Minnelijke schikking Leroy ruikt naar klassenjustitie, maar laat ons kind ook niet met badwater weggooien

1 juli 2020, over deze onderwerpen: Justitie

De schikking die voormalig Proximus-CEO Dominique Leroy treft voor de verkoop van haar aandelen met voorkennis, ruikt naar klassenjustitie. Het argument dat veelal wordt gebruikt om een minnelijke schikking te rechtvaardigen, het risico op verjaring, speelde in deze zaak zeker niet. Voor Kamerlid Sophie De Wit (N-VA) wringt de deal omdat die zo snel genomen werd: “Op deze manier kan mevrouw Leroy gewoon verder as usual en voor een andere topjob gaan. Ze koopt een zwaard van Damocles af. En dat is natuurlijk niet iedereen gegeven.”

Maar anderzijds mag deze zaak er niet toe leiden dat het kind met het badwater wordt weggegooid. Het systeem van de minnelijke schikking heeft wel degelijk een aantal voordelen. Bij zeer complexe vermogensmisdrijven, waar heel wat middelen in het strafonderzoek geïnvesteerd werden maar vaak de verjaring dreigt, is het een manier om straffeloosheid tegen te gaan. “Zonder dat de schuld van de verdachte effectief bewezen wordt, kan de overheid toch een geldsom recupereren. Dat bedrag staat in verhouding met de zwaarte van het misdrijf en bevat tevens de ontvangen vermogensvoordelen en gemaakte gerechtskosten. Bovendien werd onder de Zweedse regering een verplichte, onafhankelijke rechterlijke controle ingevoerd. We moeten bekijken hoe we het systeem nog verder kunnen bekijken, maar deze zaak nu aangrijpen om het hele systeem van de minnelijke schikking op de schop te gooien, gaat te ver”, aldus De Wit.