Voorstel van decreet garandeert rechtszekerheid windturbines

15 juli 2020, over deze onderwerpen: Energiebeleid

Het Europees Hof van Justitie oordeelde begin deze maand dat Vlaanderen moet onderzoeken of de regels rond slagschaduw, veiligheid en geluidshinder de gezondheid van de omwonenden voldoende beschermen. Om hierop een antwoord te bieden, keurde het Vlaams Parlement vandaag een voorstel van decreet goed, waarbij rechtszekerheid wordt geboden voor zowel vroegere als huidige en toekomstige windturbines. “We zijn het er allemaal over eens dat het aandeel hernieuwbare energie moet stijgen en dat windenergie daar deel van uit maakt. Duidelijke regels blijven nodig om een stabiel draagvlak te creëren bij de omwonenden. Anderzijds moeten we ook zorgen voor de nodige rechtszekerheid van windmolenexploitanten”, aldus hoofdindiener Andries Gryffroy, Inez De Coninck en Wilfried Vandaele.

De uitspraak van het Europees Hof kwam er nadat een aantal buurtbewoners naar de Raad voor Vergunningsbetwistingen stapte tegen een vergunning voor vijf windturbines langs de E40 in Nevele. Door de uitspraak bestond het risico dat bestaande, reeds operationele, windturbines zouden moeten worden stilgelegd en dat er geen vergunningen voor nieuwe windturbines meer kunnen worden afgeleverd. De plenaire vergadering van het Vlaams Parlement keurde daarom woensdagavond een voorstel van decreet goed over windturbines in Vlaanderen.

“Door het decreet kunnen de komende drie jaar nog windturbines vergund worden op basis van het huidige regelgevend kader. Wat toekomstige rechtszekerheid betreft, moet er werk worden gemaakt van nieuwe normen rond slagschaduw, veiligheid en geluidshinder.”, stelt hoofdindiener Andries Gryffroy. “Het is belangrijk dat deze nieuwe normen rekening houden met de nieuwste technologieën inzake windmolens en het feit dat deze steeds groter woorden. Zo kan het huidige kader van geluidsnormering slechts de geluidsimpact berekenen van molens die maximaal 64 m hoog zijn. Vandaag zijn dat dwergen in het huidige windmolenlandschap van molens tot 225 m hoogte. Die moeten we dus aanpassen. Verder moeten we ons laten inspireren door regelgeving in andere landen. Zo heeft Vlaanderen momenteel bijvoorbeeld geen fysieke afstandsregel, terwijl dit in andere landen wel het geval is.”

“Willen we als Vlaanderen de doelstellingen inzake hernieuwbare energie behalen, dan moeten we echter zorgen voor een juridisch robuuste oplossing die de nodige rechtszekerheid biedt, voor zowel verleden, de overgangsperiode en de toekomst”, vullen Inez De Coninck en Wilfried Vandaele aan.