Privékapitaal voor nieuwe aanpak tegen dakloosheid

8 maart 2019, over deze onderwerpen: Welzijn

Om sociale innovatie extra zuurstof te geven, keurde het Vlaams Parlement in maart 2018 het decreet op sociale impactobligaties goed. Vandaag wordt een eerste sociale impact Obligatie Een lening aan een bedrijf of een overheid, die je met interest terugbetaald krijgt. In tegenstelling tot aandelen, hebben de meeste obligaties een vaste looptijd en een vaste interest, die meestal jaarlijks wordt uitbetaald. Daardoor houden obligaties in de regel ook minder risico in dan aandelen. obligatie gelanceerd in de zorg. Het gaat om een initiatief om jongvolwassen gevangenisverlaters of jongeren op een wachtlijst voor opvang op een nieuwe manier te helpen. Lorin Parys, motor achter de Sociale Impact Obligaties: “Opzet is om deze groep jongvolwassenen een dak boven hun hoofd te geven, hen aan een job te helpen en ervoor te zorgen dat ze geen nieuwe feiten plegen. En dat op een manier die niet eerder geprobeerd is in een samenwerking tussen Oranjehuis vzw, CAW Zuid-West-Vlaanderen, de KU Leuven, BNP Paribas en de Vlaamse overheid. Privékapitaal neemt het risico, maar als de aanpak werkt, is de potentiële maatschappelijke winst enorm.” Om ervoor te zorgen dat de kennis rond dit vernieuwend financieringsinstrument breed gedeeld wordt binnen de overheid, richten de Vlaamse meerderheidspartijen een kenniscentrum op. “Met ons voorstel van decreet moeten we het warm water niet steeds opnieuw uitvinden en kunnen binnenkort hopelijk ook steden en gemeenten aan de slag met deze vorm van sociale innovatie.”

Sociale Impact Obligaties vormen een contract tussen sociale organisaties en private investeerders die willen investeren in innovatieve projecten met sociale impact. Het systeem van de sociale-impactobligaties biedt de sociale organisatie en de investeerder de mogelijkheid een proefproject van maximaal vijf jaar op te starten, waarbij de investeerder verantwoordelijk is voor de kosten. Het systeem is voordelig voor alle actoren uit de welzijnssector. Sociale organisaties kunnen nieuwe investeringen aantrekken voor hun innovatieve projecten om te experimenteren. Daarnaast hoeft de overheid het krappe budget voor welzijn niet verder te verdelen: ze betaalt de investeerders alleen terug met een vooraf afgesproken rente, indien het project zijn vooraf opgestelde doelstelling behaald.

Lorin Parys is hoopvol. “Met dit instrument maken we echte sociale innovatie mogelijk. Het rendement voor de financierders, als het project slaagt, is redelijk maar het verschil dat we maken in een mensenleven is groot. En de kosten die de overheid vermijdt zijn aanzienlijk terwijl de maatschappelijke winst potentieel enorm is.”

Het eerste proefproject met sociale-impactobligaties, na goedkeuring van het decreet, werd gelanceerd door minister Muyters en de VDAB De Vlaamse Dienst voor Arbeidsbemiddeling en Beroepsopleiding (VDAB) is een Vlaamse overheidsdienst die vraag en aanbod op de arbeidsmarkt samenbrengt, bemiddelt voor werkzoekenden en hen naar werk begeleidt via een traject op maat. In het kader van de zesde staatshervorming werd ook de controle en sanctionering van werkzoekenden, een vroegere RVA-bevoegdheid, in 2016 een taak van de VDAB. De Waalse tegenhanger van de VDAB is Forem en de Brusselse Actiris. VDAB om NEET (Not in Education, Employment or Training) jongeren in Antwerpen te begeleiden naar werk met een nieuwe aanpak. Ook een tweede project staat op het punt van start te gaan: Back on Track. Een project dat jonge gevangenisverlaters en jongeren die wachten op residentiële opvang, begeleidt bij het vinden van een woonst en een job. “Opzet is om voor een duurzame woonst te zorgen via Housing First voor elke jongere, hen aan een job te helpen en recidive met de helft te verminderen. Grosso modo, zou de overheid met deze nieuwe preventieve aanpak, de helft besparen ten opzichte van de reguliere aanpak.”

Om meer organisaties en investeerders naar de sociale-impactobligaties te leiden, dienen de Vlaamse meerderheidspartijen een voorstel van decreet in voor de oprichting van een Vlaams Kenniscentrum. “Met een centraal aanspreekpunt voor alle betrokken partijen wordt de drempel hopelijk nog een pak lager”, zegt Lorin Parys. “Als deze experimentele aanpak beter blijkt te werken dan de standaard benadering kan de overheid die nieuwe methode als maatstaf voor de toekomst nemen. Daar wint iedereen bij.”