N-VA wil oneigenlijk gebruik van sociale en fiscale voordelen voor sportclubs aanpakken

19 november 2019, over deze onderwerpen: Belastingen, Sport

Jaarlijks verliest de federale overheid zo’n 150 miljoen euro aan belastingen en sociale bijdragen als gevolg van de bestaande fiscale en sociale voordelen voor sportclubs. “De bestaande voordelen komen vandaag voornamelijk goedbetaalde sporters en de grote sportclubs ten goede”, benadrukt N-VA-Kamerlid Wim Van der Donckt. “De N-VA wil daarom graag deze bestaande sociale en fiscale voordelen hervormen naar een systeem dat onze overheidsfinanciën minder sterk belast en vooral de kleine clubs en jeugdwerking ten goede komt.”

Sportclubs kunnen genieten van een gunstregime inzake de sociale bijdragen die op het loon van sporters geheven worden. De sociale bijdragen worden niet berekend op het volledige loon van de sportbeoefenaars, maar op basis van een forfaitair grensbedrag van 2.352 euro per maand. Wie minder dan dit bedrag verdient, moet wel op basis van zijn volledige loon sociale bijdragen betalen.

“Het kan niet dat een profvoetballer die meer dan 300.000 euro per maand verdient, minder sociale bijdragen moet betalen dan een gemiddelde werknemer”, benadrukt Van der Donckt. “De RSZ-korting moet worden aangepast, zodat ze niet langer de lonen boven een bepaald bedrag, en dus de grote clubs, bevoordeelt, maar net de kleinere sportclubs ondersteunt.”

De partij wil dat goedbetaalde sportbeoefenaars voortaan ook op basis van hun volledige loon sociale bijdragen moeten betalen. “Tegelijkertijd stellen we voor om enkele bestaande kortingen voor lage lonen, die vandaag niet of niet volledig van toepassing zijn op de sportsector, ook op de sportsector toe te passen.” Concreet denkt de partij hierbij aan de fiscale en de Sociale werkbonus Een korting op de werknemersbijdragen voor de sociale zekerheid, wat zich concreet vertaalt in een netto loonsverhoging of extra koopkracht voor de werknemer. Zo motiveer je mensen om aan de slag te gaan én te blijven. In België is het verschil tussen een inkomen uit arbeid en uitkeringen bij inactiviteit of werkloosheid immers vaak te klein om hen aan te zetten een job aan te nemen: de zogenaamde inactiviteits- of werkloosheidsval. sociale werkbonus , en aan de structurele bijdragevermindering. “Op die manier geven we de kleinere sportclubs een extra duwtje in de rug.”

Naast een RSZ-korting, kunnen sportclubs ook genieten van fiscale voordelen. Ze worden vrijgesteld van de doorstorting van 80 procent van de bedrijfsvoorheffing van sportbeoefenaars jonger dan 26 jaar en voor sporters van 26 jaar en ouder op voorwaarde dat ze de helft van dit bedrag investeren in de opleiding of de lonen van jonge sportbeoefenaars. “Wij willen dit systeem hervormen, zodat de vrijstelling niet langer gebruikt kan worden om de lonen van jonge sporters te betalen”, stelt Van der Donckt. De partij stelt voor dat de vrijgestelde fiscale middelen die de clubs niet investeren in hun jeugdwerking, gestort worden in een sportfonds beheerd door de gemeenschappen. “Zo garanderen we dat de belastingmiddelen effectief in de jeugdwerking geïnvesteerd worden, en zo onze jonge sporters en jeugdclubs versterken.”