Staatssecretaris Ben Hamou verhindert controle op bezitten van buitenlandse eigendommen door sociale huurders

12 maart 2020, over deze onderwerpen: Sociale woningen, Wonen en werken in Brussel

Om een sociale woning te kunnen huren, mag geen enkel lid van het kandidaat-huurdersgezin eigenaar zijn van een onroerend goed (noch in binnenland, noch in buitenland.) Dit staat zwart op wit in de Brusselse wetgeving (artikel 5bis, §1, van het besluit van de regering van 26 september 1996). Om dit te handhaven, zijn controlemechanismen onontbeerlijk. Zonder die controles is de kans immers bijzonder klein, om niet te zeggen nihil, dat een kandidaat-sociale huurder die de wet overtreedt ook daadwerkelijk ontdekt zal worden. Net daarom kunnen sociale huisvestingsmaatschappijen beroep doen op externe onderzoeksbureaus. Die bureaus voeren dergelijke controles het meest effectief en kostenefficiënt door.

Mathias Vanden Borre stelt: “Het is hoog tijd dat de Brusselse Regering haar eigen wetten naleeft en sociale woningen toekent aan zij die daar écht recht op hebben, zeker met de grote wachtlijsten in het achterhoofd. Daarom zou de regering er goed aan doen om ervoor te zorgen dat elke sociale huisvestingsmaatschappij beroep kan doen op een onderzoeksbureau. Die bureaus kunnen dan zowel binnen als buiten Europa, controleren of een kandidaat-sociale huurder al dan niet een woning in eigendom heeft. Het gebruik van zo een externe onderzoeksbureau is bovendien juridisch waterdicht: de stad Antwerpen werd recent (op 24 januari 2020) voor de derde keer in het gelijk gesteld in een rechtszaak omtrent sociale fraude hierover. De rechter oordeelde dat een sociale huisvestingsmaatschappij mag nagaan of een sociale huurder reeds over eigendommen beschikt. Meer nog, de rechtbank oordeelde dat het de plicht is van een sociale huisvestingsmaatschappij om onderzoek te doen naar eigendommen in het buitenland omdat de woningen moeten worden voorbehouden aan daadwerkelijk behoeftige gezinnen en alleenstaanden. Deze duidelijke uitspraak laat geen enkele twijfel meer bestaan: de regering moet de huisvestingsmaatschappijen in staat stellen om dit onderzoek uit te voeren.”

Het tekort aan sociale woningen in Brussel is nijpend: er zijn ongeveer 48.000 kandidaat-huurders terwijl er slechts 3.500 sociale woningen zijn. Met ellenlange wachtlijsten voor een sociale woning is een doortastende aanpak van woningfraude absoluut noodzakelijk zodat de schaarse sociale woningen terechtkomen bij de burgers die er ook nood aan hebben. “Het is dan ook stuitend dat deze regering categoriek weigert om haar verplichtingen na te komen om deze asociale fraude een halt toe te roepen”, besluit Vanden Borre.