Minstens 15.000 werkzoekenden kunnen niet met pc werken

11 maart 2018, over deze onderwerpen: Economie, Werken, Werk zoeken en werkloosheid

Maar liefst 15.760 Vlaamse werkzoekenden geven aan dat ze niet met een computer kunnen werken. Dit blijkt uit het ‘digitaal portret’ van de Vlaamse werkzoekenden van de Vlaamse Dienst voor Arbeidsbemiddeling en Beroepsopleiding ( VDAB De Vlaamse Dienst voor Arbeidsbemiddeling en Beroepsopleiding (VDAB) is een Vlaamse overheidsdienst die vraag en aanbod op de arbeidsmarkt samenbrengt, bemiddelt voor werkzoekenden en hen naar werk begeleidt via een traject op maat. In het kader van de zesde staatshervorming werd ook de controle en sanctionering van werkzoekenden, een vroegere RVA-bevoegdheid, in 2016 een taak van de VDAB. De Waalse tegenhanger van de VDAB is Forem en de Brusselse Actiris. VDAB ). Vlaams Parlementslid Miranda Van Eetvelde: “In een digitale wereld worden digitale vaardigheden steeds belangrijker. Werkloosheid en digitaal analfabetisme hangen dan ook nauw samen. De VDAB zal een werkzoekende dankzij zijn ‘digitaal portret’ beter kunnen begeleiden in de – digitale – weg naar werk.”

“De eerste gegevens van het digitaal portret tonen aan dat er voornamelijk bij laaggeschoolden, oudere werkzoekenden en werkzoekenden met een taalachterstand nog veel werk aan de digitale winkel is”, vervolgt Van Eetvelde. “Als we bijvoorbeeld kijken naar de toegang tot een e-mailadres scoren zij veel lager dan gemiddeld. 66 procent van de laaggeschoolden is bereikbaar via e-mail, bij 55-plussers daalt dat percentage naar 63 procent en bij mensen met een taalachterstand zelfs naar 58 procent.”

Die cijfers geven aanleiding tot meer onderzoek. De meest voorkomende reden voor het niet opgeven van een e-mailadres is schroom of onkunde om met de computer te werken. Maar liefst 15.760 personen kruisten in 2017 deze optie aan. “Minstens 7 procent van het totaal aantal werkzoekenden kampt dus met een digitale achterstand. Het is in hun belang en in het algemeen belang dat ze zich zo snel mogelijk digitaal bijscholen.”

Want mits een goede opvolging en begeleiding kunnen er wel degelijk stappen gezet worden. Van Eetvelde: “Wie minder sterk is op digitaal vlak, wordt ingeschat door een VDAB-medewerker. Dan kan er bekeken worden welk specifiek aanbod er kan gevolgd worden om digitaal sterker te worden. Dat aanbod kan uit verschillende acties bestaan: de kennis van het Nederlands verbeteren, een basisvorming computer, hulp bij het gebruik van de VDAB-tools, …”

Mocht blijken dat de werkzoekende een volslagen digitale leek is, wordt er een volledige niet-digitale begeleiding uitgewerkt. Zo wordt er steeds op maat van de werkzoekende begeleid. Toch wil dat geenszins zeggen dat deze werkzoekenden digitaal analfabeet zullen blijven. “Ook bij deze werkzoekenden zal de VDAB inzetten op het versterken van digitale vaardigheden, maar dan vertrekkend van nul”, besluit Miranda Van Eetvelde.