N-VA pleit voor een échte snelrechtprocedure

2 december 2017, over deze onderwerpen: Justitie

“Ons land kent geen echte snelrechtprocedure”, zegt Kamerlid Kristien Van Vaerenbergh. Vandaag bestaat er een specifieke procedure waarbij verdachten binnen de twee maand voor de rechtbank verschijnen, en binnen de 4 maand een uitspraak valt. Dat wordt nu snelrecht genoemd. “Voor mij zou dit echter de norm moeten zijn. Een straf binnen de week, dat is snelrecht.”

Na de rellen in Brussel werd ons verzekerd dat de relschoppers berecht zullen worden via een snelrechtprocedure. Je denkt dan spontaan dat ze binnen enkele dagen of weken voor de rechtbank zullen verschijnen. Niets is echter minder waar. Wat wordt voorgesteld als een zogenaamde snelrechtprocedure wordt in juridisch vakjargon bestempeld als ‘de oproeping bij proces-verbaal’. Dat is een procedure waarbij de verdachten binnen de twee maand voor de rechtbank verschijnen, en binnen de 4 maand een uitspraak valt. “Voor mij zou dit de norm moeten zijn. Dit snelrecht noemen is de publieke opinie misleiden. Als ik het over snelrecht heb, dan spreek ik over een kwestie van dagen, niet van maanden”, aldus Kristien Van Vaerenbergh.

Daarenboven wordt de procedure, die nu onterecht snelrecht wordt genoemd, in sommige arrondissementen nauwelijks of niet toegepast. In Antwerpen werden in 2016 slechts 12 personen berecht volgens de versnelde procedure. In Dinant, Namen en sommige plaatsen in West-Vlaanderen wordt het gewoonweg niet gebruikt. Ondanks dat er, zeker de afgelopen weken, herhaaldelijk werd gewezen op het belang van een extra snelle berechting, blijkt dit in praktijk te vaak dode letter.

In Frankrijk en Nederland kennen ze wel een echt snelrecht die naam waardig. In Frankrijk bestaat er een procedure waarbij criminelen binnen de 3 dagen voor de rechter verschijnen. In Nederland maken ze een onderscheid tussen snelrecht, waarbij de verdachte verschijnt binnen de 17 dagen, en supersnelrecht waarbij de verdachte verschijnt binnen de 3 tot 6 dagen. De Nederlandse rechtbanken organiseren bovendien ook speciale ‘supersnelrechtzittingen’, die standaard voorzien en aangekondigd worden op bijvoorbeeld oudjaar, of bij bepaalde evenementen of risicovolle voetbalwedstrijden. Daar moeten we een voorbeeld aan nemen.

Echt snelrecht is noodzakelijk voor een geïntegreerd lik-op-stuk-beleid van politie én justitie, waarbij verdachten opgepakt, berecht en gestraft worden zonder enig verlet. Deze procedure is uiterst geschikt voor veelplegers, bij evenementen en demonstraties, geweld tegen personen met een publieke functie of uitgaansgeweld. Om een gevoel van straffeloosheid te vermijden moet men in deze soort zaken snel en kordaat optreden. Uiteraard is deze specifieke procedure enkel mogelijk bij eenvoudige zaken die geen uitgebreid onderzoek vereisen, bijvoorbeeld een betrapping op heterdaad of wanneer de dader bekent.

Ons land kende heel even een echte snelrechtprocedure (EK voetbal 2000). De procedure was zo uitgewerkt dat een verdachte binnen maximum 7 dagen moest verschijnen voor de rechtbank. Het Grondwettelijk Hof heeft de regeling echter vernietigd, niet omdat de korte termijn in vraag werd gesteld, maar omdat de procedure onvoldoende en onnauwkeurig was uitgewerkt. “Ik roep de minister van Justitie dan ook op om de wetgeving zo snel mogelijk te herstellen. Daarnaast moet het gerecht natuurlijk ook organisatorisch volgen. Het is daarom dat op vraag van de N-VA in het regeerakkoord werd opgenomen dat er in elk gerechtelijk arrondissement een snelrechtkamer moet worden geïnstalleerd. Enkel dan kunnen we werkelijk spreken van snelrecht, waarbij onder meer relschoppers binnen een paar dagen effectief gestraft zullen worden”, besluit Van Vaerenbergh.