Minister Demir vermijdt onnodige uitgaven groene stroom

25 oktober 2019, over deze onderwerpen: Energieprijzen, Energiebeleid, Leefmilieu, Klimaat

Op voorstel van Vlaams minister van Justitie en Handhaving, Omgeving, Energie en Toerisme Zuhal Demir neemt de Vlaamse Regering maatregelen om te royale subsidiëring te vermijden in hernieuwbare energie. “We maken verstandige keuzes in ons subsidiebeleid”, luidt het.

Wanneer een bedrijf in Vlaanderen investeert in groenestroomproductie, geeft de overheid hem subsidies in de vorm van groenestroomcertificaten. Voor groenestroomproductie wordt de hoogte van de overheidssteun berekend zodanig dat een zeker rendement op de investering bereikt wordt. Demir verlaagt vanaf 1 januari 2020 dit rendement op de investering en brengt zo de gunstige rentes op de financiële markten in rekening.

Verstandige keuzes durven maken
“Zowat alle vormen van groenestroomproductie hebben een rendement op geïnvesteerd eigen kapitaal die minstens 30 keer hoger is dan die van de spaarrekening van de modale Vlaming. Sommige renderen zelfs tot 50 procent. Als we onze klimaat- en energieambities willen waarmaken, moeten we verstandige keuzes durven maken. Het gaat hier om geld opgehaald via de factuur van de elektriciteitsverbruikers dat gebruikt wordt om lucratieve investeringen nog rendabeler te maken, vooral voor bedrijven. Dat komt voor mij niet op de eerste plaats”, zegt Demir.

“Het verleden leert ons dat oversubsidiëring vooral leidt tot meer af te betalen schulden en een hogere elektriciteitsfactuur voor gezinnen en bedrijven, maar niet tot performante resultaten op vlak van hernieuwbare energie. En net dat laatste wil ik bereiken.”

Daarnaast vraagt Demir grote zonne-energieprojecten voortaan om minstens de helft van de opgewekte energie lokaal te gebruiken. “Hoe meer lokaal verbruikt wordt, hoe beter voor het klimaat en hoe minder dat er geïnvesteerd moet worden in het elektriciteitsdistributienetwerk. Dat komt opnieuw de portemonnee van alle elektriciteitsverbruikers ten goede.”

Duidelijkheid voor zero-emissievoertuigen
De premie voor zero-emissievoertuigen wordt tegelijk afgeschaft omdat de maatregel zijn verwachtingen niet inlost.

In 2018 zijn in totaal 415 elektrische autopremies toegekend voor een totaal bedrag van 1.432.000 euro, hoewel er 5 miljoen euro voorzien werd. Nochtans werden vorig jaar 3.648 nieuwe elektrische wagens ingeschreven. Dat betekent dat de premie weinig invloed heeft op de aankoopbereidheid van de modale particuliere Vlaming voor dergelijke wagens.

Voor de sector en de consument komt er echter meteen duidelijkheid.

“Iedereen die ten laatste op 31 december 2019 zo’n voertuig bestelt, heeft recht op de premie, op voorwaarde dat de premie ten laatste op 31 oktober 2020 aangevraagd wordt”, besluit Demir.