Persoonsvolgende financiering personen met een beperking: niet zo persoonsvolgend

21 augustus 2018, over deze onderwerpen: Personen met een beperking

Op 1 januari 2017 werd voor volwassen personen met een handicap de persoonsvolgende financiering ingevoerd. De betrokkene krijgt een budget om de zorg in te kopen die hij wil, waar hij wil. Vlaams Parlementslid Tine van der Vloet: “Het idee is de mensen meer vrijheid te geven. Maar uit mijn berekeningen blijkt dat meer dan de helft van het budget voor personen met een beperking naar instellingen en structuren gaat, en niet naar de betrokken persoon zelf.”

Vlaams Parlementslid Tine van der Vloet wilde weten hoe het juist zit met de budgetten en de uitgekeerde middelen van het nieuwe systeem. Via parlementair werk achterhaalde zij dat in 2017 23.784 personen met een beperking een budget kregen om zorg in te kopen. Samen konden zij iets meer dan 750 miljoen euro besteden aan zorg (753.580.809,12 euro).

Het totale kostenplaatje voor 2017 bedraagt 1,54 miljard euro (1.542.453.254 euro). Meer dan de helft van dat kostenplaatje ging dus niet rechtstreeks naar de personen zelf, maar wordt aan andere zaken besteed.

nRTH (TOTAAL niet rechtstreeks toegankelijke hulp) 1.542.453.254 %
PVF (persoonvolgende financiering) 753.580.809,12 48,86
andere kosten 788.872.444,88 51,14

 
Van die 51 procent gaat een deel naar de zorginstellingen zelf en een deel naar allerlei (tussen)structuren. De vergunde zorgaanbieders krijgen zo bijvoorbeeld gemiddeld 37,24 procent bovenop alle ingekochte zorg, dit onder meer voor organisatiegebonden kosten.
 
Aangezien er zoveel mensen wachten op het budget is het belangrijk om alle kosten grondig te bestuderen, en te analyseren waar op het systeem kan bespaard worden. “Uiteraard wordt een deel van deze middelen wel nuttig besteed”, zegt van der Vloet, “Maar toch moeten we in detail durven bekijken waar dit geld allemaal voor gebruikt wordt en uitgaven schrappen waar mogelijk. Zo kunnen we ook extra middelen laten vloeien naar de persoonsvolgende budgetten. Er staan immers nog heel wat personen met een beperking op een wachtlijst voor een persoonsvolgend zorgbudget. Kunnen we deze mensen niet sneller helpen?”
 
Het antwoord op van der Vloets schriftelijke vraag geeft geen verdere details over alle kosten die met deze middelen gedekt worden. Dat is voer voor verder parlementair werk. “Daarom blijf ik vragen stellen tot ik weet waar elke euro naartoe gaat, of we bepaalde zaken niet efficiënter kunnen aanpakken, en bepaalde budgetten beter kunnen besteden”, aldus het parlementslid.