Raad van State fluit minister De Backer terug over corona-app

27 mei 2020, over deze onderwerpen: Economie, Gezondheidszorg, Coronacrisis

Het verhaal rond de corona-app kent een nieuwe episode. Het wettelijk kader dat het gebruik van deze app moest regelen stuit op kritiek van de Raad van State Een bijzonder adviesorgaan en administratief rechtscollege, opgericht in 1946. Zijn belangrijkste bevoegdheid is het schorsen en vernietigen van administratieve rechtshandelingen die strijdig zijn met de geldende rechtsregels. Als hoogste administratief rechtscollege zijn zijn uitspraken bindend. De Raad is ook cassatierechter voor beroepen tegen de uitspraken van de lagere administratieve rechtscolleges. Daarnaast geeft de Raad van State advies op wetgevend en reglementair gebied. Raad van State die stelt dat een dergelijke app vooral de bevoegdheid is van de deelstaten. “Dit is een blamage voor minister De Backer en zijn kabinet”, reageert Kamerlid Michael Freilich.

Historiek app
Eerst kondigde minister De Backer aan dat de federale overheid deze app voor alle burgers zou voorzien. Hij bundelde alle voorstellen; de ontwikkelaars zelf kregen een spreekverbod opgelegd. Het kabinet communiceerde nooit concreet over de apps. Tot minister De Backer tot grote verrassing van onder meer de ontwikkelaars, de beslissing over een app enkele weken geleden bij de regio’s duwde.

Voor de Vlaamse bevoegde minister, Wouter Beke (CD&V), was een app alvast geen prioriteit. De nota’s van de groep experts die belast zijn met de exitstrategie, repten er met geen woord over. En met zijn verklaring op 23 april ll. dat een corona-app geen must is, plaatste De Backer de piste uitdrukkelijk in de koelkast.

Toch werd een tekst die op kabinet De Backer werd voorbereid twee weken geleden ingediend als wetsvoorstel in de Kamer. Morgen wordt de bespreking van dat wetsvoorstel aangevat in de Kamercommissie Economie.

Advies Raad van State
De corona-app zal echter nog niet voor morgen zijn. De Raad van State heeft bezwaren op het wetsvoorstel waarmee de federale regering de uitrol van deze app wil regelen. Zo is de federale regering enkel bevoegd voor het algemeen privacykader voor wat betreft contactopsporingsapplicaties, maar het wetsvoorstel voorziet echter ook in regels die specifiek gericht zijn op digitale contactopsporingsapplicaties om COVID-19-besmettingen op te sporen. Wat een gemeenschapsbevoegdheid inzake preventieve gezondheidszorg is.

De Raad van State besluit dan ook dat het wetsvoorstel betrekking heeft zowel op federale als op gemeenschapsbevoegdheden. Een wettelijk kader voor een contactopsporingsapplicatie in het kader van COVID-19 kan daardoor enkel tot stand komen via een samenwerkingsakkoord waarvoor parlementaire instemming is vereist op federaal niveau én in de deelstaten.

Kamerlid Michael Freilich reageert teleurgesteld. “Initieel hebben wij, hoewel wij niet noodzakelijk voor een dergelijke app zijn, dit wetvoorstel mee ondertekend, maar nu blijkt dat de Raad van State dergelijke opmerkingen heeft, moeten we dit toch herbekijken.”

“Dit is de zoveelste episode in de slechte soap die de corona-app aan het worden is. Eerst ging De Backer de app regelen, toen dat niet evident bleek moesten de deelstaten het doen en nu een maand later wil De Backer toch de app uitrollen, maar is het wettelijk kader niet in orde. In sommige buurlanden wordt er binnenkort een app uitgerold, maar hier staan we ondertussen nergens”, besluit Freilich.