Ontwerp klimaatakkoord zorgt voor onterechte factuur richting Vlaanderen

27 oktober 2015, over deze onderwerpen: Klimaat

De N-VA hecht veel belang aan een goed Klimaatplan. Vandaar dat we na zes jaar ‘onderhandelen’ door de vorige regeringen, streven naar een breed gedragen en eerlijk plan, waarbij de nadelen en de voordelen van de - terecht gevraagde - klimaatinspanningen op een evenwichtige en correcte manier verdeeld worden tussen de drie gewesten en de federale overheid.

De aan België gevraagde inspanningen zijn al langer bekend. Over de verdeling tussen de gewesten en de federale overheid werd nog geen akkoord gevonden. Een akkoord is nodig over het aandeel aan hernieuwbare energie, de reductie van broeikasgasuitstoot, en de verdeling van de middelen van het Klimaatfonds.

Vlaams N-VA-fractievoorzitter Matthias Diependaele licht zijn bedenkingen toe over wat voor ligt: “Bij die verdeling wringt het schoentje: de verdeling van de lusten en de lasten gebeurt in het meest recente voorstel niet op een eerlijke en faire manier. Integendeel, met dit akkoord wordt een factuur van 130 miljoen euro per jaar naar de Vlaamse gezinnen gestuurd. En daar passen we voor.”

Waarom is het ontwerpakkoord onevenwichtig en oneerlijk?

  • De doelstelling ‘hernieuwbare energie‘ voor het Waals Gewest daalt van 12,5 procent naar 11,5 procent. Diependaele: “Wallonië realiseert vandaag al bijna 11 procent en zal omwille van de veel ruimere (geografische) mogelijkheden zoals veel open ruimte, waterkracht,… snel overschotten boeken. Vlaanderen daarentegen moet 10 procent realiseren, maar om van de huidige gerealiseerde 5,5 procent naar 10 procent te stijgen, moet het zware (en dure) investeringen doen, zonder de geografische mogelijkheden die Wallonië heeft. Totaal onevenwichtig dus, dit voorstel.” Om misverstanden te vermijden: de 10%-doelstelling voor Vlaanderen mag dan al lager liggen dan de 11,5 procent van het Waals gewest, in absolute cijfers is de Vlaamse inspanning bijna dubbel zo groot.
  • Bovendien zal het Waals gewest zijn overschotten kunnen verkopen aan het federale niveau. En zoals steeds betalen Vlaamse gezinnen en bedrijven 64 procent van de federale factuur. In dit geval komt dat neer op 130 miljoen euro per jaar, oftewel 52 euro per jaar per gezin. Diependaele: “Dat het federale niveau die overschotten zal moeten aankopen, staat buiten kijf. Al was het maar omdat de doelstelling hernieuwbare energie voor de federale overheid onrealistisch hoog werd onderhandeld. De bevoegde minister rekende het federale aandeel rijk door door inspanningen mee te tellen die door Europa niet aanvaard zullen worden (pompcentrale van Coo & import). Daardoor kan bovendien ook de globale Belgische doelstelling van 13 procent hernieuwbare energie onmogelijk gehaald worden. De kostprijs voor de Vlaamse gezinnen en bedrijven bedraagt minstens 130 miljoen euro. Per jaar.”
  • Ook wat de verdeling van het Klimaatfonds (de ‘emissierechten’) betreft, zit het scheef. Zo draagt Vlaanderen het meeste bij (64 procent) aan dat fonds - op dit moment goed voor 1,25 miljard euro - omdat het over een energie-intensieve industrie zoals de petrochemische sector beschikt. Diependaele: “Als het klopt dat Vlaanderen in plaats van de gerechtvaardigde 64 procent slechts 50 procent van de inkomsten zou krijgen – zoals in het ontwerp zou staan - , dan maakt ons dit niet bepaald gelukkig, wel integendeel.” De Vlaamse gezinnen doen bovendien reeds de grootste inspanningen wat de vermindering van de broeikasgassen betreft en betalen bovendien reeds het merendeel van de federale groene stroomfactuur.

Diependaele: “Ook wij willen een klimaatakkoord. Uiteraard. Maar dan wel een met een evenwichtige verdeling van de lasten en de lusten, en rekening houdend met ieders mogelijkheden. En vooral: zonder een onterechte factuur richting de Vlaamse gezinnen.”