat ik verbaasd ben over deze cijfers. Ook hier komt een duidelijk cultuurverschil bovendrijven tussen Vlaanderen en Wallonië. Waar Waalse rechters meer geneigd zijn om lichte straffen op te leggen, zijn de Vlaamse rechters toch een stuk strenger.”

De Wit ziet in deze cijfers een extra argument om van justitie een regionale bevoegdheid te maken. Dat past uiteraard in het confederale plaatje van de N-VA. De Wit: “Ik kan niet anders dan vaststellen dat er in de feiten al een verschillend strafbeleid is in de 2 landsdelen. Tel daarbij de crisis waarin heel het departement zich bevindt, zeker op vlak van straf en strafuitvoering, is de enig mogelijke structurele oplossing een Vlaamse justitie. Dan pas zal Vlaanderen echt de richting kunnen uitgaan die het zelf wil.”