Videoverhoor voor strafzaken wordt mogelijk

8 december 2015, over deze onderwerpen: Justitie

Vanaf september 2017 zullen rechtbanken een verdachte kunnen verhoren via videoconferentie. Vandaag stemde de Kamercommissie Justitie in met het wetsvoorstel van N-VA-Kamerlid Kristien Van Vaerenbergh dat videoverhoor voor strafzaken mogelijk maakt. Een verhoor op afstand vermijdt dure en risicovolle transporten van de gevangenis naar de rechtbank.

De huidige wetgeving voorziet geen mogelijkheid om beklaagden of personen in voorlopige hechtenis te verhoren via video. Er zijn slechts twee manieren om te verschijnen voor de raadkamer of de kamer van inbeschuldigingstelling: persoonlijk of vertegenwoordigd door een advocaat. Het wetsvoorstel van Van Vaerenbergh maakt ook het verhoor op afstand mogelijk bij voorlopige hechtenis. Het wetsvoorstel is in overeenstemming met Europese rechtspraak en internationale normen. Latere wetgeving zou het videoverhoor kunnen uitbreiden naar alle fasen in een strafprocedure.

“Marc Dutroux overbrengen van de gevangenis naar het justitiepaleis in Brussel kostte de belastingbetaler 100.000 euro. Een smak geld voor een korte zitting die evengoed met videoconferentie vanuit de gevangenis kon plaatsvinden”, vindt Van Vaerenbergh.

Dankzij verhoor op afstand moet de gedetineerde, de beklaagde of de persoon in voorlopige hechtenis niet meer naar de rechtbank worden overgebracht. “Zo’n transport is duur en risicovol”, zegt Van Vaerenbergh. “Er moet altijd één begeleider meer aanwezig zijn dan het aantal over te brengen personen. Bovendien begeeft de beklaagde zich buiten de gevangenis; hij kan dit zien als een kans om te ontsnappen.”

De begeleiding is voor rekening van de agenten van het veiligheidskorps. Zij halen de gevangenen uit hun cel, brengen de arrestanten naar de rechtzaal en regelen het vervoer van verdachten naar penitentiaire instellingen. Hierdoor hebben ze geen tijd voor de beveiliging van magistraten, griffiers, advocaten en burgers in de gerechtsgebouwen. Het jaarlijks budget voor dit veiligheidskorps bedraagt 20 miljoen euro. De implementatie van de videoconferentie vergt een investering van 90.000 euro per systeem. Het terugverdieneffect wordt geschat op 1,5 jaar.

Technisch in orde, nu ook wettelijk mogelijk
Videoconferentie voor beklaagden is geen wereldvreemd idee. Nederland past het al tien jaar toe. België zette reeds enkele schuchtere stappen. In november 2002 startte er een proefproject in Charleroi en Leuven. Dankzij dit project kon de raadkamer gedetineerden - met hun instemming – door middel van videoconferentie verhoren vanuit hun penitentiaire instelling. Op 10 april 2003 oordeelde de kamer van inbeschuldigingstelling van het hof van beroep van Bergen dat dit onwettig was. Het pilootproject werd na 4 maanden stopgezet. Technologisch was het een succes, maar er bleek geen wettelijke basis te zijn om het in de praktijk te kunnen toepassen.

Voor burgerlijke zaken kan het wel en wordt het reeds toegepast door rechtbanken van Hasselt en Tongeren of het hof van beroep van Antwerpen.

Het federaal parket gebruikt sinds april 2013 videoconferentie ter vervanging van buitenlandse rogatoire commissies. Zo vermijdt ze dure en tijdrovende buitenlandse verplaatsingen om verdachten te ondervragen. In 2010 kostten zo’n 40 rogatoire commissies de belastingbetaler in totaal 320.000 euro.