Na vernietigend rapport Rekenhof: N-VA dient resolutie in om het Fonds voor Medische Ongevallen grondig te hervormen

23 juni 2020, over deze onderwerpen: Uitkeringen, Gezondheidszorg

Vandaag verscheen een vernietigend rapport van het Rekenhof over het FMO, een fonds dat schadevergoedingen voorziet bij medische ongevallen zonder aansprakelijkheid. Het wanbeheer van de laatste jaren heeft een dramatische situatie teweeggebracht: de slachtoffers moeten vier jaar wachten op een advies, het personeel vlucht weg, de interne deskundigheid is beperkt.

“Het FMO moet sneller, efficiënter en onafhankelijker”, stelt Kamerlid Kathleen Depoorter, zij vraagt ook om het FMO niet langer te laten ressorteren onder een paritair beheer en onder het RIZIV Het Rijksinstituut voor Ziekte en Invaliditeitsverzekering (RIZIV) is een federale openbare instelling die de gezondheidszorg, een deel van de sociale zekerheid, organiseert. Het Instituut bestaat uit vier kerndiensten: Geneeskundige Verzorging, Uitkeringen, Geneeskundige Evaluatie en Controle, en Administratieve Controle. In het RIZIV zetelen vertegenwoordigers van werknemers, werkgevers, ziekenfondsen en zorgverstrekkers. Aan Vlaamse zijde ijveren verschillende partijen voor een overheveling van de gezondheidszorg naar de gemeenschappen. RIZIV : “Het beheer ligt best in handen van personen die aangeduid worden omwille van hun managementkwaliteiten, en niet op basis van maatschappelijke evenwichten.”

Het Fonds voor de Medische Ongevallen (FMO) brengt op vraag van slachtoffers van medische ongevallen adviezen uit over de aansprakelijkheid bij een medisch ongeval, en vergoedt de schade wanneer er geen zorgverlener aansprakelijk kan worden gesteld. Vandaag verscheen een zeer kritisch rapport van het Rekenhof over de werking van het FMO.

“De situatie is over de hele lijn dramatisch”, stelt Depoorter, “de doorlooptijd van dossiers duurt ondertussen al vier jaar. Slachtoffers laten het FMO vaak zelfs links liggen omdat een gerechtelijke procedure vaak sneller gaat. Ondertussen is het personeel sterk gedemotiveerd en heerst er een sterk ziekteverzuim, waardoor de achterstand enkel maar verder oploopt en taken aan externen worden uitbesteed.”

Depoorter: “Ook het financieel beheer laat sterk te wensen over: het FMO beschikt niet eens over een budgettaire of boekhoudkundige registratie van bedragen die teruggevorderd moeten worden. Veel bedragen worden dan ook helemaal nooit teruggevorderd.”

Problematiek al langer gekend
“De problematiek bij het FMO is al langer gekend”, zegt Kathleen Depoorter, die hierover een resolutie heeft ingediend in de Kamer. “Volgens ons moet het FMO grondig hertekend worden. Patiënten moeten kunnen vertrouwen op het FMO en moeten op een snelle, efficiënte manier deskundig geholpen kunnen worden. Uit fouten kan je leren, vandaar dat wij in onze resolutie ook de aanzet geven tot het in kaart brengen van medische ongevallen via informatieverzameling door het FMO. Op die manier kan kennis en expertise worden verzameld om een degelijk beleid inzake medische ongevallen uit te stippelen.”

De N-VA vraagt ook dat het FMO niet langer ressorteert onder het RIZIV en het paritair samengestelde Beheerscomité. “Niet alleen omdat de taken van het FMO weinig met Sociale zekerheid De sociale zekerheid is in België tot nader order federaal. De belangrijkste pijlers van de Belgische sociale zekerheid zijn: de ziekte- en invaliditeitsverzekering (RIZIV), de pensioenen, de werkloosheidsverzekering en de kinderbijslagen. Daarnaast ook nog beroepsziekten, arbeidsongevallen en jaarlijkse vakantie. Sommige Vlaamse partijen ijveren al lang voor de overheveling van (grote delen van) de sociale zekerheid naar gewesten en gemeenschappen. sociale zekerheid te maken hebben, maar ook omdat dit volgens ons niet is wat het FMO nodig heeft om optimaal te functioneren.” Het rapport geeft dan ook aan dat het Beheerscomité in het verleden al wel wat steken heeft laten vallen: zo laten ze na om bepaalde, noodzakelijke interne richtlijnen te ontwikkelen. Voorts is er de ontwikkeling van het dure IT-dossierbeheersysteem DAMO, dat nog steeds niet aan de noden van de organisatie voldoet.

“Aanvankelijk werd geraamd dat dit informaticaproject 1 miljoen euro in totaal zou kosten, maar ondertussen spendeert het FMO al meer dan 1 miljoen euro per jaar aan informatica. Het Rekenhof wijst er op dat het Beheerscomité helemaal geen duidelijke visie had op de ontwikkeling van dit informaticasysteem”, besluit Depoorter. “De brede samenstelling van het Beheerscomité lijkt te leiden tot traagheid en besluiteloosheid. De reactie van het Beheerscomité op het rapport van het Rekenhof geeft blijk van een onwil om op een visionaire manier richting te geven aan het FMO”, stelt Depoorter. “Misschien moeten we het beheer van het FMO dan maar in handen leggen van personen die aangeduid worden op basis van hun managementkwaliteiten, en niet op basis van maatschappelijke evenwichten.”