Thuis Frans spreken maar Nederlands willen leren: taalcursussen NT2 zeer populair

6 februari 2020, over deze onderwerpen: Nederlands leren, Inburgering

Van de 17.729 bezoekers die in 2019 naar het Huis van het Nederlands in Brussel stapten met een vraag omtrent taalcursussen NT2 (Nederlands als tweede taal), schreven 10.022 individuen zich effectief in voor een NT2-cursus. De cursussen zijn bij uitstek het populairst onder Belgen met het Frans als moedertaal. Dat blijkt uit cijfers die Vlaams parlementslid Annabel Tavernier recent opvroeg bij Vlaams minister voor Inburgering Vlaanderen voert een inburgeringsbeleid. Dat is een begeleide en doelgericht gestuurde vorm van maatschappelijke integratie van mensen van vreemde afkomst. Bedoeling is de nieuwkomers een volwaardige plaats te geven in de samenleving door insluiting in plaats van uitsluiting. De inburgering, met onder meer taallessen en inburgeringscursussen, werd concreet door de deelname van de N-VA aan de Vlaamse regering sinds 2004 en de aanstelling van een minister van Inburgering. Inburgering Bart Somers. Tavernier: “Deze cijfers tonen aan dat het Nederlands aan belang en respect heeft gewonnen onder de Brusselaars.”

Het Huis van het Nederlands is in Brussel hét centrale punt voor het verlenen van advies aan volwassenen over Nederlands leren en oefenen. Na het afnemen van een taaltest worden bezoekers doorverwezen naar de meest geschikte cursus NT2 en hebben zij eveneens de mogelijkheid om zich ter plaatse voor zo’n cursus in te schrijven. Afgelopen jaar schreven 10.022 bezoekers zich effectief in voor een NT2-cursus. De ingeschreven cursisten hebben bij uitstek de Belgische nationaliteit (35,2 procent) en het Frans als moedertaal (29,6 procent). De niet-Belgen komen hoofdzakelijk uit Marokko (8,5 procent), Frankrijk (5,8 procent), Italië (3,1 procent) en Spanje (2,9 procent). Indien men geen Frans spreekt, is de moedertaal meestal Arabisch (20,9 procent), Spaans (5,9 procent), het Turks (3,6 procent) of het Engels (2,8 procent).

Vlaams parlementslid Annabel Tavernier reageert: “Deze cijfers bewijzen dat de taalcursussen Nederlands niet enkel interesse wekken bij nieuwkomers, maar ook – en vooral zelfs – bij landgenoten met het Frans als moedertaal. Dat is een erg positief signaal, dat aantoont dat het Nederlands aan belang en respect heeft gewonnen onder de Brusselaars. Dit is onder meer te danken aan de grote openheid en kwaliteit van de Vlaamse instellingen in Brussel, maar ook aan het groeiende besef dat een goede kennis van het Nederlands betere job kansen biedt.”

Dat lijkt te worden bevestigd door de cijfers: bijna 60 procent van de ingeschreven cursisten heeft (nog) geen job. Ongeveer 10 procent studeert nog en iets meer dan 30 procent werkt als zelfstandige of werknemer. De cursisten wonen bijna allemaal in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest zelf (89,7 procent), met de gemeenten Schaarbeek (13,2 procent), Stad Brussel (12,5 procent) en Elsene (9,0 procent) op kop. De ingeschreven cursisten zijn overigens relatief jong: 75 procent van hen is jonger dan 40 jaar.

“De slaagcijfers per lesmodule zijn echter wel problematisch,” wijst Tavernier aan. Amper 52,8 procent van de cursisten slagen voor een module waarop ze ingeschreven zijn. 11,2 procent slaagt niet en maar liefst 24,9 procent valt in de loop van de module uit. “Het opkrikken van deze slaagcijfers is duidelijk een werkpunt. Daarom lijkt het me een goed idee dat Vlaams minister voor Inburgering Bart Somers en Vlaams minister voor Brussel Benjamin Dalle, in samenspraak met het Huis van het Nederlands, bekijken hoe de hoge uitval aangepakt kan worden.”