sp.a slaat de bal volledig mis over de energiecorrectie

17 april 2019, over deze onderwerpen: Sociale woningen, Energieprijzen, Energiebeleid

Vlaams minister van Wonen Liesbeth Homans reageert op de kritiek van sp.a over de energiecorrectie die zal worden toegepast op energiezuinige sociale woningen. “Deze verhoging van de huurprijs zal nooit meer zijn dan de winst die men haalt door de lagere energiefactuur. Dat ‘vergeet’ sp.a er bij te vertellen”, aldus minister Homans.

Win-win
Door de investeringen die de afgelopen jaren gebeurd zijn in het sociaal woonpatrimonium, krijgen heel wat huurders een lagere energiefactuur. En dat is maar goed ook, aangezien sommige huurders meer betalen aan energie, dan aan eigenlijke huur. Door het toepassen van de energiecorrectie ontvangen de sociale huisvestingsmaatschappijen een iets hogere huur. Zo worden ze extra gemotiveerd om te investeren in verbeterde energieprestaties. “Sociale huurders hoeven niets te betalen voor de ingrepen en de investeringen die gebeuren. In ruil krijgt men wel een lagere energiefactuur. Ik vind het dan ook maar normaal dat een deel van die winst terugvloeit naar de sociale huisvestingsmaatschappijen die de investeringen doen”, aldus minister Homans.

Recordbedragen geïnvesteerd in sociale huisvesting
“De energiecorrectie is trouwens niet nieuw, deze stond al in de regelgeving ingeschreven maar werd nooit uitgevoerd”, aldus minister Homans. De energiecorrectie zal nu dus wel worden toegepast. De afgelopen legislatuur werd er immers een recordbedrag van 3,86 miljard euro geïnvesteerd in de bouw en renovatie van sociale woningen. Dat is 53 procent meer dan toen sp.a de bevoegde minister leverde. Heel wat sociale woningen zijn daardoor energiezuiniger geworden met als gevolg dat de energiefactuur daalt, maar de huurprijs niet wordt aangepast aan de betere kwaliteit.

Met het BVR van 30 november 2018 werd het Kaderbesluit Sociale Huur aangepast om de energiecorrectie toe te kunnen passen: er zal een energietoeslag aangerekend worden op de woningen die beter presteren dan het referentie-energieverbruik. Deze energiecorrectie zal echter nooit groter zijn dan het voordeel dat de huurder ondervindt op zijn energiefactuur door de betere energieprestatie van de woning. Als referentie wordt de EPB-normering genomen van 2006. De EPB-normering werd toen immers ingevoerd. Vanaf dan zijn er ook attesten beschikbaar. Vanaf de invoering van het EPB voor nieuwbouwwoningen, scoren woningen merkelijk beter dan bijvoorbeeld woningen die dateren uit de jaren ‘70. Deze referentie wordt enkel gebruikt om de energiecorrectie te berekenen en heeft niets te maken met de EPB-normen van de huidige sociale woningen. Die scoren uiteraard veel beter. Een sociale woning die voldoet aan de EPB-normen van 2006 krijgt geen energiecorrectie. De woning moet immers beter scoren waardoor in feite maar woningen vanaf 2010 in aanmerking zullen komen.

“Het toepassen van de energiecorrectie levert dus een win-win op, voor de sociaal huurders die een lagere energiefactuur krijgen en voor de sociale huisvestingsmaatschappijen die iets meer huurinkomsten krijgen waardoor ze gestimuleerd worden om verder te investeren. Zo komen er meer energiezuinige woningen bij en dat is natuurlijk ook goed voor het klimaat. Dat duizenden sociaal huurders nu meer zullen moeten gaan betalen is onwaar net omdat de eventueel verhoogde huishuur door de energiecorrectie nooit hoger zal zijn dan het voordeel dat de sociaal huurder uit de verlaagde energiefactuur haalt”, besluit Liesbeth Homans.