Tweetaligheid blijft een uitdaging voor de spoorwegen

12 april 2019, over deze onderwerpen: Mobiliteit, NMBS

Van de 2.100 treinbestuurders bij de NMBS beschikken er 1.500 niet over het vereiste taalniveau B1 (van de andere taal). Ook in de seinhuizen moeten nog 800 medewerkers hun tweetaligheid verbeteren. Dat blijkt uit een antwoord van minister Bellot op een parlementaire vraag van Kamerlid Inez De Coninck.

Werk aan de winkel
Treinbestuurders en seingevers hebben nog wat werk aan hun talenkennis. Na het treinongeval bij Pécrot in 2001, dat veroorzaakt werd doordat de treinbestuurder en seingever elkaar niet begrepen, werden de taalvereisten opgeschroefd. Uit cijfers van minister Bellot blijkt nu dat heel wat spoormedewerkers nog niet over het vereiste taalniveau B1 beschikken. Bij de treinbestuurders gaat het om zo’n 1.500 werknemers. Ook bij Infrabel moeten er nog zo’n 800 medewerkers in de seinhuizen aan hun taalniveau werken. “Problematisch”, aldus Kamerlid Inez De Coninck. “Zowel voor het comfort van de reizigers als voor de veiligheid op het spoornet is de kennis van de andere landstaal noodzakelijk.”

Tweetaligheidsvereisten
Medewerkers in de seinhuizen in Brussel moeten tweetalig zijn. Treinbestuurders moeten de taal spreken van het taalgebied waar ze rijden met hun trein. Treinbestuurders op spoorlijnen die de gewestgrenzen overschrijden dienen dus tweetalig te zijn. Wanneer treinbestuurders niet slagen voor hun tweetaligheidstesten, worden zij ingezet in het gewest waar zij de taal van machtig zijn. Seingevers die werden aangeworven voor prestaties in Brussel die herhaaldelijk niet slagen, riskeren een ontslagprocedure.