Trajectcontrole op waterwegen bewijst nut

15 november 2018, over deze onderwerpen: Mobiliteit, Waterwegen

Sinds de invoering van trajectcontrole op het Albertkanaal zijn twaalf snelheidsduivels bestraft. Te snelle schippers krijgen geen boete, maar moeten hun schip even aan de kant zetten, als een soort tijdstraf. In de toekomst komt die snelheidscontrole er misschien ook op andere waterwegen in Vlaanderen. Dit vernam Vlaams volksvertegenwoordiger Bert Maertens na een parlementaire vraag hierover aan Vlaams minister van Mobiliteit en Openbare Werken Ben Weyts.

Het Albertkanaal kampt al langer met een snelheidsprobleem. Schippers varen er te vaak te snel en dat is gevaarlijk. “Een schip dat te snel vaart kan zo’n golfslag veroorzaken dat de oevers worden beschadigd. Ook schepen die langs de kant aangemeerd liggen, kunnen schade ondervinden”, legt Bert Maertens uit.

Daarom wordt sinds 15 maart 2018 de vaarsnelheid van schepen op het kanaal gecontroleerd. Deze controles gebeuren voor de sluizen van Wijnegem, Olen, Kwaadmechelen, Hasselt, Diepenbeek en Genk. “Bij deze trajectcontrole wordt de gemiddelde vaarsnelheid van een schip over het volledig traject tussen twee opeenvolgende sluizen vergeleken met de maximum toegelaten vaarsnelheid. Deze gemiddelde vaarsnelheid wordt berekend op basis van de afstand tussen de beide sluizen en het vertrek- en aankomsttijdstip van de schepen aan de sluizen”, zo licht Bert Maertens nader toe. “Sinds 15 maart werden twaalf overtredingen vastgesteld. De schepen werden aan de volgende sluis opgehouden voor het dubbele van de tijd die te snel gevaren werd.”

Ook op andere waterwegen?
De Vlaamse Waterweg nv bekijkt nu of zo’n controle moet worden uitgebreid naar alle Vlaamse waterwegen. “De UGent bepaalde na onderzoek nieuwe maximale vaarsnelheden voor alle waterwegen. Deze nieuwe maximum toegelaten snelheden gaan in op 1 januari 2019. Dat is zo afgesproken met de waterweggebruikers. In de loop van volgend jaar komt er een evaluatie van deze vaarsnelheden, waarna De Vlaamse Waterweg eventueel beslist tot uitbreiding van de trajectcontrole”, besluit Bert Maertens.