Maron: “Brusselse Wachtdienst is meest Nederlandstalige organisatie in het Gewest”

9 juli 2020, over deze onderwerpen: Wonen en werken in Brussel

Donderdagnamiddag ondervroeg Brussels Parlementslid Gilles Verstraeten (N-VA) collegelid Alain Maron (Ecolo) over de tweetaligheid binnen de Brusselse huisartsenwachtdienst (GBBW – Garde Bruxelloise Brusselse Wachtdienst). Die moet, wettelijk tweetalig, eerstelijnszorg aanbieden aan mensen die buiten de normale zittingsuren van huisartsen, in het weekend bijvoorbeeld, toch dringend een huisarts nodig hebben. Aanleiding was een klacht die hij ontving van een oudere Brusselse dame die enkel Nederlands spreekt, maar in het weekend geen enkele Nederlandstalige huisarts kon krijgen. Uit een vraag in januari van Verstraeten bleek eerder al dat het met die tweetaligheid van de huisartsenwachtdienst niet goed gesteld is. “En uit de cijfers blijkt dat als er al tweetalige dienstverlening verleend kan worden, dit vooral dankzij de enorme inzet van de zeer kleine minderheid Nederlandstalige huisartsen is”, aldus Verstraeten.

In antwoord op zijn vraag stelde Maron dat, omdat er in de Raad van Bestuur van de Wachtdienst veel Nederlandstaligen zitten het “één van de meest Nederlandstalige instellingen in het Gewest” was.

“Je houdt het niet voor mogelijk”, zegt Verstraeten. “Als ‘de meest Nederlandstalige organisatie in het Gewest’ slechts in 1 op haar 6 posten effectief een tweetalige dienstverlening kan garanderen, en dan nog zoals Maron zelf grif toegeeft enkel in diegene die volledig door Nederlandstaligen wordt uitgebaat, wat zegt dat dan over de tweetaligheid van de zorg in de rest van ons Gewest?”

Verstraeten wierp Maron tegen dat de cijfers die hij in januari in het parlement gaf niet overeenkwamen met de cijfers die Bruzz opvroeg en publiceerde. Volgens Maron was 44 procent van de huisartsen tweetalig, volgens Bruzz 25 procent. “Volgens Maron gaat het over het contrast tussen artsen die ingeschreven zijn, en artsen die effectief gepresteerd hebben”, zegt Verstraeten. “Maar dat lijkt in te gaan tegen wat Vincent Jansens, voorzitter van de Nederlandstalige Brusselse Huisartsenkring (BHAK) in januari in Bruzz verklaarde. Het blijft onduidelijk.”

Maron noemde de organisatie van de wachtdienst verder ook een “goede regeling”. Voor Verstraeten getuigt dit van de problematische mentaliteit in Brussel: “Als er een beetje lippendienst aan tweetaligheid is, een Nederlandstalige af en toe terecht kan in zijn eigen taal en voor de rest de Franstaligen garantie hebben dat ze in het Frans geholpen worden is het al bij al een goede regeling.”

Verstraeten vroeg ten laatste ook naar het aangekondigde meerjarenplan om de zaken aan te pakken. “Maar ik stel vast uit het antwoord van de minister dat dat een loutere verderzetting is van het beleid dat al jaren gevolgd wordt”, zegt hij.