Vlamingen benadeeld door aanwervingsbeleid Infrabel

13 februari 2020, over deze onderwerpen: NMBS

21 jaar na de vernietiging van de taalkaders bij de spoorbedrijven, is het taalevenwicht binnen Infrabel uit balans. Er wordt overwegend Franstalig personeel aangeworven. De N-VA maakt zich zorgen: “De taalwetgeving wordt al jaren met de voeten getreden. Dit is illegaal”, zegt Kamerlid Tomas Roggeman, die een wetsvoorstel neerlegt om de naleving van de taalwetgeving bij overheidsbedrijven afdwingbaar te maken.

Het laatste koninklijk besluit tot vaststelling van de taalkaders van de NMBS dateert uit 1993. Datzelfde besluit werd echter op 15 maart 1999 vernietigd door een arrest van de Raad van State Een bijzonder adviesorgaan en administratief rechtscollege, opgericht in 1946. Zijn belangrijkste bevoegdheid is het schorsen en vernietigen van administratieve rechtshandelingen die strijdig zijn met de geldende rechtsregels. Als hoogste administratief rechtscollege zijn zijn uitspraken bindend. De Raad is ook cassatierechter voor beroepen tegen de uitspraken van de lagere administratieve rechtscolleges. Daarnaast geeft de Raad van State advies op wetgevend en reglementair gebied. Raad van State , waarna geen nieuw besluit volgde. Hierdoor opereren de spoorbedrijven ondertussen reeds 21 jaar zonder wettelijk verplicht taalkader en is er dus geen maatstaf voor de aanwervingen. Dat uit zich ook duidelijk in de verdeling per taalrol binnen Infrabel, waarbij de Nederlandstalige werknemers disproportioneel in de minderheid zijn (48 procent Nederlandstalig, 52 procent Franstalig).

Volgens de Vaste Commissie van Taaltoezicht (VCT) is dit een ernstige inbreuk op de taalwetgeving. De VCT klaagt het ontbreken van een wettelijk verplicht taalkader aan in haar jaarverslag. Bij een gebruikelijke verdeling bij andere overheidsbedrijven en Federale Overheidsdiensten schommelen de percentages voor Nederlandstalige werknemers eerder tussen de 53 en 56 procent. Wanneer we de verdeling per taalrol zouden baseren op de moedertaal van de totale populatie, zou dit percentage zelfs stijgen naar 56 procent, ofwel de volle 8 procent meer dan vandaag het geval is bij Infrabel. Nog scherper is het contrast met de activiteiten van het bedrijf: meer dan 60% van de treinreizigers zijn Vlamingen.

“De taalwetten bestaan om een reden”, zegt Roggeman. “Het doel is net om te vermijden dat een taalgroep voorgetrokken wordt. Doordat de taalwet niet uitgevoerd wordt, werden Nederlandstalige sollicitanten de voorbije jaren benadeeld.”

Naleving taalwetgeving problematisch
Spijtig genoeg is dit geen geïsoleerd geval. “Inbreuken van overheidsbedrijven op de taalwetgeving zijn schering en inslag. Dat blijkt klaar en duidelijk uit de verslaggeving van de VCT”, zegt Roggeman. Ook bpost, Proximus en NMBS hebben geen wettelijk vereist taalkader. Ook zij maken zich bij herhaling schuldig aan overtredingen van de taalwetgeving. De VCT klaagt dit al jaren aan, zonder gevolg.”

De N-VA dient daarom een wetsvoorstel in om de afdwingbaarheid van de taalwetgeving te versterken. Overheidsbedrijven die de wet op talen in bestuurszaken overtreden, kunnen volgens het wetsvoorstel daarvoor financiële sancties opgelegd krijgen. “De handhaving van de taalwetgeving faalt. Dit mankement in de taalwetgeving willen wij rechtzetten, zodat de evenwichten tussen Vlamingen en Franstaligen correct gehandhaafd worden”, besluit Roggeman.