Opschorten verplichte tweetaligheid overheidsmanagers onaanvaardbaar

20 september 2019, over deze onderwerpen: Ambtenaren, Overheidsbedrijven

Veertien managers van de federale overheidsdiensten zijn nog steeds niet geslaagd voor de verplichte taaltest. Dat bevoegd minister Sophie Wilmès (MR) eraan zou denken hen ook na het vervallen van de deadline aan boord te houden is voor Kamerlid Yngvild Ingels onaanvaardbaar: “Dit is een stap terug naar de situatie waar eentalige ambtenaren carrière konden maken zonder 1 woord Nederlands te spreken.”

De regering Michel I maakte onder impuls van toenmalig minister Steven Vandeput, belast met Ambtenarenzaken werk van de verplichte functionele tweetaligheid van managers binnen de federale overheid. De wet die dat voorschreef bestond al sinds 2002, maar werd nooit uitgevoerd. Zittende topambtenaren kregen met het koninklijk besluit van Vandeput maximaal 2,5 jaar de tijd om hun functionele tweetaligheid te bewijzen via een taalexamen bij Selor. Nieuwe managers moesten dat binnen de zes maanden doen. “Deze maatregel moest niet alleen de kennis van het Nederlands bij overheidsmanagers afdwingen het zou ook de efficiëntie van onze overheidsdiensten verbeteren”, aldus Ingels.

Tweetaligheid managers evident
Het is voor de N-VA evident dat leidinggevenden en managers in de federale overheid de andere landstaal voldoende beheersen, zij moeten immers hun medewerkers kunnen aansturen en evalueren in hun eigen taal. Dat minister Wilmès eraan zou denken om managers die na al die tijd nog niet geslaagd zijn voor het examen aan boord te houden is dan ook onbegrijpelijk.

Dat Wilmès zich bovendien verstopt achter het feit dat de regering in lopende zaken is, maakt het nog erger. “Een regering in lopende zaken moet op de winkel letten en geen nieuwe beleidsdaden stellen,” vervolgt Ingels. “Bovendien is het hemeltergend dat iemand die genoemd wordt als mogelijke eerste minister, een voor de Vlamingen zo belangrijke maatregel in de frigo zou steken.”