Schaf opkomstplicht af

17 oktober 2018, over deze onderwerpen: Politiek, Democratie

De lokale verkiezingen liggen intussen bijna 3 dagen achter ons. Intussen wordt duidelijk dat de Vlaming niet graag met de karwats naar de stemurne wordt gebracht om daar een bolletje rood te kleuren. Dat is spijtig, maar dat is ook zijn goed recht. De zogenaamde ‘opkomstplicht’, de verplichting om te komen stemmen, wordt bij elke verkiezing weer wat uitgehold zo blijkt.

Afgelopen zondag mochten bijna 5 miljoen Vlamingen stemmen. 4,5 miljoen deden dat ook, een opkomst van bijna 93 procent. De thuisblijvers (362.000 mensen) riskeren een boete. Maar nog belangrijker is dat 4 procent van de stemmers dat uiteindelijk ‘blanco’ of ‘ongeldig’ deed (175.000 mensen). Tel daarbij de 334.000 niet-Belgen die zich niet lieten registreren om te kunnen stemmen en je komt al gauw aan het forse getal van bijna 900.000 niet-stemmers. Omgerekend representeren deze “niet-stemmers” bijna 17 procent, wat erop neerkomt dat ze de derde grootste formatie zijn na de N-VA en de CD&V.

De opkomstplicht, de verplichting om te gaan stemmen, is dus grotendeels zinledig geworden. We zijn trouwens een van de weinige landen waar dit nog bestaat (samen met Griekenland, Luxemburg en Thailand).

Onze partij pleit er dan ook voor om de tering naar de nering te zetten en die verplichting af te schaffen. Een gemotiveerde stem versterkt de democratie, de niet-stem verzwakt die. Vanuit die optiek heeft ons Kamerlid Wim Van der Donckt hierover verschillende wetsvoorstellen ingediend.

“Het afschaffen van de opkomstplicht zal leiden tot een versterking van de democratie, want elke politicus wordt ertoe verplicht de kiezer inhoudelijk te overtuigen om zijn stem voor hem uit te brengen, zo niet blijft die kiezer thuis. En dat afschaffen zal ook de kwalijke praktijk van het ronselen van volmachten uit de wereld helpen”, besluit Wim Van der Donckt.