N-VA bepleit een structurele oplossing voor de hoge supermarktprijzen

20 mei 2020, over deze onderwerpen: Economie

Iedereen heeft het de afgelopen weken wel gemerkt na een bezoek aan de supermarkt. Het kassaticket is een stuk hoger dan voorheen. De coronacrisis heeft de supermarktprijzen nog meer de hoogte ingejaagd. Dit valt deels te verklaren door het hamstergedrag van de Belgen en het tijdelijk stopzetten van promoties. Maar helaas zijn de prijzen al enkele jaren aan een stijgende trend bezig. Een studie van het Prijzenobservatorium van 2017, dus voor de coronacrisis, toont aan dat de Belgische consument gemiddeld 13,4 procent meer betaalt voor identieke producten dan de Duitse consument, 12,9 procent meer dan de Nederlandse consument en 9,1 procent meer dan de Franse consument. Kamerleden Anneleen Van Bossuyt en Katrien Houtmeyers willen via een resolutie komen tot een structurele oplossing.

Strenge regulering
“Een belangrijke oorzaak voor de hoge supermarktprijzen is de strenge regulering in België”, zegt Kamerlid Van Bossuyt. “Onze wetgeving is niet aangepast aan de 21e eeuw, terwijl onze buurlanden daar al verdere stappen in hebben gezet. Denk bijvoorbeeld aan de groeiende industrie van de e-commerce, die door onze Belgische wetgeving wordt tegenhouden, terwijl ze deze juist zou moeten faciliteren. Ook de regelgeving i.v.m. distributiecentra is veel flexibeler in Nederland. Ketens zoals Albert Heijn en Jumbo, wiens distributiecentra zich in Nederland bevinden, zijn daardoor niet onderworpen aan dezelfde spelregels als onze Belgische supermarkten.”

Te weinig concurrentie
Van Bossuyt haalt bovendien het probleem aan van het gebrek aan concurrentie op onze markt: “Volgens een studie van de OESO De Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OESO), opgericht in 1961 als uitvloeisel van het Marshallplan, is een samenwerkingsverband van 34 landen om sociaal en economisch beleid te bestuderen en te coördineren. De aangesloten landen proberen hun gezamenlijke problemen op te lossen en hun internationaal beleid onderling af te stemmen. Om vergelijkende analyses te doen, verzamelt de organisatie ook statistische informatie. Die OESO-analyses zijn voor de N-VA een waardevolle basis om het beleid aan af te toetsen of het zelf mee vorm te geven. OESO hoort de Belgische retailsector tot de vijf minst concurrentiële van Europa. Nochtans is een open en concurrentiële marktomgeving een essentiële voorwaarde om tot een groter aanbod, betere dienstverlening en lagere prijzen voor de consument te komen.”

Overheid als facilitator
Deze problemen kunnen worden aangepakt door een overheid die voorwaarden creëert waarbinnen een economie zich – op een gereguleerde manier – zo veel als mogelijk vrij kan ontwikkelen en erop toeziet dat de vrije mededinging bewaakt wordt. Zeker voor onze kmo’s is dit belangrijk. Het toezicht op de marktwerking gebeurt momenteel door verschillende organen. Volgens Kamerlid Houtmeyers kunnen deze beter zoals in Nederland en Duitsland worden gefusioneerd tot één mededingingsautoriteit: “Door een fusie van de mededingingsautoriteiten kunnen de gegevens centraal bewaard worden, waardoor de controle sneller en efficiënter kan gebeuren. Bovendien zal een fusie een besparing opleveren, die de burger niets kost, maar integendeel net opbrengt.”

Duurzame verlaging van de supermarktprijzen
De N-VA-Kamerleden vragen in hun resolutie dan ook een aanpassing van onze regelgeving aan de 21e eeuw, een overheid die een eerlijke marktwerking faciliteert en een efficiënt werkende mededingingsautoriteit die aanbevelingen doet over onze marktwerking. Deze oplossingen zullen zorgen voor een duurzame verlaging van onze supermarktprijzen, eerder dan een overheid die ingrijpt via prijsregulering.