Minister Demir maakt groene stroomsubsidiëring efficiënter

29 mei 2020, over deze onderwerpen: Energieprijzen, Energiebeleid

Op voorstel van Vlaams minister van Energie Zuhal Demir heeft de Vlaamse Regering maatregelen genomen om de subsidiëring in hernieuwbare energie te verbeteren en onnodige uitgaven te vermijden. “We maken verstandige keuzes in ons subsidiebeleid die zowel de investeringen in hernieuwbare energie als de factuur van de Vlaming ten goede komen”, luidt het. Op basis van een onafhankelijk onderzoek werd duidelijk dat de steun bijgesteld moest worden. Demir kondigde bij haar aantreden al aan dat ze oversubsidiëring maximaal wilde vermijden om de druk op de energiefactuur niet groter te maken. Door de beslissing komt enkel voor de windprojecten naar schatting 200 miljoen euro minder in de energiefactuur van de verbruikers terecht.

De Vlaamse steun voor hernieuwbare elektriciteit zorgt ervoor dat investeringen in zonnepanelen of windmolens een gegarandeerd rendement halen. Subsidies voor ondernemingen die zonnepanelen op hun dak leggen of windmolens plaatsen werd aangepast sinds 1 januari. Voor zonnepanelen konden bedrijven tot voor kort bijvoorbeeld groenestroomcertificaten krijgen tot ze een rendement van 5 procent op hun geïnvesteerde kapitaal halen. Demir verlaagde dat naar 4,75 procent. Voor windenergie ging het rendement van 7,5 naar 6,5 procent en voor biomassa en warmtekrachtkoppelingen zakt het van 12 naar 10,5 procent.

Om verdere aanpassingen aan de subsidies grondig te onderbouwen, besliste Demir een onafhankelijk bureau (Trinomics) aan te stellen om het zogenaamde gegarandeerde rendement op hernieuwbare energieprojecten en warmtekrachtkoppelingsprojecten van bedrijven te evalueren. Zowel het systeem zelf als de rendementspercentages werden geanalyseerd.

Uit dat onderzoek blijkt dat “de toegepaste rendementseisen voor vergelijkbare projecten in de buurlanden lager liggen dan de momenteel (…) in het Vlaamse gewest. Daarom, en ook rekening houdend met de daling van het technologische risico en van de kost voor vreemd vermogen, wordt aanbevolen om de IRR-waardes te verlagen.” De studie zegt ook dat zo’n verlaging geen of slechts een minimale impact zou hebben op de investeringsbereidheid bij bedrijven. Net dat was een bekommernis van organisaties als Organisatie voor Duurzame Energie (ODE) en Febeg.

Subsidies worden verrekend in energiefactuur
Daarom besliste de Vlaamse Regering nu op voorstel van Demir om de steun verder te verlagen. Door de beslissing zal ze bijvoorbeeld voor windprojecten naar schatting 200 miljoen euro minder moeten doorrekenen in de energiefactuur van de energieverbruikers.

  IRR (tot 2020

IRR (sinds 1/1/20)

IRR (vanaf 1/1/21)

Zon 5% 4,75% 4,4%
Wind 7,5% 6,5% 5,5%
Biomassa-afval 12% 10,5% 8,5%

Biomassa en biogas

12% 10,5% 8,5%
WKK (warmtekrachtkoppeling) 12% 10,5% 8,5%

 

Verstandige keuzes durven maken
Via de elektriciteitsfactuur betaalde de Vlaming in 2018 1,3 miljard euro aan groenestroomcertificaten. “Het gaat om geld opgehaald via de factuur van de elektriciteitsverbruiker dat gebruikt wordt om investeringen in hernieuwbare elektriciteit rendabel te maken. In het verleden werden de subsidies niet voldoende snel aangepast aan de lagere investeringskosten en rendementen die er nodig waren om te investeren, waardoor er een enorme oversubsidie plaatsvond”, zegt Demir. “Een correcte steun met een correcte factuur, dat is mijn doel. Oversubsidiëring moet absoluut vermeden worden.”

“Het verleden leert dat een dynamisch beleid cruciaal is om tot performante resultaten op vlak van hernieuwbare energie aan betaalbare kost te komen. Ondanks de 20 miljard euro subsidies uit het verleden zal Vlaanderen er niet in slagen haar hernieuwbare energiedoelstelling van 25.078 GWh in 2020 te halen en zullen we hernieuwbare energie van andere Europese lidstaten moeten aankopen. Zo een scenario mogen we niet herhalen in de toekomst.”