Vlaamse Gemeenschap bevestigt met het Brusseldecreet de Vlaamse Gemeenschapscommissie als lokale partner in de hoofdstad

23 juli 2018, over deze onderwerpen: Wonen en werken in Brussel

Traditioneel is de laatste vergadering van de Vlaamse Regering voor het zomerreces één van de zwaarste van het parlementaire jaar: elke minister legt zijn zwaarste dossiers op tafel. Het Brusseldecreet was afgelopen weekend één van die dossiers. Met dat decreet wil de Vlaamse Gemeenschap haar relatie met de Vlaamse Gemeenschapscommissie (VGC) op punt zetten: op welke manier geven we vorm aan het Vlaamse beleid in de hoofdstad? De VGC is daarbij al bijna dertig jaar het plaatsvervangend lokaal bestuur van de Vlaamse Gemeenschap in de 19 Brusselse gemeenten.

"Dit nieuwe decreet geeft de VGC meer slagkracht, maar tegelijk ook meer verantwoordingsplicht. En dat is goed, want geen verantwoordelijkheid zonder verantwoording. Zo kan de VGC op een efficiëntere manier vorm geven aan het Vlaams beleid in de hoofdstad. De Brusselse Vlamingen en het Nederlandstalig karakter van de hoofdstad kunnen er enkel wel bij varen", aldus Karl Vanlouwe, Vlaamse volksvertegenwoordiger en Brusselaar.

De VGC krijgt door dit nieuwe decreet dus meer slagkracht. Niet alleen groeit de dotatie die ze krijgt vanwege de inkanteling van een aantal geldstromen uit sectordecreten, de dotatie wordt ook decretaal verankerd en groeit elk jaar met 3,5 procent. Die groeivoet geldt ook voor de middelen die Vlaamse gemeenten uit het gemeentefonds krijgen. Volksvertegenwoordiger Vanlouwe is een tevreden man: "De Vlaamse Gemeenschap geeft de VGC meer financiële zekerheid en toont zo nogmaals dat het meer wil investeren in haar hoofdstad.”

Met het nieuwe Brusseldecreet krijgt de VGC van de Vlaamse Gemeenschap in totaal nu iets meer dan 50 miljoen euro aan middelen per jaar. Maar met die middelen kan het natuurlijk niet eender wat doen. Daarom staat in het nieuwe Brusseldecreet ingeschreven dat de VGC samen met de Vlaamse Gemeenschap een overeenkomst moet sluiten die bepaalt op welke manier de middelen ingezet zullen worden. Zo kan de Vlaamse Gemeenschap erop toezien dat de middelen dienen om het Nederlandstalig karakter van de hoofdstad te versterken. Bovendien stelt het decreet dat er jaarlijks tussen de Vlaamse ministers en collegeleden van de VGC moet overlegd worden over het Vlaams beleid in de hoofdstad. De afgelopen jaren was dat niet het geval, en dat zorgde vaak voor gemiste kansen en beleid dat niet op elkaar was afgestemd. Dat er nu meer toezicht en overleg komt, is een logische en verstandige stap, besluit Vanlouwe: “De Vlaamse Gemeenschap vraagt meer toezicht en overleg over wat de VGC met de ontvangen middelen doet. Dat is niet meer dan logisch en een voorbeeld van goed bestuur."