Nederlands als thuistaal verliest opnieuw terrein

Het aantal kinderen en jongeren uit het kleuter-, lager-, en secundair onderwijs in Vlaanderen dat thuis geen Nederlands spreekt, blijft stijgen. Dat besluit Vlaams volksvertegenwoordiger Vera Celis uit eigen berekeningen voor de laatste jaren, tot en met het schooljaar 2017-2018, op basis van parlementaire vragen. De stijging doet zich vooral voor in de grote steden en in de Vlaamse Rand. “Deze cijfers bewijzen dat maatregelen om de taalachterstand bij te spijkeren bij kinderen en jongeren broodnodig blijven”, zegt Celis, oud-leerkracht en lid van de commissie Onderwijs. “Hoe vroeger we daarmee beginnen en hoe grondiger we dat doen, hoe beter voor alle leerlingen en voor de leraars.”

Vorige week staakten heel wat leerkrachten. Sinds lang. Zij klagen over de grote werkdruk, de planlast, en het steeds moeilijkere klasmanagement. “Dat vele leerlingen een andere thuistaal hebben dan het Nederlands en daardoor slecht of geen Nederlands preken, speelt zeker een rol”, zegt Vera Celis.

Vorig schooljaar (2017-2018) spraken in totaal 21,5 procent van de leerlingen uit het basisonderwijs in Vlaanderen en Brussel thuis geen Nederlands. In het schooljaar 2012-2013 lag dat percentage nog op 17,6 procent. Ook in het secundair onderwijs zien we opnieuw een stijging. Daar sprak 16,7 procent van de leerlingen in het schooljaar 2017-2018 thuis geen Nederlands in vergelijking met de 11,7 procent in het schooljaar 2012-2013.

Op het niveau van de provincies zien we eveneens sterke toenames, vooral in het basisonderwijs. In de provincie Antwerpen sprak in het schooljaar 2017-2018 22,4 procent van de leerlingen uit het basisonderwijs thuis geen Nederlands, tegenover 18,7 procent in 2012-2013. In Limburg sprak 15,3 procent van de kinderen thuis geen Nederlands terwijl dat 5 schooljaren geleden nog op 13,3 procent lag. In Vlaams-Brabant stellen we vast dat zelfs een kwart van de leerlingen (26,6 procent) in het schooljaar 2017-2018 thuis geen Nederlands sprak in vergelijking met de 20,9 procent in het schooljaar 2012-2013. In Oost-Vlaanderen zien we een stijging van 13,2 procent tot 16,9 procent en in West-Vlaanderen van 8,5 procent tot 11,9 procent.

Wanneer we focussen op de gemeenten en steden, dan springen vooral de grote steden in het oog: in de stad Antwerpen spreekt 46,2 procent van de kinderen in het basisonderwijs en 36,8 procent van de leerlingen in het secundair onderwijs thuis geen Nederlands. In Gent is dit 33,5 procent voor het basisonderwijs en 22,9 procent voor het secundair onderwijs. In andere steden bemerken we eveneens opmerkelijke cijfers: in Genk (basisonderwijs, 31,4 procent, secundair onderwijs 20,8 procent), in Leuven (basisonderwijs, 25,6 procent, secundair onderwijs 15,6 procent) en in Oostende (28,9 procent basisonderwijs, 20,5 procent in het secundair onderwijs) scheren de cijfers hoge toppen.

Vooral in de Vlaamse Rand wordt de toestand steeds zorgwekkender: in Vilvoorde (basisonderwijs, 57,4 procent, secundair onderwijs, 44,1 procent), in Zaventem (basisonderwijs, 54,8 procent, secundair onderwijs, 48,6 procent), in Sint-Genesius-Rode (basisonderwijs 61,9 procent, secundair onderwijs, 52,4 procent) en in Machelen (basisonderwijs, 60,7 procent, secundair onderwijs 50 procent) werd de kaap van 50 procent in het basisonderwijs ruim overschreden.

Volksvertegenwoordiger Vera Celis: “Deze uitdaging stelt zich niet meer alleen in de (grote) steden, maar over heel Vlaanderen. We moeten met deze realiteit omgaan. Het spreekt voor zich dat het niet gemakkelijk is voor de leerling en voor de leerkracht indien de leerling thuis geen Nederlands spreekt. Dat verkleint de onderwijskansen van deze leerlingen, met meer zittenblijven en schooluitval tot gevolg. Op termijn is dat ook nefast voor hun kansen op de arbeidsmarkt.”

Het parlementslid reageert wel tevreden op de recent goedgekeurde verlaging van de onderwijsplichtleeftijd naar vijf jaar (vanaf het schooljaar 2020-2021). Celis: “Op deze manier zorgen we ervoor dat kinderen die thuis onvoldoende Nederlands spreken, de taal reeds in de kleuterschool kunnen leren en zo het lager onderwijs zonder taalachterstand kunnen starten. “Sinds 2013 werd ook het instrumentarium van een school uitgebreid met onder meer taaltesten, taalbaden tot een jaar, bijspijkerlessen en vervolgcoaches om taalachterstand te detecteren en te remediëren. De N-VA wil dat de volgende Vlaamse Regering taalbaden actiever zal aanmoedigen en ondersteunen.