Pleegzorg nooit zo populair in Vlaanderen als in 2014

30 september 2015, over deze onderwerpen: Welzijn

Vorig jaar openden 4.036 Vlamingen hun huis en hun hart om voor 6.332 kinderen en pleeggasten te zorgen. Dat is een record. Lorin Parys (N-VA): “Het bewijs dat de media-aandacht en de campagne rond de Week van de Pleegzorg eind vorig jaar hun vruchten afwerpen. En dat we als gemeenschap steeds meer bereid zijn kinderen die thuis niet terecht kunnen, op te vangen. Dat vind ik hartverwarmend. Ik blijf samen met mijn federale collega Kristien Van Vaerenbergh (N-VA) op de bres staan voor een volwaardig statuut voor pleegouders zodat we nog meer kinderen een thuis kunnen geven.”

Meer pleegkinderen maar ook meer pleegzorgers
De instroom van kandidaat-pleegouders was eind vorig jaar opmerkelijk groter dan andere jaren: meer dan 1.000 geïnteresseerden namen deel aan informatiesessies over pleegzorg, vooral tijdens de Week van de Pleegzorg. “Die instroom heeft zich ook in de eerste maanden van 2015 doorgezet”, legt Parys uit.

“Eind 2014 steeg het aantal pleegzorgers in Vlaanderen met 13 procent tot 4.036 in vergelijking met een jaar eerder. In totaal vonden meer dan 6.332 kinderen en pleeggasten een thuis, het op één na hoogste aantal sinds het begin van de registratie in 1998. We kunnen de facto van een record spreken omdat de vorige recordcijfers uit 2011 een aantal categorieën bevatten die vandaag niet langer onder het nieuwe pleegzorgdecreet vallen.”

Pleegverlof
Vorig jaar vingen we 1.573 nieuwe kinderen op in pleegzorg terwijl 1.259 pleegkinderen ‘uitstroomden’. Netto zijn er met andere woorden meer dan 300 nieuwe pleegkinderen bijgekomen. Lorin Parys licht toe: “Een van de opvallendste cijfers is de instroom van jonge pleegkinderen tussen 0 en 3 jaar. Meer dan één op vijf pleegkinderen behoort tot deze leeftijdscategorie. De beslissing om bij uithuisplaatsing steeds pleegzorg als eerste optie te overwegen, lijkt dus zijn vruchten af te werpen.”

“Maar de cijfers geven geen inzicht in de wachtlijsten. Er staan gemiddeld zo’n 440 tot 500 kinderen op de wachtlijst voor een pleeggezin, met daarbij veel jonge kinderen. Het is dus belangrijk om federaal vooruitgang te maken met het voorstel voor pleegverlof.”

55 procent van de pleegzorgers is ouder dan 50 jaar
De gemiddelde leeftijd van de pleegzorgers ligt behoorlijk hoog. Meer dan 55 procent van de pleegzorgers is ouder dan 50 jaar. “Een mooie vorm van gemeenschapsvorming: oudere mensen zetten zich in voor jongeren die hulp nodig hebben, vaak gaat het om grootouders. Maar ook jongere gezinnen moeten we blijven stimuleren om pleegzorg te overwegen want de cijfers tonen een lichte vergijzing van het bestand pleegzorgers ten opzichte van 1998 toen 52 procent ouder dan 50 was”, stelt Parys. “In volgende campagnes moeten we ermee rekening houden dat we ook jongere pleegzorgers overtuigen.”

Twaalf pleegzorgattesten ingetrokken in 2014
Nog een aantal andere cijfers:

  • Er zijn verschillende vormen van pleegzorg maar de cijfers tonen dat pleegzorg meestal langdurig is met 4.565 zogenaamd perspectiefbiedende pleegzorgsituaties in 2014.
  • Er zijn net iets meer meisjes dan jongens in pleegzorg.
  • 45 procent van alle pleegkinderen wordt opgevangen in een bestandspleeggezin, een gezin dat het kind nog niet kende voor de pleegplaatsing. In 1998 was dat nog 56 procent.
  • Ook ongeveer de helft van de pleegzorgsituaties gebeurde via de rechtbank en de integrale toegangspoort. Daarbij is het opmerkelijk dat de jeugdrechtbank in Oost-Vlaanderen en Limburg meer kinderen aanmeldt dan in andere provincies.
  • Vorig jaar besliste de dienst voor pleegzorg om in 12 gevallen het pleegzorgattest in te trekken, dat betekent dat een pleeggezin niet langer geschikt werd bevonden om aan pleegzorg te doen. 31 gezinnen kregen geen attest om aan pleegzorg te beginnen.