Militairen en politieagenten blijven tweederangsburgers

6 februari 2019, over deze onderwerpen: Politiek, Leger

In 2017 werd op initiatief van ons Kamerlid Karolien Grosemans een wet gestemd die voor de militairen de deelname aan de lokale en provinciale verkiezingen en het opnemen van de daaruit voortvloeiende mandaten vergemakkelijkt door het politiek verlof af te stemmen op dat van de federale ambtenaren.

Deze week werden twee wetsvoorstellen besproken in de commissies Defensie en Binnenlandse Zaken die er voor moesten zorgen dat militairen en politieagenten zich kandidaat kunnen stellen op een kieslijst. Tot 2006 konden militairen dat namelijk niet. Er werd toen geopperd dat de neutraliteit in het gedrang zou komen en het risico gelopen werd dat de doeltreffendheid en de activiteiten van het leger zouden worden ondermijnd. Eenzelfde situatie gold voor de politie.

N-VA-Kamerlid Koenraad Degroote diende daarop een gelijklopend wetsvoorstel in voor de politieambtenaren (NB: het burgerpersoneel bij de politie kan reeds een politiek mandaat opnemen op voorwaarde dat zij niet wonen in een gemeente, die toebehoort aan hun politiezone.)

De Franstalige partijen stemden tegen, maar ook Groen, sp.a en CD&V waardoor het voorstel werd verworpen.

Tegelijkertijd werd er In de Commissie Defensie gestemd over een wetsvoorstel van Karolien Grosemans dat militairen zou toelaten ook voor de parlementsverkiezingen op te komen. Ook hier stemden de Franstalige partijen tegen, maar ook de CD&V en de Open VLD.

Buitenland
In Frankrijk, Duitsland, Nederland, Italië, Spanje, Portugal en Denemarken kunnen militairen zich verkiesbaar stellen op alle niveaus, ook nationaal en Europees. De Nederlandse politie kan ook een politiek mandaat bekleden in een andere regio-eenheid dan waar ze zijn tewerkgesteld.

Spijtig
In die landen is het recht om te stemmen en gekozen te worden, ook voor hun militairen, dus een fundamenteel democratisch recht zoals bepaald in artikel 25 van het Internationaal Verdrag inzake Burgerrechten en Politieke rechten (het zogenaamde BUPO-verdrag). Politieke rechten geven de militair overigens geen vrijgeleide om te doen wat hij wil. De neutraliteit komt niet in het gedrang. Militairen moeten zich onthouden van elke politieke activiteit tijdens de diensturen. Met andere woorden, geen verkiezingsborden, geen flyers, geen affiches binnen de muren van de kazernes.

Het is droevig vast te stellen dat in België militairen dus niet dezelfde burgerrechten krijgen als alle andere Belgen en dat partijen als CD&V en Open VLD daar mee akkoord gaan.

Open VLD ging wel akkoord om aan de politie dezelfde burgerrechten te geven. Maar verrassend was wel dat ook de sp.a tegen het voorstel stemde. De partij heeft nochtans een prominent lid in haar rangen die commissaris was en binnen de 4 jaar te allen tijde kan terugkeren naar het korps. Het argument van totale neutraliteit gaat dus bij de politie niet op. Politiemensen kunnen namelijk tijdens een sociaal verlof (afwezigheid van lange duur voor persoonlijke redenen) wel deelnemen aan verkiezingen.

Blijkbaar wegen de offers die politie en militairen brengen om de veiligheid van hun medeburgers te verzekeren onvoldoende door om dezelfde burgerrechten te verkrijgen als die medeburgers.