Nieuwe PISA-resultaten moeten Vlaanderen wakker schudden

3 december 2019, over deze onderwerpen: Nederlands leren, Kleuterschool en basisonderwijs

In het nieuwe PISA-onderzoek vallen de Vlaamse leerlingen voor leesvaardigheid voor het eerst uit de top-10 van de OESO De Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OESO), opgericht in 1961 als uitvloeisel van het Marshallplan, is een samenwerkingsverband van 34 landen om sociaal en economisch beleid te bestuderen en te coördineren. De aangesloten landen proberen hun gezamenlijke problemen op te lossen en hun internationaal beleid onderling af te stemmen. Om vergelijkende analyses te doen, verzamelt de organisatie ook statistische informatie. Die OESO-analyses zijn voor de N-VA een waardevolle basis om het beleid aan af te toetsen of het zelf mee vorm te geven. OESO -landen. Vlaamse 15-jarigen scoren slechter voor wiskundige geletterdheid en wetenschappelijke geletterdheid. De achteruitgang voor leesvaardigheid is zelfs aanzienlijk. De resultaten van een Vlaams vervolgonderzoek op het PIRLS-programma liggen in dezelfde lijn. “De toestand is ernstig, maar niet hopeloos”, zegt Vlaams minister van Onderwijs Ben Weyts. “We hebben concrete plannen voor een sterkere focus op Nederlands van in de kleuterklas, aangescherpte eindtermen die meer belang hechten aan taal en wiskunde en Vlaanderen-brede proeven die de leerwinst meten. Daarnaast heb ik aan OESO-expert Dirk Van Damme gevraagd om een beperkt en internationaal team samen te stellen van onafhankelijke experts die concrete suggesties doen om de onderwijskwaliteit te verbeteren.”

Het ‘Programme for International Student Assessment’ (PISA) is een driejaarlijkse internationale studie die al sinds 2000 de wiskundige en wetenschappelijke geletterdheid en de leesvaardigheid test bij de 15-jarigen in 79 landen. Het onderzoek wordt uitgevoerd in opdracht van de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OESO). Voor PISA 2018 werden in Vlaanderen 4.882 leerlingen uit 172 scholen getest. 

De resultaten van de Vlaamse leerlingen gaan achteruit bij elk van de 3 geteste competenties. Voor leesvaardigheid is de achteruitgang ten opzichte van 2015 aanzienlijk. Voor de eerste keer sinds het begin van de tests in 2000 vallen de Vlaamse 15-jarigen voor leesvaardigheid uit de top-10 van de OESO-landen. Binnen Europa moet Vlaanderen voor leesvaardigheid Ierland, Estland, Finland en Polen laten voorgaan. 1 op 5 van de Vlaamse leerlingen haalt het minimumniveau niet: ze kunnen teksten niet goed gebruiken en ze kunnen er de belangrijkste elementen niet uit halen.

Voor wiskunde en wetenschappen behoren de Vlaamse leerlingen nog steeds tot de Europese subtop, maar ook hier gaan de gemiddelde scores duidelijk achteruit. Tussen 2003 en 2018 daalde het aantal toppresteerders voor wiskunde in geen enkel land zo sterk (-15 procent) als in Vlaanderen. 17 procent van onze leerlingen is laagpresteerder voor wiskunde en 18 procent laagpresteerder voor wetenschappen. Er zijn maar 9 landen waar de wetenschappelijke geletterdheid duidelijk gedaald is tussen 2006 en 2018, maar Vlaanderen is er één van.

De negatieve trend is zichtbaar in alle onderwijsvormen. Ook in het Algemeen Secundair Onderwijs. Vroeger was amper 1 procent van de laagpresteerders voor leesvaardigheid een ASO-leerling: nu vind je al 7 procent van die laagpresteerders in het ASO. De Vlaamse leerlingen geven overigens amper blijk van leesplezier. Maar liefst 60 procent geeft aan enkel te lezen als het móet. De helft van de Vlaamse 15-jarigen bestempelt lezen zelfs als tijdverlies.

De prestaties worden in Vlaanderen meer dan in andere onderwijssystemen verklaard door achtergrondkenmerken zoals thuistaal en migratie. Zo zijn de resultaten duidelijk slechter bij leerlingen die thuis geen goed Nederlands spreken.

PIRLS Repeat

De resultaten van een nieuwe Vlaamse studie liggen in dezelfde lijn als de PISA-resultaten 2018. In 2016 bleek uit de Progress in International Reading Literacy Study (PIRLS) dat de Vlaamse leerlingen in vergelijking met 2006 van alle leerlingen de sterkste achteruitgang kenden op het vlak van begrijpend lezen. In de internationale rangschikking deed Vlaanderen het slechter dan bijna alle andere EU-lidstaten. In 2018 werd een vervolgonderzoek uitgevoerd bij identiek dezelfde groep leerlingen, die op dat moment dus in het 6de leerjaar zaten.

Uit deze ‘PIRLS Repeat’ blijkt dat er tussen het 4de en het 6de leerjaar onvoldoende leerwinst geboekt werd voor begrijpend lezen. De leerlingen halen in het 6de leerjaar het niveau van de best presterende landen uit de test voor het 4de leerjaar: ze doen er dus 2 jaar langer over om het topniveau te bereiken. Volgens 4 van de 5 gebruikte maatstaven is de leerwinst tussen het 4de en het 6de leerjaar duidelijk kleiner dan verwacht. We tellen in het 6de leerjaar ook nog altijd minder toppresteerders dan de toplanden van PIRLS 2016. Nog erger is dat de leerlingen in het 6de leerjaar een negatievere houding tegenover lezen hebben ontwikkeld. Het leesplezier en de leesmotivatie is gedaald. Ook in PIRLS Repeat valt op dat leerlingen die thuis geen Nederlands spreken zich minder zelfzeker voelen.

Het vervolgonderzoek bevestigt bovendien dat de vaardigheden die in PIRLS gemeten worden sterk overeenkomen met het Vlaamse curriculum. Het onderzoek is dus (helaas) een goede graadmeter van hoe het gesteld is met het begrijpend lezen van leerlingen in het 4de leerjaar. 

“Deze resultaten kan en mag je niet wegwuiven”, zegt Vlaams minister van Onderwijs Ben Weyts. “Jaar na jaar zijn er experts die de slechte resultaten relativeren, maar ik wil dat uitdrukkelijk níet doen. Zeker de evolutie op lange termijn kunnen we niet naast ons neerleggen. We moeten nú ingrijpen en de kwaliteit opkrikken. Ten eerste moeten we focussen op Nederlands, want taal is de sleutel tot alle andere kennis. Ten tweede moeten we de lat hoger leggen, met aangescherpte eindtermen die focussen op Nederlands en Wiskunde. Ten derde moet ons onderwijs meer in de spiegel kijken, met in heel Vlaanderen dezelfde proeven die meten of we erin slagen om leerwinst te boeken. Het zal zeker 10 jaar duren voor we effecten van die aanpak zien. Op korte termijn zullen er niet meteen meetbare resultaten zijn, maar we moeten de tanker wel keren. Ik ben daarom heel blij dat OESO-expert Dirk Van Damme de opdracht aanvaard heeft om een internationaal team samen te stellen met onafhankelijke experts die suggesties zullen doen om de onderwijskwaliteit verder te verbeteren. Volgend najaar zullen zij een rapport afleveren. Ik ga ook overleggen met de onderwijskoepels, want we moeten dit met z’n allen samen aanpakken, elk met de eigen mogelijkheden en verantwoordelijkheden.”