N-VA verzet zich tegen regel die Vlaamse transportsector hard raakt

7 juli 2020, over deze onderwerpen: Europees beleid

Morgen beslist het Europees Parlement finaal over het zogeheten mobiliteitspakket. Na drie jaar werd een akkoord bereikt dat de sociale dumping in de transportsector moet aanpakken. Europees Parlementslid en lid van de transportcommissie Johan Van Overtveldt reageert: “De nieuwe afspraken over detachering van chauffeurs, slimme tachografen en rij- en rusttijden betekenen zonder meer een enorme stap vooruit die wij voluit steunen. Er schuilt echter een adder onder het gras. De beperkingen inzake cabotage leggen een bom onder het businessmodel van vele Vlaamse vervoerders. Tegen dit aspect van het akkoord tekent de N-VA verzet aan.”

Sociale dumping in de transportsector is een oud zeer. Ook onze Vlaamse transportsector gaat ernstig gebukt onder sociale dumping. Oost-Europese chauffeurs overspoelen onze transportmarkt en concurreren onze Vlaamse chauffeurs uit de markt.  Zij werken immers aan loon- en arbeidsvoorwaarden uit hun thuisland. Ook sociale zekerheidsbijdragen betalen zij in hun land van oorsprong. Postbusbedrijven zijn bovendien een echte plaag. Getuigenissen over chauffeurs die in erbarmelijke omstandigheden moeten werken en leven, zijn bekend. Dit vormt ook een ernstig risico voor de veiligheid op onze wegen. “De sector competitief houden onder sociaal rechtvaardige omstandigheden is cruciaal. De N-VA steunt de nieuwe Europese wetgeving die deze praktijken een halt wil toeroepen”, aldus Johan Van Overtveldt.

Inzake cabotage stelt zich echter een probleem. Heel wat Vlaamse bedrijven leveren internationaal vervoer naar Frankrijk en Duitsland. Vervolgens voeren zij in dat land nog andere opdrachten uit. Dit heet cabotage en is essentieel voor de rendabiliteit en competitiviteit van de sector. Volgens de bestaande regels mogen bedrijven na een internationaal transport maximum 3 cabotageritten uitvoeren gedurende 7 dagen. De nieuwe regels voegen daar echter een wachttijd (“afkoelingsperiode”) van 4 dagen aan toe. Deze wachttijd legt een bom onder het businessmodel van heel wat transportbedrijven.

Een studie van het Instituut voor wegTransport en Logistiek België (ITLB) uit 2019 deed de alarmbellen afgaan.  In veel gevallen voeren transportbedrijven cabotage uit om een lege terugrit naar huis te vermijden.

Johan Van Overtveldt: “Elke vorm van wachttijd heeft drastische gevolgen en een grote financiële impact. De dreiging van een lege terugrit zou immers kunnen leiden tot de beslissing om ook heenrit niet aan te vangen. Daarbij dreigen vooral de bedrijven in West- en Oost-Vlaanderen zwaar getroffen te worden. Zij huisvesten meer dan de helft van de Vlaamse transportondernemingen en voeren veel cabotage uit in Frankrijk.”

“Tijdens de coronacrisis en de lockdown is eens te meer gebleken welke belangrijke rol de logistieke sector heeft. De vooruitzichten zijn al niet bijzonder rooskleurig met een nakende Brexit, voorlopig nog zonder Handelsakkoord Een akkoord tussen twee of meer landen of regio’s, ter bevordering van de wederzijdse handelsstromen en vrijhandel. Daarin maken zij basisafspraken over de markttoegang en het wegwerken van handelsbarrières. In meer complexe handelsakkoorden wordt niet alleen onderhandeld over die handelsvoorwaarden zelf, maar bijvoorbeeld ook over een gemeenschappelijke markt of over investeringen. Sinds het Verdrag van Lissabon, dat eind 2009 in werking trad, is het onderhandelen en afsluiten van handelsakkoorden met partijen van buiten de EU een exclusieve bevoegdheid van de Europese Unie. handelsakkoord , en de socio-economische impact van COVID-19. De nieuwe beperkingen inzake cabotage vormen een bijkomende hindernis, die onze bedrijven kunnen missen als kiespijn. De kwestie krijgt mogelijk ook nog een juridisch staartje voor het Europees Hof van Justitie”, besluit Van Overtveldt.