N-VA wil vrijstelling van onroerende voorheffing voor sportinfrastructuren vereenvoudigen

12 maart 2019, over deze onderwerpen: Belastingen, Sportinfrastructuur, Sport

Sportinfrastructuren kunnen vandaag de dag reeds een vrijstelling krijgen op de onroerende voorheffing, indien zij aan een aantal voorwaarden voldoen. De procedure om de vrijstelling aan te vragen, is echter omslachtig. Herman Wynants dient daarom een parlementaire conceptnota in om deze procedure te automatiseren. “Veel sportverenigingen steunen net als jeugdverenigingen op vrijwilligers. Om de administratieve last te beperken lijkt het mij aangewezen om de procedure te vereenvoudigen en te automatiseren net zoals nu al het geval is bij jeugdverenigingen.”

Voorwaarden voor de vrijstelling
De onroerende voorheffing is een jaarlijkse belasting op het kadastraal inkomen van onroerende goederen. Voor sommige onroerende goederen wordt een vrijstelling toegekend als ze voor bepaalde, meestal sociale, doeleinden aangewend worden. Om die vrijstelling te verkrijgen moet het onroerend goed, of het deel waarvoor de vrijstelling aangevraagd wordt, aan een aantal voorwaarden voldoen: de belastingplichtige mag geen winst nastreven uit het onroerend goed, de sociale functie wordt aangetoond doordat er op regelmatige basis sportactiviteiten doorgaan en de vrijstelling kan enkel verleend worden voor sportinfrastructuur van sportorganisaties die erkend zijn door de Vlaamse overheid en door de sportclubs die daarbij aangesloten zijn. Aan deze voorwaarden hoeft niks te veranderen voor Wynants.

Omslachtige procedure
“Het is nog steeds de bedoeling om een vrijstelling toe te kennen aan sportinfrastructuur die ten dienste staat van de maatschappij en die een sociale functie heeft. Dat willen we niet veranderen. We vinden evenwel dat de aanvraagprocedure te omslachtig is”, verduidelijkt Vlaams volksvertegenwoordiger Herman Wynants, hoofdindiener van de nota. “Momenteel moet je om een vrijstelling te verkrijgen elk jaar opnieuw bij de Vlaamse Belastingdienst een bezwaarschrift indienen op het aanslagbiljet. Dat zou automatisch kunnen en moeten gebeuren. Daarom pleiten we er voor om de databanken van Sport Vlaanderen te koppelen aan die van de Vlaamse Belastingdienst. Voor de jeugdsector werd deze automatisering al uitgewerkt in 2016.”