Vereenvoudig de vrijstelling van onroerende voorheffing voor sportinfrastructuur

26 juni 2018, over deze onderwerpen: Sportinfrastructuur, Sport

Sportinfrastructuur geniet op de dag van vandaag reeds van een vrijstelling van onroerende voorheffing. Voor jeugdverenigingen die zijn aangesloten bij een jeugdwerkkoepel bestaat er een vereenvoudigde procedure. Voor sportverenigingen bestaat deze vereenvoudigde procedure tot op heden niet. Dat zegt Vlaams Parlementslid Herman Wynants. “Veel sportverenigingen steunen net als jeugdverenigingen op vrijwilligers. Om de administratieve last te beperken, lijkt het mij aangewezen om dezelfde vereenvoudigde procedure te hanteren voor sportverenigingen als voor jeugdverenigingen.”

De procedure om de vrijstelling aan te vragen is op dit moment zeer omslachtig en complex. Zo moet er elk jaar opnieuw een bezwaarschrift worden ingediend. Het bezwaarschrift moet ingediend worden binnen de drie maanden te rekenen van de derde werkdag volgend op de datum van verzending van het aanslagbiljet, zo niet is het bezwaar automatisch onontvankelijk.

Parlementslid Herman Wynants: “Deze procedure is momenteel veel te complex en tijdrovend. Daarom vraag ik aan minister Tommelein om werk te maken van een vereenvoudigde procedure voor sportinfrastructuur. We willen dus de procedure veranderen en vereenvoudigen, niet de regelgeving op zich. Het toepassingsgebied van de vrijstelling blijft dezelfde: het gaat om sportinfrastructuur waarbij de eigenaar aantoont dat er minstens één gekwalificeerde trainer werkt én waar de onroerende goederen hoofdzakelijk geëxploiteerd worden zonder een winstoogmerk. De bedoeling van de vereenvoudiging is vooral om de kleinere sportclubs van een grote administratieve last te vrijwaren.”