Snel werk maken van wet rond pleegzorgverlof

23 januari 2019, over deze onderwerpen: Pleegzorg en adoptie

De N-VA wil dat de regering dringend werk maakt van de uitvoering van de wet rond pleegzorgverlof. Deze werd reeds in september gestemd en is sinds kort in voege. “Ministers De Block en Peeters hebben maanden nagelaten alle nodige uitvoeringsbesluiten te nemen. Hierdoor ondervinden pleegouders op het terrein praktische problemen om het verlof waarop ze wettelijk recht hebben bij de komst van een kind aan te vragen”, zeggen Kamerlid Kristien Van Vaerenbergh en Vlaams Parlementslid Lorin Parys. “De wet is van kracht, je kan 6 weken pleegouderverlof aanvragen maar je kan het verlof niet uitbetaald krijgen, dat is gewoon kafka. Zeker omdat minister Peeters, enkele dagen na de val van de regering, nog in de pers bevestigde dat het pleegouderverlof er op 1 januari aan kwam. Dat blijkt niet waar.”

Tot voor 1 januari hadden pleegouders per koppel enkel zes dagen administratief verlof om allerhande zaken, zoals naar de rechtbank gaan of voor contacten met de ouders of de dienst pleegzorg, te regelen. Voor zorgtaken kregen ze geen verlof. Maar daar kwam dit jaar verandering in. Vanaf 1 januari 2019 krijgen pleegzorgers en adoptieouders recht op zes weken verlof per ouder. Om de 2 jaar komt daar nog een week bij met een maximum van 5 bijkomende weken tegen 2027. Die bijkomende weken kunnen de pleeg- of adoptieouders onder elkaar verdelen. “Dat is nodig zodat de pleegkinderen, die vaak erg kwetsbaar zijn, zich kunnen hechten aan de pleegouders en de nieuwe omgeving”, zeggen beide parlementsleden.

Concreet moet de regelgeving rond arbeidsovereenkomsten worden aangepast aan de wet. “Zo moet gestipuleerd worden dat de 3 eerste dagen pleegouderverlof ten laste van de werkgever vallen en de rest ten laste van de mutualiteit. Werknemers hebben recht op 82 procent van hun loon met een maximum van 114,59 euro per dag of 3.437 euro per maand. Voor zelfstandigen moet worden vastgelegd dat ze recht hebben op een forfait van 2.077 euro”, verduidelijkt Van Vaerenbergh.

“Regering wil doen wat ze niet mag, maar doet niet wat ze moet”
“Sinds de stemming in het parlement zijn vier maanden verstreken: drie maanden als regering met volheid van bevoegdheid en een maand in lopende zaken. Er is dus ruim de tijd geweest om de uitvoeringsbesluiten te nemen, ook vóór de val van de regering. Nadat de regering eerder een volwaardig statuut voorzag met rechten en plichten voor pleegzorg was deze wetgeving een sluitstuk om pleegouders te ondersteunen en meer kandidaten te rekruteren. Dat is nodig om de meer dan 800 kinderen die in Vlaanderen op de wachtlijst staan een thuis te bezorgen”, zeggen Van Vaerenbergh en Parys.

De regering kan, volgens de Raad van State Een bijzonder adviesorgaan en administratief rechtscollege, opgericht in 1946. Zijn belangrijkste bevoegdheid is het schorsen en vernietigen van administratieve rechtshandelingen die strijdig zijn met de geldende rechtsregels. Als hoogste administratief rechtscollege zijn zijn uitspraken bindend. De Raad is ook cassatierechter voor beroepen tegen de uitspraken van de lagere administratieve rechtscolleges. Daarnaast geeft de Raad van State advies op wetgevend en reglementair gebied. Raad van State , Koninklijke Besluiten uitvaardigen wanneer de zaak dringend is, het een zaak van louter dagelijks bestuur is of de politieke beslissing reeds genomen werd vooraleer de regering in lopende zaken belandde. Dat geldt voor alle beslissingen omtrent de thematische verloven. “De regering in lopende zaken wil veel doen wat ze eigenlijk niet mag, maar doet niet wat ze wel kan én nodig is”, besluit Van Vaerenbergh.

De problemen beperken zich trouwens niet alleen tot pleegzorg. Ook het aanvragen van andere thematische verloven sinds kort mogelijk op flexibele wijzen en het nieuwe 1/10 ouderschapsverlof moeten nog verder geregeld worden bij Koninklijk Besluit. De N-VA zal nu een parlementair initiatief nemen waarin ze de regering nogmaals opdraagt te doen wat moet gebeuren.