N-VA opgetogen met subsidie- en kwaliteitsvoorwaarden voor kinderopvang

9 juli 2013, over deze onderwerpen: Nederlands leren, Kinderopvang

De Vlaamse Regering hechtte eind vorige week haar principiële goedkeuring aan de vergunningsvoorwaarden, het kwaliteitsbeleid en de subsidiëring voor de gezins- en groepsopvang van baby’s en kleuters. Hierbij wordt aandacht gegeven aan de talenkennis van de verantwoordelijken en de kinderbegeleiders en is er expliciet aandacht voor de stimulering van de Nederlandse taalverwerving van elk kind.

"Het vlot kunnen spreken van Nederlands is een noodzakelijke voorwaarde voor een volwaardige deelname aan de samenleving", aldus Vlaams Parlementslid Lies Jans. "Door voldoende aandacht te schenken aan de verwerving van het Nederlands, net op de meest gevoelige leeftijd voor taalontwikkeling, kan kinderopvang eraan bijdragen een mogelijke achterstand bij kinderen uit arme of anderstalige gezinnen weg te werken."

Onder de werkingsvoorwaarden is opgenomen dat de verantwoordelijke van een opvanglocatie over een attest van actieve kennis van het Nederlands moet beschikken waaruit blijkt dat het behaalde taalvaardigheidsniveau voor luisteren en gesprekken voeren het niveau B2 uit het Europees Referentiekader Talen is. Dat wil zeggen dat de verantwoordelijke op een vloeiende en spontane wijze een gesprek kan voeren. Voor lezen en schrijven moet de verantwoordelijke het niveau B1 halen. Dat betekent dat hij een eenvoudige tekst kan produceren.

In een opvanglocatie moet er ook minstens één kinderbegeleider zijn met een attest van actieve kennis van het Nederlands. De kinderbegeleider moet het niveau B1 halen voor luisteren en gesprekken voeren en het niveau A2 voor lezen en schrijven.

Van zodra subsidies worden toegekend, zorgt de organisator ervoor dat alle kinderbegeleiders actieve kennis van het Nederlands hebben. Bovendien zorgt de organisator van de opvanglocatie voor de realisatie van een taalbeleid dat de Nederlandse taalverwerving van elk kind stimuleert.