Steeds meer controle op domiciliefraude via nutsmaatschappijen

28 april 2019, over deze onderwerpen: Sociale woningen

Sinds 2017 kunnen sociale huisvestingsmaatschappijen bij de distributie- en nutsbedrijven verbruiksgegevens opvragen van hun huurders. Zo kunnen ze makkelijker domiciliefraude opsporen. Die maatregel heeft succes: in 2017 werd 47 keer het verbruik opgevraagd, in 2018 verdrievoudigde dat tot 134 aanvragen die allemaal werden ingewilligd. Dat blijkt uit cijfers die Vlaams volksvertegenwoordiger Marc Hendrickx opvroeg bij Vlaams minister van Wonen Liesbeth Homans.

Marc Hendrickx: “Domiciliefraude blijft een oud zeer in de sociale huisvesting: huurders trekken in bij hun partner en laten hun sociale woning leegstaan. De hogere uitkering die ze als zogenaamde alleenstaande krijgen weegt immers niet op tegen de (lage) sociale huur die ze blijven betalen. Maar het is natuurlijk wel een asociaal misdrijf: niet alleen pleeg je uitkeringsfraude, bovendien laat je een sociale woning leegstaan terwijl er meer dan 135.000 Vlamingen op de wachtlijst staan.”

Betrappingen op heterdaad zijn complex en worden voor de rechtbank vaak verworpen. Maar nutsgegevens kunnen zwart op wit bewijzen dat er gedurende lange tijd geen bewoning is geweest. Nu de huisvesters via de Vlaamse overheid zelf die nutsgegevens kunnen opvragen kunnen ze veel krachtiger optreden tegen domiciliefraudeurs.

De cijfers betreffen dus niet het aantal vastgestelde fraudedossiers (niet-bewoning) of uitzettingen, maar het aantal aangevraagde en ingewilligde controleverzoeken. “Dat het aantal aanvragen zo spectaculair stijgt toont aan dat de sociale huisvesters op dit instrument zaten te wachten. Zo kunnen ze immers sneller fraudeurs met onomstotelijk bewijs confronteren, wat kostelijke en vertragende rechtszaken vermijdt.”