N-VA: “Versoepel de inzet van werknemers bij een andere werkgever en maak werk in andere sectoren mogelijk voor technisch werklozen”

19 maart 2020, over deze onderwerpen: Werken, Coronacrisis

Door de coronacrisis moeten veel ondernemingen beroep doen op de technische werkloosheid wegens overmacht. Daardoor is er een overschot van capaciteit door de technisch werklozen en zijn er tegelijkertijd andere sectoren die kreunen onder de druk. “We willen ervoor zorgen diegene die op een veilige en aangepaste manier kunnen werken, dat ook mogen zonder dat de aanvraag voor tijdelijke werkloosheid wegens overmacht in gevaar komt”, aldus Kamerlid Björn Anseeuw.

Het is goed dat we een degelijk systeem van tijdelijke werkloosheid hebben om de eerste schokken van de coronacrisis op te vangen. Bedrijven en sectoren die verplicht moeten sluiten wegens de coronacrisis kunnen overmacht inroepen. Bedrijven waar de vraag als gevolg van de coronacrisis fors is gedaald kunnen vlot erkend worden als onderneming in moeilijkheden.

Voor de betrokken werknemers voorziet de federale regering een forfaitaire uitkering van 1.450 euro netto voor wie voltijds aan de slag was. Voor werknemers met een laag brutoloon (van 1.600 à 2.000 euro per maand) betekent dit een inkomensgarantie van 80 à 100 procent van hun nettoloon.

We horen steeds meer verhalen over werknemers die van thuis uit zouden kunnen of willen werken, maar dat niet mogen omdat de aanvraag van tijdelijke werkloosheid wegens overmacht dan in gevaar komt. We krijgen ook vragen van werknemers die niet kunnen telewerken en ook niet op hun fysieke werkplek terecht kunnen, en die graag zouden gaan helpen op plaatsen waar de nood het hoogst is bijvoorbeeld in de zorgsector, als ondersteuning van supermarkten, in de tuinbouwsector, etc. “Daarom willen we het soepel mogelijk maken om werknemers tijdelijk ter beschikking te stellen bij een andere werkgever, en stellen we voor om tijdelijk werklozen toe te laten bij te verdienen, bijkomend op hun uitkering voor tijdelijke werkloosheid”, zegt Anseeuw. “Als we daar een bovengrens op zetten moet dat perfect haalbaar zijn zonder dat het resulteert in perverse effecten. Deze steun kunnen sommige sectoren en vitale diensten echt wel gebruiken.”