Nieuwe belangrijke stappen in de harmonisering van publieke en private sector: pensioenen

10 april 2016, over deze onderwerpen: Werken, Pensioenen, Ziekte, Ambtenaren

De regering heeft afgelopen weekend een ambitieuze begrotingscontrole succesvol afgerond. Verschillende beslissingen hebben ook impact voor de federale overheid en de ambtenaren.

Minister van Defensie, belast met Ambtenarenzaken, Steven Vandeput, werkt immers volop aan een stapsgewijze modernisering van het hr-beleid; en aan een harmonisering van de publieke sector met de privésector, zoals het regeerakkoord aangeeft. Dat zal de overheid toelaten om efficiënter en slimmer te werken én tegelijkertijd een aantrekkelijke werkgever te blijven. En de minister boekt op dat vlak duidelijke resultaten.

Iedereen zal in de toekomst langer moeten werken om ons sociaal stelsel leefbaar te houden. Ook de ambtenaren. Daartoe werden tijdens de afgelopen begrotingscontrole – onder impuls van de N-VA – 5 belangrijke en structurele maatregelen genomen.

1. Afschaffen automatisch ziektepensioen
Vandaag worden ambtenaren die na hun 60ste verjaardag, 365 dagen ziekteverlof hebben opgebruikt, automatisch op ziektepensioen geplaatst. Dit systeem staat haaks op de doelstellingen van de regering om langdurig zieken zo veel mogelijk opnieuw in de arbeidsmarkt te re-integreren én om mensen langer aan het werk te houden op basis van een leeftijdsbewust personeelsbeleid. We zullen dit systeem vervangen door een bestaande regeling uit de private sector (arbeidsongeschiktheidsuitkering). Wat op zijn beurt een nieuwe stap betekent in de vooropgestelde harmonisatie publiek/privé.

2. Afschaffen opsparen van ziektedagen
We beëindigen het systeem waarbij ambtenaren hun ‘niet gebruikte’ ziektedagen kunnen ‘opsparen’ (tot 21 dagen per jaar) voor opname (aan 100 procent loon) op het einde van de loopbaan.

3. Tweede pensioenpijler voor contractuele werknemers
Er bestaat vandaag een onrechtvaardige ongelijkheid in de pensioensopbouw van statutaire en contractuele ambtenaren. In het verleden werd op het einde van zijn of haar carrière een contractueel tewerkgestelde vaak nog snel-snel benoemd tot statutair werknemer om dan toch gelijke pensioenrechten te verkrijgen. Dit kan worden beschouwd als oneigenlijk gebruik van het systeem, en bovendien niet gelijk voor iedereen. Fundamenteel onrechtvaardig dus, en dat stoppen we. Er komt nu een veralgemening van het aanvullend pensioen (de 2e pijler) voor het contractueel overheidspersoneel. Door de invoering van een gemengd systeem van pensioenopbouw (2de Pijler/Ambtenaar) versterken en verrechtvaardigen we de situatie van de contractuele ambtenaar. Dit is een belangrijke stap in de gelijkschakeling private/publieke sector. (Het gemengd pensioensysteem is niet van toepassing voor ambtenaren die nog benoemd werden voor het regeerakkoord.)
 
4. Stopzetten van ‘preferentiële’ pensioenstelsels bij de federale overheid
Dit betekent dat de loopbaanvoorwaarden voor pensioen in de publieke sector geleidelijk worden afgestemd op het systeem van de private sector. In de toekomst wordt ook in de publieke sector een volledige loopbaan bereikt na 45 gewerkte jaren (vandaag is dit vaak al na 35 jaar), in overeenstemming met de te verwachten aanbevelingen van de nationale pensioencommissie (NPC) m.b.t. de zware beroepen / functies. Deze maatregel zal dan ook verder in detail worden uitgewerkt in de schoot van de NPC waar regering, werkgevers en werknemers in vertegenwoordigd zijn.

5. Afbouw 'Verloven Voorafgaand aan Pensioen'
Naar analogie met het uitdoven van het brugpensioen in private sector, worden ook de talloze vervroegde uittredingsregels bij de federale overheid teruggeschroefd. Vandaag bestaan er immers nog 57 verschillende vervroegde uittredestelsels in de publieke sector en bij autonome overheidsbedrijven: op 55 jaar, op 56 jaar, …

Deze 5 maatregelen hebben géén impact op het pensioenbedrag van de ambtenaren. Want ze stimuleren – naar analogie van maatregelen in de private sector – de ambtenaren om langer aan het werk te blijven. Dat is een besparing voor de Sociale zekerheid De sociale zekerheid is in België tot nader order federaal. De belangrijkste pijlers van de Belgische sociale zekerheid zijn: de ziekte- en invaliditeitsverzekering (RIZIV), de pensioenen, de werkloosheidsverzekering en de kinderbijslagen. Daarnaast ook nog beroepsziekten, arbeidsongevallen en jaarlijkse vakantie. Sommige Vlaamse partijen ijveren al lang voor de overheveling van (grote delen van) de sociale zekerheid naar gewesten en gemeenschappen. sociale zekerheid , want ambtenaren stromen hierdoor later in het pensioenstelsel in en blijven langer productief voor de samenleving.