N-VA-vrouwen in de strijd tegen genitale verminking

5 februari 2019, over deze onderwerpen: Preventie, Europees beleid, Ontwikkelingssamenwerking, Afrika, Gelijke kansen

Naar aanleiding van de Internationale Dag tegen Vrouwelijke Genitale Verminking organiseerden Assita Kanko en Anneleen Van Bossuyt (N-VA) vandaag in het Europees Parlement een hoorzitting. Ze brachten de Europese dimensie van het probleem in kaart, evenals een voorstel voor een Europese aanpak. Wereldwijd zijn er naar schatting 200 miljoen vrouwen overlevers van deze verminking.

Assita Kanko (tweede kandidaat op de Europese lijst voor de N-VA) is zelf een overlever van deze verminking en waarschuwt dat vrouwelijke genitale verminking ook steeds meer een Europees probleem is: “Naar schatting een half miljoen vrouwen die in de Europese Unie wonen, leven met de levenslange gevolgen van genitale verminking, 17.000 daarvan wonen in België en 8600 meisjes lopen risico om verminkt te worden. Het is niet langer een louter Afrikaans probleem. Wij Europeanen mogen hier de ogen niet voor sluiten. Ik wil de komende 5 jaar daar ook een prioriteit van maken in het Europees Parlement.”

Anneleen Van Bossuyt (Europees Parlementslid en lijsttrekker voor de Kamer in Oost-Vlaanderen) is vanuit het Europees Parlement al jaren betrokken bij deze problematiek: “Preventie is uiteraard de belangrijkste stap: zorgen dat meisjes niet langer het slachtoffer worden. Meer dan 90 procent van deze meisjes wordt verminkt voor de leeftijd van 15 jaar. Leerkrachten, sociaal werkers, artsen, grensbeambten en vele anderen kunnen een cruciale rol spelen. Wanneer jonge meisjes tijdens de vakantie afreizen naar het land van herkomst met een groot risico, moeten alarmsignalen afgaan en moet er tijdig een gesprek plaatsvinden met de familie. Het is vaak tijdens die reizen dat slachtoffers gemaakt worden. Omdat verminking ook vaker binnen de EU gebeurt, moeten we ook hier de controle opdrijven om dit te voorkomen.

De WHO zegt dat ook onder medici meer bewustwording moet worden gecreëerd over dit onderwerp. Eén van de artsen die hier allang mee bezig is, is uroloog Pierre Foldès. Hij voert al jaren hersteloperaties uit. Assita Kanko zocht hem op. Kanko: “Ik heb een gesprek gehad met dokter Foldès in zijn kliniek in Parijs, maar ik durf voorlopig de operatie niet ondergaan. Het is een zware ingreep van vier uur onder volledige narcose, gevolgd door een maandenlange herstelperiode. Wie zal ik daarna zijn? Hoe zal ik me daarna voelen? De hersteloperatie heeft al duizenden vrouwen aan een waardiger en veiliger leven geholpen. Ik ben er nog niet klaar voor, maar ik wil dat alle vrouwen toegang tot deze zorg krijgen.”

Assita Kanko pleit voor meer middelen en medische aandacht voor slachtoffers van genitale verminking en alle andere patiënten van taboe-intieme gezondheidsproblemen zoals endometriose, een pijnlijke en ernstige gynaecologische aandoening die 180 miljoen vrouwen in de wereld treft en de eerste oorzaak van onvruchtbaarheid is.

Ook Van Bossuyt wil meer Europese steun voor de slachtoffers en voor de artsen die de levenskwaliteit van deze vrouwen kunnen verbeteren: “Ik heb budgettaire voorstellen gedaan om meer onderzoek te doen, ook medisch. Als beleidsmaker mogen we niet blind blijven. We moeten meisjes en vrouwen beschermen. In de EU hebben we de mensen en de middelen om de gevolgen van de verminking te beperken, laten we die dan ook gebruiken.”

Ook de Vlaamse en de Federale regering hebben de voorbije jaren actie ondernomen: Elke Sleurs, met het actieplan voor gendergerelateerd geweld en Zuhal Demir, met de meldplicht voor artsen. Kanko: “8600 meisjes lopen in ons land gevaar om verminkt te worden. We kunnen dit niet laten gebeuren. Ik vind het goed dat mijn partij, de N-VA, dit engagement opneemt.”

Kanko en Van Bossuyt vragen de volgende Vlaamse en Federale regering én de Europese Commissie om van vrouwelijke genitale verminking een vast thema te maken in het beleid tijdens de volgende legislatuur: “Het is een probleem dat niet enkel moet aangepakt worden bij ontwikkelingssamenwerking. Het is ook een intern probleem, daar moet meer aandacht naartoe gaan.”